H1 De mens ontdekt zichzelf

H1 De mens ontdekt zichzelf
Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de Grieks-Romeinse filosofie?
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

H1 De mens ontdekt zichzelf
Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de Grieks-Romeinse filosofie?

Slide 1 - Tekstslide

Sokrates
Normen en waarden binnen het leven i.p.v. het ontstaan van het leven
Zelfkennis -> enige kennis die een mens kan bereiken 

– werd goddeloos gevonden en vermoord
Zijn leven en bevindingen opgeschreven door Plato (leerling)

Slide 2 - Tekstslide

Plato
- Normen -> ideeën
- "Alles wat je ziet is een afspiegeling van de werkelijkheid" – bewustzijn van de wereld op een nieuw niveau (je verstand goed gebruiken) 
--> Dualisme = visie op een gespleten werkelijkheid (wat je waarneemt met je zintuigen tegen wat je met je verstand bereikt). 


Slide 3 - Tekstslide

Aristoteles
- Leerling van Plato (neemt van hem afstand) 
- Vindt dat de wereld die je waarneemt met 
zintuigen de enige echte werkelijkheid is
- Vindt logica uit = kunst van het redeneren (om misverstanden te voorkomen)
Bijv. antwoorden op de vragen ‘wat maakt een mens een mens, en een hond een hond?’
- Regels voor wetenschappelijke redeneringen – in hoeverre zijn uitspraken mogelijk en te verifiëren



Slide 4 - Tekstslide

Hoe noemde Sokrates de enige bereikbare kennis voor mensen?
A
Leerkennis
B
Goddelijke kennis
C
Zelfkennis
D
Humanistische kennis

Slide 5 - Quizvraag

Wat is dualisme?
A
Een politieke stroming die 2 hoofdpunten heeft
B
Een filosofische stroming waar je alles samen doet
C
Dat er 2 werelden zijn: een neppe en een echte
D
Een visie op een gespleten werkelijkheid

Slide 6 - Quizvraag

Geef de visie van elke filosoof
Sokrates
Plato
Aristoteles
Een betere samenleving creëren door normen en waarden
Alles wat je waarneemt is een afspiegeling van de werkelijkheid
Dualisme
Logica
Tegen dualisme

Slide 7 - Sleepvraag

Het stoïcisme
- Hellenistische periode = eerste 3 eeuwen
- Zeno van Citium (filosoof) ging vaak naar een zuilengalerij (Stoa) – de leer van Stoa volgens de natuur, je leeft dan met --> 
Rede = denkvermogen van een mens dat leidt naar het verkrijgen van kennis – wordt vaak God genoemd

Stoïcisme = vinden van geluk door leven met rede
- Voorbeelden stoïcijnse denkers: Cicero, Seneca (‘de mens is heilig voor de mens’) en Marcus Aurelius
 

Slide 8 - Tekstslide

Het cynisme
- Cynisme = stroming waarbij wordt gestreefd naar volstrekte zelfgenoegzaamheid, geen behoeftes meer – "werkelijk geluk is beseffen dat je niets nodig hebt"

- Diogenes van Sinope: ‘Ik kwispel als ik iets krijg, ik blaf tegen wie me niets geeft, en wie me dwars zit, bijt ik.’ 
–> onconventioneel gedrag
    - Tegen normen en waarden; regels; en scheiding tussen privé en openbaar leven – vrijheid en openheid

 

Slide 9 - Tekstslide

Het neoplatonisme
- Plotinus (filosoof) werd beïnvloed door Plato

- Neoplatonisme = (letterlijk 'nieuw plato') verzameling van hellenistische filosofen die verdergaan op Plato zijn bevindingen

- Plotinus: "God is in alles, dus alles is één. Via een mystieke, filosofische ervaring kan ook de mens zich (deel van) God voelen."


 

Slide 10 - Tekstslide

Waar streeft het cynisme naar?
A
zelfgenoegzaamheid
B
eenzaamheid
C
saamhorigheid
D
vrede

Slide 11 - Quizvraag

Op welke manier leef je als je het stoïcisme volgt?
A
Met verstand
B
Met rede
C
Met wetenschap
D
Neutraal

Slide 12 - Quizvraag

Hoe heette de filosoof die het neoplatonisme begon?

Slide 13 - Open vraag