Klas 2 Theme 2 Modal verbs grammar 4 goede versie 2023-2024

Modal verbs grammar 4
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Modal verbs grammar 4

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Modals = hulpwerkwoorden
Give some examples:

Slide 2 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Modals = hulpwerkwoorden
Eigenschappen:
  • ze veranderen niet van vorm (alle personen hetzelfde*)
  • Na een hulpwerkwoord krijg je altijd het hele werkwoord
  • Vragend en ontkennend op z'n Nederlands.
  • Let op!!* to have to is uitzondering. I have to go? Do you have to go. He has to work hard/ Does he have to work hard?

Slide 3 - Tekstslide

can
Can
Can gebruik je voor een VAARDIGHEID die je wel of niet hebt. (YES,I CAN!)
I can swim very well.   He can run very fast. 




Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

CAN VS COULD

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschil can/ could
Can gebruik je voor:
  •  een vaardigheid (ik kan het!)        
  • een verzoek. Can you help me?
  • vraag om of geef toestemming.  Can I go to the bathroom? Yes, you can. 
Could gebruik je voor:
  • Beleefder dan can in vraagzinnen (bijvoorbeeld tegen vreemden)Could you show me the way?
  • verleden tijd van can. I could swim when I was 5 years old
  • of iets gaat misschien gebeuren in de toekomst, maar je weet niet zeker dat het gaat gebeuren. Bring an umbrella because it could rain tonight.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Excuse me, sir. _____________ you lend me an elephant.


Hey bestie, ______ you help me?
_______ your mom take good pictures in her twenties?
Extra
Can
Could
Could
Can

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Verschil must/ should/ have to 
Weet jij het verschil in betekenis tussen deze zinnen?
  • I must do my homework, because I need a good mark for the test.
  • You must see that film! It's hilarious.
  • I have to do my homework or my parents will give me detention.
  •  You should do your  homework when you want to be successful this year.
  • I don't have to do my homework. We have Christmas holidays

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wist je het?
Must gebruik je als:
omdat jij zelf vindt dat iets moet gebeuren (of het sterk af of aanraadt). You must watch that new show! It is great. 
Have to (has to) gebruik je als:
Als het moet gebeuren omdat iemand anders dat zegt. Het van een ander MOET (wetten, regels). You have to stop for a red light. 
Should gebruik je als:
een advies/ een suggestie/ het juiste om te doen. You should get eight hours of sleep!
Don't/doesn't have to gebruik je als:
iets niet nodig is/ hoeft niet

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraagzinnen maken met modals
Als je vraagzinnen met hulpwerkwoorden moet maken, dan zet je het hulpwerkwoord vooraan in de zin.

She is able to move her feet
Is she able to move her feet?
My mother should eat more vegetables
Should my mother eat more vegetables?

Bij het werkwoord "have" maak je een vraagzin met do/does + have
You have to turn your phone off
Do you have to turn your phone off?

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontkenningen maken met modals
Als je ontkenningen  met hulpwerkwoorden moet maken, dan zet je "not" achter het hulpwerkwoord 

She is able to move her feet
She isn't able to move her feet
My mother should eat more vegetables
My mother shouldn't eat more vegetables

Bij het werkwoord "have" maak je een ontkenning met doesn't have of don't have
You have to turn your phone off
You don't have to turn  your phone off

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Have to, must, should.
Kies het juiste werkwoord.

You ____ save some money. I think it can help you feel prepared.
A
has to
B
have to
C
must
D
should

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Have to, must, should.

Children ____ go to school.
A
have to
B
has to
C
must
D
should

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

They ....cycle to school because their bikes are damaged.
A
aren't able to
B
can't

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

You ... follow the rules, otherwise you will get a fine.
A
has to
B
have to
C
must
D
should

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

I ______not forget to call Luke
A
have
B
must

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

You ... (park) here. The neighbours don't like that.
A
mustn't park
B
must park
C
don't have to park

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

I ... (moet dragen) a uniform when I am at school.
A
must wear
B
have to wear
C
should wear
D
musn't wear

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kies het beste antwoord:
If you tell him your problem he might ... help you.
A
can
B
could
C
be able to
D
were able to

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Fill in the gap:
Hello madame, _________ you tell me where the toilets are?
A
can
B
can't
C
could
D
might

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Susie ... play the piano very well.
A
can
B
is able to

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

can / could / to be able to:
Spiderman ___ climb up walls.

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

can / could / to be able to:
I think my computer is broken. I ___ send any emails.

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

My father ........play tennis like the best. He is so good!

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

We .....swim really fast.
A
are able to
B
can

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

You ... park here. It's an emergency exit.
A
mustn't
B
must
C
have to

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Everyone ... drink 2 litres of water per day.
A
have to
B
should
C
must

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Can you use the modals?


What do you have to do?

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Can you use the modals?


make a sentence with can.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Can you use the modals?


Can you give advice for the doctor?

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

See you soon!

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies