VORMING · PARADIGMA'S
Examentraining
Paradigma's op socialisatie: zo pak je examenvragen aan
VORMING · PARADIGMA'S
Examentraining
Paradigma's op socialisatie: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Rob Mieremet / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0
VORMING · PARADIGMA'S
Wat ga je kunnen?
Ik kan een paradigma herkennen en toepassen op een casus, daaruit redeneren, een hypothese formuleren en paradigma's vergelijken.
Deze slide heeft geen instructies
VORMING · PARADIGMA'S
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat vraagt de vraag: herkennen, verklaren, hypothese formuleren of vergelijken?
2. Zoek: welk kernwoord zit in de casus? Orde en rollen, macht en ongelijkheid, of betekenis en eigen beeld.
3. Redeneer: welke aannames horen bij dat paradigma en wat volgt daaruit voor de casus?
4. Schrijf: paradigma, aanwijzing uit de casus, redenering. Alleen de naam noemen is te weinig.
Deze slide heeft geen instructies
VORMING · PARADIGMA'S
Vraagtype 1: een paradigma herkennen
Je krijgt een uitspraak of visie en bepaalt vanuit welk paradigma die is geformuleerd.
Zoek het kernwoord: orde en rollen, macht en ongelijkheid, of betekenis en interpretatie.
Let op de reden: een goed antwoord noemt het paradigma én de aanwijzing.
Deze slide heeft geen instructies
Beleidsstuk: 'School draagt gedeelde normen over en houdt het land in balans.' Welk paradigma?
Conflictparadigma: school verdeelt macht ongelijk
Functionalisme: nadruk op orde en sociale cohesie
Sociaalconstructivisme: kinderen geven zelf betekenis
Functionalisme: nadruk op strijd tussen groepen
Syllabus 2.5 en 6: gedeelde normen en waarden als stabilisator, socialisatie als middel om cultuur over te dragen. Verwachte fout: de laatste optie; die noemt het goede paradigma met een verkeerde reden. Lees daarom ook de reden.
'Elk kind bouwt in omgang met anderen een eigen beeld van de wereld.' Welk paradigma?
Functionalisme: kinderen nemen de passende rol over
Conflictparadigma: kinderen leren machtsverhoudingen
Sociaalconstructivisme: betekenis uit interactie
Sociaalconstructivisme: beelden zijn objectieve feiten
Syllabus 6: individuen construeren hun eigen identiteit en sociale realiteit in interactie. Verwachte fout: de eerste optie, omdat 'leren van anderen' ook bij socialisatie in het functionalisme past. Het kernwoord is hier 'eigen beeld'.
Dolle Mina's in de redactie van het damesblad Margriet, 1970
VORMING · PARADIGMA'S
Vraagtype 2: redeneren vanuit een paradigma
Je krijgt een verschijnsel en moet het verklaren vanuit één opgegeven paradigma.
Werk met de aannames: wat is voor dit paradigma de oorzaak, en wat is het gevolg?
Blijf in het paradigma: een verklaring uit een ander paradigma telt niet.
Image credit: Bert Verhoeff / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Hoe verklaart het sociaalconstructivisme dat meisjes minder vaak techniek kiezen?
Gedeelde beelden over wat bij meisjes past sturen keuzes
Elke rol heeft een functie voor het systeem
Meisjes hebben van nature minder aanleg
De samenleving heeft minder technici nodig
Goed: het sociaalconstructivisme verklaart gedrag uit betekenissen die mensen in interactie vormen; beelden over wat bij meisjes past worden zo werkelijk in hun keuzes. Functionalisme kijkt naar de functie voor het systeem.
Functionalisme: waarom leert school normen?
Goed antwoord: volgens het functionalisme is socialisatie het middel om de cultuur over te dragen en te laten voortbestaan; school draagt normen en waarden over en integreert de persoonlijkheid, zodat orde en sociale cohesie behouden blijven. Verwachte fout: antwoorden dat school de machtigen helpt; dat is het conflictparadigma. Syllabus 6.
