28/5 WKMD Voegwoorden + Code+

                                          Welkom!
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

                                          Welkom!

Slide 1 - Tekstslide

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in de kluis
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 

Slide 2 - Tekstslide

Planning donderdag 28 mei
  • filmpje over het Offerfeest
  • Herhaling voegwoorden
  • schrijfopdracht afmaken/inleveren
  • werken in Code+

Slide 3 - Tekstslide

 lesdoelen 
  • Ik kan een zin maken met eenvoudige voegwoorden. (A1)
  • Ik kan een zin maken met moeilijkere voegwoorden. (A2)
  • Ik kan een korte tekst schrijven over een feest in mijn land.
  • Ik kan zelfstandig werken in Code+.

Slide 4 - Tekstslide

Wat weet je van het Offerfeest?

Slide 5 - Open vraag

 nieuwe woorden
  1. moslim-moslims (مسلم, Müslüman, мусульманин)
  2. wereld (світ, world, عالم, dünya)
  3. feest-feesten (feest vieren-> wij vieren feest)
  4. nadenken (düşünmek, التفكير, роздумувати)
  5. toewijding (відданість, تفانٍ, dedication, adama)
  6. profeet-profeten (peygamber, نبي, пророк)
  7. droom-dromen (сон, حلم, rüya)
  8. offer-offers (teklif, عرض, пропозиція, 

Slide 6 - Tekstslide

filmpje het Offerfeest
  • Vier jij het Offerfeest?
  •  Wat weet je van het Offerfeest?-> woorden opschrijven
  • Ken jij mensen die het Offerfeest vieren?

Slide 7 - Tekstslide

filmpje het Offerfeest (schooltv)
<iframe src="https://player.ntr.nl/index.php?id=WO_NTR_20194586" width="600" height="338" frameborder="0" allow="encrypted-media; geolocation" allowfullscreen=""></iframe>

Slide 8 - Tekstslide

Deze les: inleveren schrijfopdracht
  • Je gaat een tekst schrijven over een feest in jouw land.
  • Boven de tekst schrijf je de titel: de naam van het feest.
  • Je gebruikt voegwoorden.
  • Controleer (check) je tekst met de checklist.

Slide 9 - Tekstslide

Deze les: inleveren schrijfopdracht
Al ingeleverd: Ibrahim, Shuying, Sana, Maja
-> overige leerlingen: uitleg per tweetal

Slide 10 - Tekstslide

 voegwoorden

Slide 11 - Tekstslide

voegwoorden

Slide 12 - Woordweb

Wat zijn voegwoorden?
Voegwoorden zijn plakwoorden.
Ze plakken twee zinnen aan elkaar.
Bijvoorbeeld:
Ik ga naar school en ik neem mijn tas mee.
Hij is thuis, want hij is ziek.


Slide 13 - Tekstslide

voegwoord MAAR (BUT)
Het voegwoord MAAR gebruik je bij een tegenstelling.
Voorbeeld: Op het feest eten we veel vlees, maar we eten geen varkensvlees.

Slide 14 - Tekstslide

voegwoord OMDAT(because)
Het voegwoord 'omdat' is hetzelfde als 'want.'
We schrijven alleen het werkwoord achteraan.
Voorbeeld:
Ik ga niet naar school, omdat ik ziek ben.
(dus niet: omdat ik ben ziek)

Slide 15 - Tekstslide

voegwoord TOEN (WHEN)
Het voegwoord 'toen' geeft een tijd aan.
We schrijven hier ook het werkwoord achteraan.
Voorbeeld:
Toen ik naar school ging, was mijn fiets weg.
(dus niet: Toen ik ging naar school, mijn fiets was weg)

Slide 16 - Tekstslide

voegwoord DUS (SO)
Het voegwoord 'dus' geeft een conclusie aan.
We schrijven hier het werkwoord voor het onderwerp.
Voorbeeld:
Het is een christelijk feest, dus gaan we naar de kerk.
(dus niet: Het is een christelijk feest, dus we gaan naar de kerk)

Slide 17 - Tekstslide

 lesdoelen behaald?
  • Ik kan een zin maken met eenvoudige voegwoorden. (A1)
  • Ik kan een zin maken met moeilijkere voegwoorden. (A2)

Slide 18 - Tekstslide

Dankjewel! Tot de volgende keer!

Slide 19 - Tekstslide