Presente + presente perfecto

¡Bienvenidos!
Mevrouw de Cuba
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

¡Bienvenidos!
Mevrouw de Cuba

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

La clase de hoy
La meta de la clase: het doel van les
Weten hoe je werkwoorden van de presente perfecto moet vervoegen. Je kunt minimaal drie werkwoorden vervoegen.  

Repaso (herhalen)
-Woordenschat "las vacaciones' 
- Jullie oefenen met de "presente" en "presente perfecto"
- aan de slag met jullie PO
                                     

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PRESENTE

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Presente de indicativo
Herhaling

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

como
vivo
estudian
viven
estudiáis
coméis
comemos
estudiamos
vive
come
estudia
vives
estudias
estudio
comes
vivimos
vivís
comen
Yo
él/ ella/ usted
nosotros/ nosotras
vosotros/ vosotras
ellos/ ellas/ ustedes

Slide 5 - Sleepvraag

Sleep de werkwoorden naar het correcte persoonlijke voornaamwoord. Er zijn 3 werkwoorden per tabel.
Vervoeg de werkwoorden in Presente de Indicativo:

1. . (trabajar) Yo _______________ en una oficina

A
trabajas
B
trabajo
C
trabajamos
D
trabajan

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vervoeg het werkwoorden in Presente de Indicativo:

2. (escribir)¿Vosotras _______ vuestro apellido con la V o
con la W?

A
escribís
B
escribo
C
escribimos
D
escribes

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vervoeg het werkwoorden in Presente de Indicativo:

3. (beber)El niño ______ mucha leche.

A
bebéis
B
beben
C
bebo
D
bebe

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vervoeg het werkwoorden in Presente de Indicativo:

5. (correr)¡Ustedes _______ mucho!


A
corremos
B
corren
C
corro
D
corréis

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies



Vervoeg het werkwoorden in Presente de Indicativo:

6. (vivir)María ______ en el quinto piso de este edificio.



A
vivo
B
viven
C
vivimos
D
vive

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De voltooid tegenwoordige tijd
1.  Wat is de presente perfecto?
2. De vorm van presente perfecto.
3. Wanneer gebruik je presente perfecto?
4. Signaalwoorden
Presente perfecto

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gramática

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Presente Perfecto

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tijdsindicatoren
Belangrijk is om tijdsindicatoren te leren herkennen, deze geven een "hint".

Bij de presente perfecto kun je in zinnen en teksten de volgende tijdsindicatoren tegenkomen:
Hoy, esta mañana, este verano, este fin de semana, hace 5 minutos, hast ahora, ya / todavía no, nunca etc.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voltooid deelwoord = 
stam van het werkwoord + ado of  + ido
Regelmatige werkwoorden
infinitief op....                                    voorbeelden:
  - ar   wordt  - ado                           visitar -> visitado,   hablar -> hablado
  - ir of - er  wordt  -ido                  vivir -> vivido,   venir -> venido
                                                                 comer -> comido,   beber -> bedido

Onregelmatige voltooid deelwoorden zijn:
hacer -> hecho   (gedaan, gemaakt)                      decir -> dicho (gezegd)
escribir -> escrito (geschreven)                              ver -> visto (gezien)

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dus de voltooid tegenwoordige tijd gaat als volgt:
hulpwerkwoord HABER + voltooid deelwoord   bijvoorbeeld van hablar:
                   
                    he      hablado        =       ik heb gesproken
                    has    hablado        =        jij hebt gesproken
                    ha      hablado        =        hij /zij/ u heeft gesproken
                    hemos hablado     =       wij hebben gesproken
                    habéis hablado     =       jullie hebben gesproken
                    han     hablado        =      zij hebben gesproken

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Perfecto:
Welke van de vervoegingen van "haber" klopt NIET?
A
han
B
hamos
C
habéis
D
he

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een voorbeeld van de perfecto?
A
trabajo
B
he trabajado
C
trabajé
D
estoy trabajando

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Perfecto --> vertaal
  1. Ik heb gelopen (caminar)
  2. Jij hebt gezwommen (nadar)
  3. Zij heeft gerend (correr)
  4. Wij hebben gedronken (beber)
  5. Jullie zijn gegaan (ir)
  6. Zij hebben huiswerk gemaakt (hacer los deberes)
timer
5:00

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Me llamo Javier, vivo en Best
me gusta estudiar español
Mis compañeros y yo siempre hacemos los deberes
también vamos a Sevilla
hoy empezamos al período 2
Soy Javier, he vivido en Best
me ha gustado estudiar español
hemos hecho los deberes
hemos  ido a Sevilla
hemos empezado al periódo 2

Slide 21 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies