V3 Paragraaf 3.3 + 3.4

3.4 Atoombouw
En nog wat restjes van 3.3
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

3.4 Atoombouw
En nog wat restjes van 3.3

Slide 1 - Tekstslide

Basiskennistoets
  • Volgende week donderdag 10 december 5e blok
  •  Documentje in de studiewijzer bij week 50:
  • Scheidingsmethoden 
  • Elementen tabel: namen en afkortingen beide kanten op en weten of metaal of niet-metaal is
  • Welke atomen met z'n tweeën voorkomen
  • Formuletaal gebruiken: Coëfficiënt en index
  • Van molecuultekeningen de molecuulformule kunnen geven (kleurtjes)
  • LAPTOP MEE

Slide 2 - Tekstslide

Formuletaal
  • Coëfficiënt: Getal dat zegt hoeveel moleculen er zijn
  • Index: Getal dat zegt hoeveel atomen er in 1 molecuul zitten

Slide 3 - Tekstslide

Hoeveel H-atomen
zitten er in H3PO4?
A
1
B
3
C
4
D
2

Slide 4 - Quizvraag

Hoeveel O-atomen
zitten er in H3PO4?
A
1
B
3
C
4
D
2

Slide 5 - Quizvraag

Hoeveel P-atomen
zitten er in H3PO4?
A
1
B
3
C
4
D
2

Slide 6 - Quizvraag

Atoommassa
  • 1 u = 1,66*10-27 kg
  • Elk atoom heeft zijn eigen massa
  • Molecuulmassa is de som van alle atoommassa's
  • Molecuulmassa van H2O:
    1,0 u + 1,0 u + 16,0 u = 18,0 u

Slide 7 - Tekstslide

Massapercentage

Slide 8 - Tekstslide

Massapercentage

Slide 9 - Tekstslide

Al is de afkorting voor de stof......

Slide 10 - Open vraag

Wat is de afkorting voor goud?

Slide 11 - Open vraag

Wat is de afkorting voor koolstof?

Slide 12 - Open vraag

Pb is de afkorting voor

Slide 13 - Open vraag

3.4 Atoombouw

Slide 14 - Tekstslide


Slide 15 - Tekstslide

Kern van een atoom
  • Bestaat uit protonen en neutronen
  • Protonen  (p) hebben een lading van +1
  • Neutronen (n) hebben een lading van 0.
  • Atoomnummer = aantal protonen
  • Massagetal = aantal protonen + aantal neutronen

Slide 16 - Tekstslide

Koolstof (C) heeft atoomnummer 6 en massagetal 12. Hoeveel protonen (p) en neutronen (n) heeft koolstof?
A
12 p, 6 n
B
6 p, 12 n
C
6 p, 6 n
D
12 p, 12 n

Slide 17 - Quizvraag

Elektronen
  • Elektronen zijn deeltjes die negatief geladen zijn (-1)
  • Zitten in een wolk om de atoomkern heen
  • Het aantal elektronen is bij een atoom gelijk aan het aantal protonen.

Slide 18 - Tekstslide

Atoommodel van Bohr
  • Kern: protonen + neutronen
  • Elektronen: In schillen om de kern heen
  • K-schil: 2 elektronen
  • L-schil: 8 elektronen
  • M-schil: 18 elektronen

Slide 19 - Tekstslide

Koolstof (C) heeft atoomnummer 6 en massagetal 12. Hoeveel elektronen heeft koolstof?
A
6
B
12
C
2
D
8

Slide 20 - Quizvraag

Een atoom heeft 13 protonen, 13 elektronen en 14 neutronen.
Wat is het atoomnummer?

Slide 21 - Open vraag

Een atoom heeft 13 protonen, 13 elektronen en 14 neutronen.
Wat is het massagetal?
A
13
B
26
C
27
D
28

Slide 22 - Quizvraag

Slide 23 - Tekstslide

Atoommodel van Bohr
  • Periodiek systeem is gerangschikt op oplopend aantal protonen
  • Aantal protonen bepaalt welke atoomsoort het is
  • Aantal protonen is dus uniek voor een atoomsoort

Slide 24 - Tekstslide

Een atoomsoort heeft 27 elektronen, 27 protonen en 32 neutronen.
Welke atoomsoort is dat?

Slide 25 - Open vraag

Co heeft 27 elektronen, 27 protonen en 32 neutronen.
Wat is het massagetal van Co?

Slide 26 - Open vraag

Co heeft 27 elektronen, 27 protonen en 32 neutronen.
Wat is het atoomnummer van Co?

Slide 27 - Open vraag

Isotopen
  • Zelfde atoomsoort maar andere massa
  • Massagetal was protonen + neutronen
  • Kunnen protonen niet aanpassen
  • C-13 heeft massagetal van 13: 6 protonen en 7 neutronen
  • 1 neutron meer dan C-12

Slide 28 - Tekstslide