In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.
Lesduur is: 30 min
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
vermogensberekening
Slide 1 - Tekstslide
je hebt een boormachine van 750W en één van 1500W. Welke twee beweringen zijn waar
A
de boormachine van 1500W gaat langer mee
B
de boormachine van 1500W is krachtiger
C
de boormachine van 1500W draait sneller
D
de boormachine van 1500W gebruikt meer energie
Slide 2 - Quizvraag
Op een stofzuiger staat: 230V, 50 Hz, 10 A, 2300 W Wat is het vermogen?
A
230V
B
50Hz
C
10A
D
2300W
Slide 3 - Quizvraag
reken om naar kW 12000W = ........
A
12
B
12 kW
C
12.000.000 kW
D
0,0012kW
Slide 4 - Quizvraag
reken om van kW naar W 20 kW = ?? W
A
0,02 W
B
20.000 kW
C
0,02 kW
D
365 kW
Slide 5 - Quizvraag
Wat is de formule om het energie verbruik te bereken?
A
E= P+t
B
E=P-t
C
E= P x t
D
E= P:t
Slide 6 - Quizvraag
Een schuurmachine heeft een vermogen van 350 W (0,35kW). Je gebruikt het apparaat in totaal 5 uur. Hoeveel Energie (kWh) is er verbruikt?
A
0,35 x 5 = 1,75 kWh
B
5 : 0,35 = 14,3 kWh
C
350 x 5 = 1750 kWh
D
0,35 : 5 = 0,07 kWh
Slide 7 - Quizvraag
de energiekosten bereken je als volgt:
A
kosten = energieverbruik : prijs van 1 kWh
B
kosten = energieverbruik x prijs van 1 kWh
Slide 8 - Quizvraag
Een magnetron heeft een vermogen van 2900 W. Bij het bakken van een taart staat de magnetron een half uur aan. Bereken de gebruikte energie in kW. (kWh= kW x uur)
A
1450 kWh
B
1,45 kWh
C
5800 kWh
D
5,8 kWh
Slide 9 - Quizvraag
Je zit op je kamer 3 uur huiswerk te maken. Je hebt 3 lampen van elk 60 watt, Een computer van 400 watt, een stereo installatie van 200 watt en een elektrische kachel van 1000 watt aanstaan. Één kWh kost 0,15 euro. Wat kost 3 uur huiswerk maken aan elektrische energie.
A
1,78 euro
B
5,34 euro
C
0,80 euro
D
0.75 euro
Slide 10 - Quizvraag
Een telefoonoplader van 5W is elke dag 2uur en 30 minuten in gebruik, en dat een jaar lang. 1 kWh kost E0,25. Wat kost dat per jaar?