Met een stroommeter kun je meten hoe ‘sterk’ de elektrische stroom door een stroomkring is.
Je meet op een bepaald punt in de stroomkring hoeveel lading er in 1 seconde voorbijkomt.
hoeveelheid lading in 1 seconde is de stroomsterkte
Slide 9 - Tekstslide
De stroomsterkte heeft als eenheid de ampère (A)
Een stroommeter wordt ook wel ampèremeter genoemd.
Als de stroomsterkte klein is, meet je de stroom meestal in milliampère (mA).
Omrekenen doe zo: 1 A = .........mA 1 mA = .........A
1 A = 1000 mA
1 mA = 0,001 A
Slide 10 - Tekstslide
Twee manieren om de stroomsterkte te meten.
De stroomsterkte is op elke plaats in de stroomkring even groot (zie figuur ). Het maakt dan ook niet uit waar je de stroommeter in de stroomkring opneemt: links of rechts van het lampje.
A
A
Slide 11 - Tekstslide
Slide 12 - Tekstslide
geleider isolator
wat is een geleider?
noem voorbeelden................
wat is een isolator?
noem voorbeelden..............
Slide 13 - Tekstslide
stroom
stroom = ..........
hoeveelheid lading / seconde
eenheid van stroom = ......
ampere (A)
dit kun je meten met een stroommeter of Amperemeter
Slide 14 - Tekstslide
Spanning
1,5 V of 9V of 12V ..... wat betekent dat?
Dit kun je meten met een spanningsmeter
spanningsmeter wordt ook wel voltmeter genoemd
Slide 15 - Tekstslide
Spanning
Slide 16 - Tekstslide
condensator
elektrisch onderdeel dat zich net zo gedraagd als een ballon
Slide 17 - Tekstslide
batterijen
-spanningsbron waarbij de spanning gelijk blijft. (ballon die niet leeg loopt)
-ieder apparaat is gemaakt om te werken bij een bepaalde spanning.
-meerder batterijen in serie
Slide 18 - Tekstslide
batterijen
herbruikbare batterijen (oplaadbare batterijen)
batterijen in serie schakelen (spanning optellen)
1,5 + 1,5 = 3V
Slide 19 - Tekstslide
aflezen voltmeter vraag blz 159
30
Slide 20 - Tekstslide
aflezen voltmeter vraag blz 153
30
Slide 21 - Tekstslide
aflezen ampere of voltmeter blz 200 en blz 201
Slide 22 - Tekstslide
in de teamtegel mnn staat volgende link:
Slide 23 - Tekstslide
maak de volgende opstelling
TEST: geleiders of isolator: geld, paperclip, gum, hond, enz
A
Slide 24 - Tekstslide
de spanning meten
Slide 25 - Tekstslide
vragen maken
-H4.2 vraag 1 t/m 11 (blz 157-161)
timer
10:00
Slide 26 - Tekstslide
Slide 27 - Tekstslide
Slide 28 - Tekstslide
wat is een geloten stroomkring
A
van batterij, via het lampje, terug naar de batterij
B
via de batterij naar het lampje
C
via het lampje naar de batterij
Slide 29 - Quizvraag
wat is een geleider
A
stof die elektrische stroom geleid
B
stof die elektrische stroom niet doorlaat
C
stof die smelt als er stroom door loopt
Slide 30 - Quizvraag
1 Ampere (A) is gelijk aan
A
100 mA
B
10000 mA
C
1000 mA
D
0.1 mA
Slide 31 - Quizvraag
1500 mA is gelijk aan
A
15 A
B
1500000 A
C
0,15 A
D
1,5 A
Slide 32 - Quizvraag
als je een lampje van 6 V aansluit op een spanning van 12 V dan:
A
geeft het lampje geen licht
B
gaat het lampje stuk
C
komt er groen licht
D
gaat het lampje (heel even) extra fel branden.
Slide 33 - Quizvraag
Wat is een isolator (elektriciteit)
A
Koper
B
water
C
aluminium
D
hout
Slide 34 - Quizvraag
Ijzer geleidt elektriciteit.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 35 - Quizvraag
Ook in de natuur kun je elektriciteit tegenkomen.
Welk verschijnsel heeft met elektriciteit te maken?
A
Het licht van de zon
B
De warmte van de zon
C
De bliksemflitsen tijdens onweer
D
De donderslagen tijdens onweer
Slide 36 - Quizvraag
Wat is de spanning van de elektriciteit in onze huizen?
A
20 kV
B
380 kV
C
10 kV
D
230 V
Slide 37 - Quizvraag
Hoe noemen we de stoffen die elekticiteit niet goed geleiden?