gewicht les 4 13.4 rekenen met gewicht

Welkom






Rekenen
- Jas aan de kapstok
- Telefoon in de bak
- Kauwgom in de prullenbak



1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom






Rekenen
- Jas aan de kapstok
- Telefoon in de bak
- Kauwgom in de prullenbak



Slide 1 - Tekstslide

Hoe zit je erbij?
😒🙁😐🙂😃

Slide 2 - Poll

Wat verwacht ik van jullie?


- Je luistert naar de instructie of als een ander praat

- Je doet actief mee met de lessen
Wat mogen jullie van mij verwachten?

-Ik geef je uitleg over de lesstof


- Ik spreek je aan als dit nodig is

Slide 3 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
- getallen in het nieuws
- sommendictee
- Verder oefenen met maten en gewichten
- Werken uit het werkboek 13.4
- Studiemeter: hoofdstuk 13

Slide 4 - Tekstslide

getallen in het nieuws


Welke getallen hoor jij in het filmpje? Schrijf ze op je wisbordje

Slide 5 - Tekstslide

sommendictee
Een dictee van 9 tafelsommen. 

Schrijf alleen het antwoord op. 

Reken in je hoofd, niet hardop.

Slide 6 - Tekstslide

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.
Hoofdstuk 13 - Gewicht - les 4
Doel van de les: rekenen met gewicht

Slide 7 - Tekstslide

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.
Hoofdstuk 13 - Gewicht - les 4
Je oefent rekensommen die over gewicht gaan

Je zorgt dat je alles hebt gemaakt tot en met 13.4

Je maakt alle opgaven in Studiemeter

Je maakt Test Jezelf
Doel van de les:

Slide 8 - Tekstslide

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.
Even herhalen: Gram en kilogram   
100 g is hetzelfde als 0,1 kilogram.
0,1 kilogram = 100 gram.


les 2
Op de weegschaal zie je dat 100 g hetzelfde is als 0,1 kg.



Slide 9 - Tekstslide

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.
13.3  Gram en kilogram   
Femke weegt 0,7 kg mandarijnen af.
0,1 kg = 100 g, 
dus 0,7 kg = 700 g.



les 2

Slide 10 - Tekstslide

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.
13.3  Gram en kilogram   
Je kunt een gewicht in kilogram en gram schrijven als kommagetal in kilogram.




les 2
Hoeveel kilogram wegen de aardappelen?

Slide 11 - Tekstslide

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.
13.3  Gram en kilogram   
les 2
Hoeveel kilogram wegen de aardappelen?
De aardappelen wegen 3 kg en 500 g.
500 g = 0,5 kg.
 
3 kg + 0,5 kg = 3,5 kg.

Slide 12 - Tekstslide

De leerling kent de standaardmaten voor gewicht. (g en kg)

De leerling kan gewicht in grammen en kilogram op een analoge en digitale weegschaal aflezen, omrekenen en als kommagetal opschrijven.
maken
les 2
Maak bladzijde 221 tot en met 225
WAT?
KLAAR?
Oefeningen - Wegen - Weegschalen aflezen 1 + 2 + deeltoets

Slide 13 - Tekstslide