VORMING · PARADIGMA'S
Vraagtype 3: een hypothese formuleren
Hypothese: een toetsbare verwachting over een verband tussen twee dingen, vaak als 'hoe meer, hoe meer'.
Kies een paradigma, pak een concept (rolverwachting, kapitaal, betekenisgeving) en voorspel het verband.
Een goede hypothese noemt beide kanten en de richting, en is te toetsen in onderzoek.
Deze slide heeft geen instructies
Welke hypothese past bij het conflictparadigma over socialisatie?
Wie rolverwachtingen internaliseert, gedraagt zich conform
Meer cultureel kapitaal thuis geeft een hogere opleiding
Wie een situatie als werkelijk ziet, maakt haar werkelijk
Jongeren zitten steeds meer uren op hun telefoon
Syllabus 10: hypothesen formuleren vanuit een paradigma. Goed is de hypothese die kapitaal en ongelijke posities verbindt. De tweede is functionalistisch, de derde sociaalconstructivistisch (Thomas-theorema), de vierde is een vaststelling zonder verband. Verwachte fout: de tweede kiezen omdat ook die over socialisatie gaat.
Geef een hypothese vanuit het functionalisme.
Goed antwoord: een verband met rolverwachtingen en orde of cohesie, bijvoorbeeld 'Hoe sterker mensen rolverwachtingen internaliseren, hoe groter de sociale cohesie.' Verwachte fout: een stelling zonder verband ('rollen zijn belangrijk') of een hypothese over macht of betekenis. Syllabus 10.
Dolle Mina's op de Dam, Amsterdam, 1970
VORMING · PARADIGMA'S
Vraagtype 4: paradigma's vergelijken
Je vergelijkt paradigma's op nadruk, verklaring van ongelijkheid en kijk op socialisatie.
Functionalisme: orde. Conflictparadigma: ongelijkheid en strijd. Sociaalconstructivisme: betekenis en interactie.
De paradigma's vullen elkaar vaak aan: modern onderzoek combineert inzichten.
Image credit: Rob Mieremet / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0
Waarin verschillen conflictparadigma en sociaalconstructivisme over ongelijkheid?
Eerste ziet ongelijkheid als noodzakelijk, tweede niet
Eerste ontkent ongelijkheid, tweede erkent haar
Eerste benadrukt orde, tweede strijd
Machtsverschillen tegenover gezamenlijk gevormde beelden
Syllabus 2.5: conflictparadigma verklaart ongelijkheid uit machtsverschillen door ongelijke verdeling van hulpbronnen; sociaalconstructivisme uit de beelden die actoren zich gezamenlijk vormen. Verwachte fout: de eerste afleider; die hoort bij het functionalisme.
Onderzoeker Lisa verklaart schoolkeuze uit rolverwachtingen én kapitaal. Wat klopt?
Ze combineert twee paradigma's, die elkaar aanvullen
Dat kan niet, paradigma's sluiten elkaar altijd uit
Ze gebruikt alleen het functionalisme
Ze gebruikt alleen het conflictparadigma
Syllabus 2.5: de tradities staan niet per se haaks op elkaar en vullen elkaar vaak aan; modern onderzoek combineert inzichten. Rolverwachting hoort bij het functionalisme, kapitaal bij het conflictparadigma. Verwachte fout: de eerste afleider, uit de gedachte dat je moet kiezen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Een paradigma herkennen
Redeneren vanuit een paradigma
Een hypothese formuleren
Paradigma's vergelijken
Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen eerst en laat een leerling de vier stappen voordoen.
VORMING · PARADIGMA'S
Tips voor op het examen
Zoek eerst het kernwoord in de casus: orde en rollen, macht en ongelijkheid, of betekenis en eigen beeld.
Noem altijd het paradigma én de aanwijzing uit de casus waaraan je het herkent.
Blijf in het gevraagde paradigma: redeneer met zijn aannames, niet met die van een ander.
Een hypothese heeft twee kanten en een richting: 'hoe meer ..., hoe meer ...'.
Deze slide heeft geen instructies