Basisbegrippen horeca en keuken
Basisbegrippen horeca en keuken
Wat weet jij al over basisbegrippen in de horeca?
Leerdoel van deze les
Aan het einde van deze les kun je belangrijke begrippen en vragen uit de horeca en (groot)keuken uitleggen en herkennen.
Belangrijke begrippen: deel 1
Horeca
Bedrijven waar je kunt eten, drinken of overnachten, zoals Hotel Restaurants en cafés.
Mise en place
Alles voorbereiden voor het koken (zoals snijden, afwegen en klaarzetten van ingrediënten).
Belangrijke begrippen: deel 2
Aardappelen, groente en fruit.
First In First Out: de producten die het eerst binnenkomen, gebruik je ook als eerste.
FIFO
AGF
Hygiëne & voedselveiligheid
Systeem om voedselveilig te werken: Gevaren inschatten en maatregelen nemen.
Zorg voor schoon werken om ziekte te voorkomen.
Hygiëne
HACCP
Belangrijke datums
TGT
THT
Ten minste houdbaar tot – De kwaliteit is tot die datum het best.
Te gebruiken tot – Na die datum kan het onveilig zijn om te eten.
Vragen over technieken
Wat betekent kruisbesmetting? Waarom een ei laten schrikken? En hoe lang kook je een tomaat om te ontvellen?
Allergieën & micro-organismen
Micro- en macro-organismen
Voorbeelden allergieën
Micro: bacteriën, schimmels. Macro: muizen, insecten.
Gluten, melk, noten, ei
Afval scheiden en duurzaamheid
Waarom scheiden we afval zoals GFT in de horeca? Dit verkleint afvalhopen en helpt het milieu.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.