procenten

procenten
Je weet na deze les hoe je 
  • procenten naar breuken kan omrekenen en andersom.
  • procenten met korting berekenen
  • procenten van twee verschillende prijzen bereken. 

1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2MBOStudiejaar 2

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

procenten
Je weet na deze les hoe je 
  • procenten naar breuken kan omrekenen en andersom.
  • procenten met korting berekenen
  • procenten van twee verschillende prijzen bereken. 

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

reken een breuk naar een procent om.
  • Deel de teller door de noemer
  • Vermenigvuldig met 100
  • Zet er % achter

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Hoe rekenen jij met procenten ?
Je krijgt meestal 3 verschillende vragen bij procenten 
  • hoeveel procent van een deel ten opzicht van geheel?
  • hoeveel moet je na korting betalen ?
  • hoeveel procent is iets gestegen of gedaald ?

Slide 5 - Tekstslide

Belangrijke formules 

Slide 6 - Tekstslide

De formule van de verandering van procenten 

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Nog een voorbeeld 
je hebt een wiskundetoets gemaakt. Er waren in totaal 40 vragen en je hebt er 32 goed. Hoeveel procent heb je gehaald?

Slide 9 - Tekstslide

NOG 
je betaalde vorig jaar € 750 per maand voor je huur (Oud). Dit jaar wordt de huur verhoogd naar € 780 per maand (Nieuw). Hoeveel procent is de huur gestegen?

Slide 10 - Tekstslide

NOG 
Je ziet in de winkel een bordje: Nu met € 20 korting! Dit is 25% van de oorspronkelijke prijs. Je wilt weten wat de oorspronkelijke prijs was.

Slide 11 - Tekstslide

Een nieuwe smartphone kost normaal € 600. Tijdens een actie krijg je 15% korting. Wat is het bedrag dat je aan korting krijgt?
A
100 Euro
B
510 Euro
C
90 Euro
D
85 Euro

Slide 12 - Quizvraag

Een sportvereniging had vorig jaar 150 leden. Dit jaar zijn er 180 leden. Met hoeveel procent is het aantal leden gestegen?
A
20%
B
16,7%
C
30%
D
25%

Slide 13 - Quizvraag

Op een examen heb je 36 vragen goed van de in totaal 45 vragen. Welk percentage van het examen heb je correct beantwoord?

Slide 14 - Open vraag

Een product heeft een korting gekregen van 20%. De korting in euro's bedraagt € 12. Wat was de oorspronkelijke prijs (het totaal) van het product?
A
24 euro
B
50 euro
C
60 euro
D
72 euro

Slide 15 - Quizvraag

waarom leren we procenten ?

Slide 16 - Woordweb