Verwerkingsles leerlingen niveau A

Welkom bij de les begrijpend lezen van Kidsweek in de Klas!
Begrijpend lezen
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
Begrijpend lezentoetsBasisschoolGroep 4

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Introductie

Toets niveau A

Onderdelen in deze les

Welkom bij de les begrijpend lezen van Kidsweek in de Klas!
Begrijpend lezen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




              Lesdoelen


Je laat deze les zien wat je de afgelopen weken geleerd hebt. Je maakt het toetsboekje. Deze toets moet zonder de krant worden gemaakt.

Heel veel succes met de toets!

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lees het artikel ‘Halfaapje Edwin op avontuur' hieronder.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Uit hoeveel alinea's bestaat deze tekst?
A
1 alinea
B
2 alinea's
C
3 alinea's
D
4 alinea's

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies



Wat is het onderwerp van de tekst
A
halfaapje Edwin op avontuur
B
havenstad Mtwara in Tanzania
C
mango's en bananen
D
Nederlands vrachtschip

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies



Wie heeft de tekst geschreven?
A
Bouwien Jansen
B
Gijs Vereenooghe
C
Halfaapje Edwin
D
Dat weet je niet

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies



In welke zin vind je het antwoord op de vraag ‘Waar woont Edwin nu?
A
‘Twee maanden … in Tanzania.’ (regel 2 en 3)
B
‘En nu … in Almere.’ (regel 3 en 4)
C
‘Dat is … en mega-ogen.’ (regel 4 en 5)
D
‘Opeens zat … volle zee.‘ (regel 7)

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies



Wie heeft een hok gebouwd voor Edwin?
A
Bouwien Jansen heeft een hok gebouwd.
B
Edwin heeft zelf een hok gebouwd.
C
Niemand heeft een hok gebouwd.
D
Stuurman Björn heeft een hok gebouwd.

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies




Wat is de hoofdgedachte van de tekst?
A
Halfaapje Edwin kwam per ongeluk terecht op een Nederlands vrachtschip, maar stichting AAP heeft hem opgevangen en zoekt naar een vaste plek voor Edwin.
B
Halfaapje Edwin is een speciale aap, omdat hij graag mango en banaan eet in plaats van appels en besjes.
C
Gijs Vereenooghe is een verzorger van Stichting AAP en verzorgt het liefst de hele dag aapjes zoals Edwin.
D
Het is belangrijk dat aapjes die in Nederland aankomen worden gecheckt door een dierenarts, omdat zo gekeken kan worden of ze gezond zijn en wat het geslacht is van de aapjes.

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies




Wat past het best op plek ...1…?
A
dierenpark
B
koelkast
C
kooitje
D
woestijn

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies



Lees: ‘Dus wie … straks Edwina! ’ (regel 16 en 17). Waarom zou het kunnen dat Edwin straks Edwina heet?
A
Dat staat niet in de tekst.
B
Omdat de verzorger niet zeker weet of Edwin een jongen of een meisje is.
C
Omdat de verzorger nog twijfelt of hij de naam Edwina mooier vindt.
D
Omdat er al een ander aapje bij Stichting AAP Edwin heet.

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk plaatje had bij dit artikel kunnen
staan?
Sleep het juiste plaatje naar het groene vak.

Slide 12 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Lees het artikel ‘Klassiek en pop op de Prinsesgracht' hieronder.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Wat is het onderwerp van de tekst?
A
bekende popsterren
B
bootje varen
C
dwarsfluit spelen
D
het Kinderprinsengrachtconcert

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies



Wat is het doel van de schrijver?
A
De schrijver wil je informeren.
B
De schrijver wil je uitleggen hoe je iets moet doen.
C
De schrijver wil dat je iets gaat doen.
D
De schrijver wil je zijn mening geven.

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies



Welke sport doet of deed Sarah?
A
dat kun je niet weten
B
handbal
C
hockey
D
judo

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Wat past het best op plek ...1...?
A
alleen
B
misschien niet
C
soms ook
D
vooral

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Lees: ‘Het allerliefst … kunt spelen.’ (regel 33 t/m 35). Waarom kun je makkelijker spelen op een vleugel dan op een piano?
A
Omdat de hamers sneller naar de snaren toe gaan bij een vleugel.
B
Omdat de toetsen van een vleugel groter zijn dan bij een piano.
C
Omdat de toetsen van een vleugel zijn ingesmeerd met olie.
D
Omdat een vleugel groter is dan een piano.

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Staat het antwoord op deze vraag hieronder WEL of NIET in de tekst?

Welk instrument bespeelt Adinda?
A
WEL
B
NIET

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Staat het antwoord op deze vraag hieronder WEL of NIET in de tekst?

Waar is Sarah op vakantie geweest?
A
WEL
B
NIET

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Staat het antwoord op deze vraag hieronder WEL of NIET in de tekst?

Hoe lang heeft Joël meestal nodig om een liedje te leren?
A
WEL
B
NIET

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies



Hoe heb je de toets gemaakt, denk je?
A
helemaal niet goed
B
niet zo goed
C
goed
D
heel goed

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Begrijpend lezen
Tot de volgende keer!

Slide 23 - Tekstslide

WELKOM bij de digibordles begrijpend lezen van week 40 - Niveau A.