Les pv en ond

Persoonsvorm en onderwerp


1 / 18
volgende
Slide 1: Slide
newEditorTaalSpeciaal OnderwijsLeerroute 5

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Persoonsvorm en onderwerp


'Doe de persoonsvorm'


De juf zwaait.

Doe de persoonsvorm

De jongen rekt zich uit.


De kikker knippert met zijn ogen.


De brandweerman steekt zijn duim op.


De clown trekt een gek gezicht.


De vrouw roert in de soep.


Persoonsvorm

Welke 3 vormen zijn er voor het ontdekken van de persoonsvorm?

  1. Een vraagzin maken

  2. Enkelvoud naar meervoud

  3. Tijdsverandering

Hoe kun je het onderwerp in een zin vinden?

Wat is het onderwerp in de zin: 'De kat slaapt op de bank.'?

A

De kat

B

De bank

C

op

D

slaapt

Wat is het onderwerp in de zin: 'De kinderen spelen buiten.'?

A

De kinderen

B

De speeltuin

C

spelen

D

buiten

Wat is het onderwerp in de zin: 'Mijn moeder kookt een maaltijd.'?

A

de keuken

B

een maaltijd

C

Mijn moeder

D

kookt

Wat is het onderwerp in de zin: 'De hond blaft naar de postbode.'?

A

De hond

B

de postbode

C

naar

D

blaft

Wat is de persoonsvorm en het onderwerp in de zin: 'De meester leest een boek.'?

Wat is de persoonsvorm en het onderwerp in de zin: 'De kinderen spelen samen in het park.'?