VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
QUIZ
Terugblik: Tempo en dynamiek
VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
QUIZ
Terugblik: Tempo en dynamiek
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Paco from Badajoz / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Welke term hoort bij één noot die plotseling sterk wordt aangezet?
Sforzando
Crescendo
Fade-out
Terrassendynamiek
Een sforzando (sf) benadrukt één noot of akkoord. Een crescendo is juist een geleidelijke verandering.
Video: Toto: Africa, kanaal Toto - Topic. Leerlingen horen het slot van het nummer: de muziek gaat door maar wordt steeds zachter, tot je niets meer hoort. Goede antwoord: een fade-out. Verwachte fout: een crescendo kiezen omdat leerlingen de verandering van volume omdraaien.
Wat hoor je aan het eind van dit fragment?
Een crescendo
Een sforzando
Een fade-out
Terrassendynamiek
De muziek gaat door maar wordt steeds zachter tot stilte: een fade-out. Een crescendo is het omgekeerde.
Zet op volgorde, van langzaam naar snel
Van langzaam naar snel: adagio, andante, moderato, allegro, presto. Veelgemaakte fout: moderato achter allegro zetten.
Een hoorn speelt een motief hard en herhaalt het direct zacht. Welke term past?
Overgangsdynamiek
Fade-out
Echodynamiek
Sforzando
Een hard motief dat direct zacht terugkomt is een echo: echodynamiek. Wie overgangsdynamiek kiest, let niet op de herhaling.
Welk verloop hoort bij terrassendynamiek?
Het volume springt plotseling van p naar f
Het volume groeit geleidelijk van p naar f
Het volume daalt geleidelijk tot stilte
Eén noot wordt extra sterk aangezet
Plotselinge sprongen in niveau zijn kenmerkend voor terrassendynamiek. Geleidelijk is overgangsdynamiek.
Waarom past allegro bij een achtervolging?
Een goed antwoord: een snel tempo past bij haast en spanning, de tellen volgen elkaar snel op en dat voelt jachtig. Verwachte fout: alleen zeggen dat het snel is zonder het effect te noemen.
Een stuk eindigt met een lang decrescendo. Welk effect heeft dat?
Het stuk eindigt met een plotselinge klap
Het stuk lijkt steeds sneller te worden
Het stuk klinkt opeens spannend
Het stuk dooft langzaam uit
Geleidelijk zachter geeft een uitdovend, rustig slot. Verwachte fout: de plotselinge klap, die bij een sforzando of ff hoort.
Twee pianisten spelen hetzelfde stuk, de een veel langzamer. Wat verandert?
De noten in de partituur
De sfeer van de uitvoering
Het aantal maten van het stuk
De instrumenten die nodig zijn
Tempokeuze in de uitvoeringspraktijk verandert de sfeer: langzamer klinkt ernstiger, sneller levendiger. De noten blijven hetzelfde.
Het volume stijgt geleidelijk en valt dan plotseling terug. Welk verloop is dit?
Een crescendo, daarna een sprong naar zacht
Een decrescendo, daarna een sprong naar hard
Alleen een crescendo, het volume valt niet terug
Een fade-out, daarna een sprong naar hard
Eerst overgangsdynamiek (crescendo), daarna een sprong zoals bij terrassendynamiek. Beschrijf een verloop altijd in de volgorde van het fragment.
Welk tempo en welke dynamiek passen het best bij een slaapliedje?
Snel en hard (f of ff)
Snel en zacht (p of pp)
Langzaam en zacht (p of pp)
Langzaam en hard (f of ff)
Een slaapliedje is rustgevend: langzaam en zacht. De andere antwoorden combineren een snelle of harde kant met een rustig doel.
Waarom gebruikt een artiest een fade-out?
Een goed antwoord: het nummer lijkt door te gaan, of het slot hoeft niet apart gespeeld te worden. Ook goed: een zacht en geleidelijk slot. Verwachte fout: zeggen dat het nummer ophoudt.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
♪ VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
GOED GEDAAN!
Je kent nu de tempo-aanduidingen, de tempowijzigingen en de dynamiektekens. Beluister thuis een nummer en beschrijf het verloop van tempo en dynamiek, dan ben je klaar voor het examen.
Deze slide heeft geen instructies