BINDING · POLITIEKE INSTITUTIES
Quiz
Terugblik: Instituties en representatie
BINDING · POLITIEKE INSTITUTIES
Quiz
Terugblik: Instituties en representatie
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Hermann Luyken / Wikimedia Commons, CC0
Vul in: volkssoevereiniteit
Bij volkssoevereiniteit komt de macht van regeerders van de burgers, die via algemene verkiezingen bepalen welke partijen macht krijgen.
Syllabus 15.2. Verwachte fout: geweldsmonopolie, dat een bevoegdheid van de staat is.
Welk kenmerk hoort bij de staat als politieke institutie?
Het recht om wetten te maken zonder verkiezingen
Verplicht lidmaatschap van een politieke partij
Geweldsmonopolie en monopolie op belastingheffing
Het monopolie op informatievoorziening
Syllabus 15.1. Verwachte fout: het monopolie op informatievoorziening, dat juist bij een democratie ontbreekt.
Welke bewering over politieke instituties klopt?
Ze geven houvast en stabiliteit, maar kunnen veranderd worden
Ze liggen vast en kunnen nooit veranderen
Ze bestaan alleen als geschreven wetten
Ze gelden alleen voor politieke partijen
Syllabus 15.1. Verwachte fout: alleen geschreven wetten. Informele regels tellen ook mee.
Wat betekent het voor partijen dat er meer zwevende kiezers zijn?
Minder mensen gaan stemmen
Partijen zijn minder stabiel en brengen groepen moeilijker samen
Partijen krijgen meer leden
Partijen hoeven wensen niet meer af te wegen
Syllabus 15.1. Verwachte fout: de eerste optie. Zwevende kiezers stemmen wel, maar wisselen.
Waarom is een volledig afspiegelend parlement vaak moeilijk te realiseren?
Het kiesstelsel verbiedt kandidaten uit minderheden
Partijen mogen geen kandidaten selecteren
Burgers mogen niet vrij kiezen
Bij vrije verkiezingen zijn sommige groepen over- of ondervertegenwoordigd
Syllabus 15.2. De afleiders zijn onjuist: bij vrije verkiezingen kiezen burgers zelf.
Zet op volgorde: representativiteit beoordelen
Syllabus 15.2 en A3.3. Verwachte fout: de conclusie voor de berekening zetten.
Wat houdt inclusief burgerschap in?
Alle volwassenen die permanent in het land verblijven krijgen dezelfde rechten
Alle inwoners, ook kinderen, mogen stemmen
Alleen geboren staatsburgers hebben volledige rechten
Alle partijen krijgen evenveel zetels
Syllabus 15.2, zesde vereiste. Verwachte fout: iedereen mag stemmen, ook kinderen.
Een land houdt vrije verkiezingen, maar verbiedt het oprichten van politieke partijen. Welke vereiste ontbreekt?
Vrijheid van meningsuiting
Inclusief burgerschap
Vrijheid van vereniging
Meerdere informatiebronnen
Syllabus 15.2. Het land is verzonnen. Verwachte fout: vrijheid van meningsuiting, die er in deze casus niet bij hoeft te ontbreken.
Wat is de kloof tussen burger en politiek?
Goed antwoord: een deel van de burgers voelt zich niet vertegenwoordigd door de politieke partijen. Verwachte fout: zeggen dat burgers niet stemmen. Syllabus 15.2.
Een partij verliest een stemming, maar steunt de parlementaire democratie nog. Waarom?
Ze heeft zelf het geweldsmonopolie
Verliezers hebben geen politieke binding
Haar visie is verwoord en de democratische spelregels zijn gevolgd
De rechter heeft de uitslag aangepast
Syllabus 15.3. Verwachte fout: de tweede optie. Juist binding blijft bestaan.
Hoe hangen legitimiteit en politieke binding samen?
Ze versterken elkaar: legitimiteit versterkt binding en andersom
Legitimiteit ontstaat alleen door dwang
Binding ontstaat pas als het systeem faalt
Legitimiteit verkleint de binding
Syllabus 15.3. Verwachte fout: denken dat het eenrichtingsverkeer is.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
BINDING · POLITIEKE INSTITUTIES
Goed gedaan!
Politieke instituties geven regels en organisaties, representatie en representativiteit laten zien of burgers zich vertegenwoordigd voelen, en legitimiteit houdt het systeem stabiel.
Deze slide heeft geen instructies