VORMING · PARADIGMA'S
Quiz
Terugblik: Paradigma's op socialisatie
VORMING · PARADIGMA'S
Quiz
Terugblik: Paradigma's op socialisatie
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Rob Mieremet / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0
Wat is een paradigma?
Een onderzoeksmethode om bronnen te toetsen
Een theoretische traditie met een eigen kijk
Een verklaring die door onderzoek bewezen is
Een norm die een groep aan leden oplegt
Syllabus 2.5: paradigma's zijn theoretische tradities waarin theorieën zijn gegroepeerd. Verwachte fout: 'bewezen verklaring'; een paradigma is een kijk, geen bewijs.
Wat zijn volgens het functionalisme stabilisatoren van het systeem?
Machtsverschillen tussen groepen
De eigen interpretatie van ieder persoon
De strijd tussen belangengroepen
Gemeenschappelijke normen en waarden
Syllabus 2.5: gemeenschappelijke normen en waarden, morele overtuigingen en sociale instituties functioneren als (dwingende) sociale stabilisatoren. Verwachte fout: strijd noemen; dat is bij het conflictparadigma de motor van verandering.
Vul in
Het conflictparadigma ziet machtsverschillen als oorzaak van ongelijkheid, door een ongelijke verdeling van hulpbronnen.
Syllabus 2.5. Verwachte fout: sociale cohesie invullen; die staat bij het functionalisme centraal.
Sam denkt dat niemand hem mag, trekt zich terug en staat daarna alleen. Welk begrip?
Rolverwachting
Sociale cohesie
Machtsverhoudingen
Thomas-theorema
Syllabus 2.5: als mensen situaties als werkelijk definiëren, hebben die situaties werkelijke gevolgen, ook als ze eerst niet werkelijk waren. Sam definieert de situatie, handelt ernaar en maakt haar zo werkelijk. Het voorbeeld is verzonnen.
Wat is een rolverwachting?
Goed antwoord: de norm en verwachting die bij iemands rol in de samenleving horen en die iemand internaliseert; via rolverwachtingen drukt de samenleving volgens het functionalisme haar stempel op de persoonlijkheid. Verwachte fout: alleen 'een rol' noemen zonder de verwachting of de internalisering. Syllabus 6.
Welk paradigma ziet socialisatie als het leren herkennen van machtsverhoudingen?
Het functionalisme
Het conflictparadigma
Het sociaalconstructivisme
Alle drie in gelijke mate
Syllabus 6: bij het conflictparadigma betekent socialisatie dat men machtsverhoudingen leert herkennen. Verwachte fout: 'alle drie'; ze leggen elk een ander accent.
Wat verandert volgens het conflictparadigma de samenleving?
Een nieuw evenwicht dat binnen het systeem terugkeert
Gemeenschappelijke normen die steeds sterker worden
Conflicten die uit tegenstellingen voortkomen
Een voortdurend gelijkblijvende betekenisgeving
Syllabus 2.5: tegenstellingen en conflicten zijn de motor van verandering. Verwachte fout: de eerste optie; dat is de aanpassing van een systeem volgens het functionalisme.
Waarvan hangt betekenisgeving volgens het sociaalconstructivisme vooral af?
Van normen en zelfbeeld, niet van objectieve feiten
Van objectieve feiten, los van wat mensen vinden
Van de functie die iemand in het systeem heeft
Van de kapitaalverdeling tussen groepen
Syllabus 2.5: de betekenisgeving hangt af van regels, opvattingen, (zelf)beeld, normen en waarden, zoals in cultuur, sociale instituties en identiteit, en niet zozeer van objectieve feiten.
Vul in
Volgens het sociaalconstructivisme construeren actoren de werkelijkheid steeds opnieuw in sociale interactie.
Syllabus 2.5: actoren construeren de sociale werkelijkheid steeds opnieuw in een voortdurend proces.
Wat doet socialisatie volgens het functionalisme voor het politieke systeem?
Leert burgers politieke machtsverhoudingen te doorzien
Draagt de politieke cultuur over en houdt haar in stand
Laat burgers volledig vrij hun eigen politiek bouwen
Maakt dat de politieke cultuur nooit meer verandert
Syllabus 6: socialisatie is het middel om de (politieke) cultuur over te dragen en te laten voortbestaan, zij het dat die in de loop van de tijd kan veranderen. Verwachte fout: de laatste optie; de cultuur kan wel veranderen.
Een actiegroep strijdt voor gelijke kansen van vrouwen. Welk paradigma past?
Functionalisme: iedere rol houdt het systeem draaiend
Sociaalconstructivisme: beelden zijn onveranderlijk
Functionalisme: verstoringen verdwijnen vanzelf
Conflictparadigma: strijd tegen machtsverschillen
Syllabus 2.5: bij het conflictparadigma horen theorieën over de emancipatie van vrouwen en minderheden; groepen met dezelfde belangen voeren samen de strijd. Verwachte fout: sociaalconstructivisme kiezen omdat het ook over beelden van vrouwen gaat; maar de aanwijzing hier is strijd.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
VORMING · PARADIGMA'S
Goed gedaan!
Het functionalisme zoekt orde en rollen, het conflictparadigma macht en ongelijkheid, het sociaalconstructivisme betekenis en eigen identiteit. Samen laten ze zien hoe socialisatie op drie manieren te verklaren is.
Deze slide heeft geen instructies