Tempo en dynamiek (Muziek vmbo), les 3: Terugblik quiz

LUISTEREN · TEMPO, DYNAMIEK

QUIZ

Terugblik: Tempo en dynamiek

1 / 14
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3,4

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met quiz over tempo en dynamiek, met een luisterfragment. Voor leerlingen vmbo (GL/TL) die zich voorbereiden op het centraal examen muziek.

Onderdelen in deze les

LUISTEREN · TEMPO, DYNAMIEK

QUIZ

Terugblik: Tempo en dynamiek

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Hossein Razaqnejad / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Wat is het tempo van een stuk?

A

De snelheid van de muziek

B

Hoe hard de muziek klinkt

C

Hoe hoog de tonen zijn

D

Hoeveel instrumenten spelen

Tempo is de snelheid. Wie hoe hard kiest, verwart tempo met dynamiek.

Welke aanduiding hoort bij een rustig popnummer?

A

slow

B

uptempo

C

medium

D

allegro

Medium is rustig. Slow is langzaam, uptempo is snel. Allegro is een klassieke term.

Video: Queen: Don't Stop Me Now (officiële video), kanaal Queen Official. Leerlingen horen een snel nummer met piano, drums en zang. Goede antwoord: uptempo. Verwachte fout: medium kiezen omdat het nummer vrolijk is.

Beluister het fragment. Welke aanduiding past bij dit popnummer?

A

slow

B

medium

C

uptempo

D

adagio

Het tempo is snel, dus uptempo. Adagio is langzaam en een klassieke term.

Welke twee woorden gaan over een verandering van het tempo?

A

accelerando en ritenuto

B

crescendo en decrescendo

C

adagio en allegro

D

slow en uptempo

Accelerando en ritenuto zijn tempowijzigingen. Crescendo en decrescendo gaan over volume.

Wat betekent het dynamiekteken p?

A

heel zacht

B

halfhard

C

hard

D

zacht

p is piano: zacht. Wie heel zacht kiest, verwart p met pp.

Een stuk begint zacht, wordt steeds harder en daarna weer steeds zachter. Welke woorden horen daarbij?

A

terrassendynamiek en fade-out

B

crescendo en decrescendo

C

accelerando en ritenuto

D

crescendo en fade-out

Eerst steeds harder is crescendo, daarna steeds zachter is decrescendo. Fade-out is alleen het zachter worden aan het eind van een opname.

Noem twee woorden voor een snel tempo.

Goed: allegro en uptempo, en ook snel. Verwachte fout: crescendo noemen. Dat gaat over volume.

Waar hoor je vaak een fade-out?

A

Aan het eind van een opgenomen popnummer

B

Midden in een symfonie

C

Aan het begin van een liedje

D

Bij elke live-uitvoering

Een fade-out maakt de geluidstechnicus bij het mixen aan het eind van een opname. Live is dat meestal niet mogelijk.

Een band speelt een nummer dat geleidelijk steeds harder wordt. Welk begrip past?

A

terrassendynamiek

B

fade-out

C

overgangsdynamiek

D

decrescendo

Geleidelijk veranderen is overgangsdynamiek. Terrassendynamiek is plotseling. Decrescendo is steeds zachter.

Een stuk gaat van allegro naar adagio. Wat hoor je?

A

Het tempo wordt sneller

B

Het tempo wordt langzamer

C

Het volume wordt zachter

D

Het volume wordt harder

Van snel naar langzaam, dus het tempo wordt langzamer. Wie zachter kiest, verwart tempo met volume.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

♪ LUISTEREN · TEMPO, DYNAMIEK

GOED GEDAAN!

Je kent nu de tempo-aanduidingen, de tempowijzigingen en de dynamiektekens. Luister bij je volgende lievelingsnummer eens: is het slow, medium of uptempo, en hoor je aan het eind een fade-out?

Deze slide heeft geen instructies