Voortplanting van zaadplanten (Biologie vmbo), les 3: Terugblik quiz

PLANTEN · VOORTPLANTING

Quiz

Terugblik: Voortplanting van zaadplanten

1 / 13
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met tien vragen over ontkieming, bevruchting, zaad en vrucht, overwinteren en bestuiving. Een deel van de vragen gaat over stof voor KB/GT (herkomst van het zaad en overwinteren).

Onderdelen in deze les

PLANTEN · VOORTPLANTING

Quiz

Terugblik: Voortplanting van zaadplanten

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Debivort / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Vul in

Een zaad heeft water, zuurstof en een geschikte temperatuur nodig om te ontkiemen.

water
zuurstof
licht
stuifmeel

Voorwaarden voor ontkieming: water, zuurstof en een geschikte temperatuur. Verwachte fout: licht invullen, dat heeft een zaad meestal niet nodig om te ontkiemen.

Wat ontstaat er uit een bevruchte eicel?

A

Een vruchtbeginsel

B

Een stuifmeelkorrel

C

Een kiempje

D

Een zaadhuid

Uit de bevruchte eicel ontstaat het kiempje in het zaad. Verwachte fout: vruchtbeginsel kiezen, dat is een deel van de bloem dat al voor de bevruchting bestaat.

Een peul bevat 6 erwten. Hoeveel zaadbeginsels werden er bevrucht?

A

Zes

B

Eén

C

Drie

D

Twaalf

Elke erwt is een zaad en elk zaad ontstaat uit een eigen bevrucht zaadbeginsel. Zes erwten betekent dus zes bevruchte zaadbeginsels. Verwachte fout: één kiezen, omdat het een bloem is. Alleen KB/GT hoeft de herkomst van het zaad te kennen.

Zet de ontkieming van een boon op volgorde

1

De wortel breekt door de zaadhuid

2

Het zaad neemt water op

3

De stengel groeit omhoog

4

De eerste blaadjes komen uit

Volgorde zoals op de foto bij de ontkieming: eerst water opnemen, dan de wortel, dan de stengel, dan de blaadjes. Verwachte fout: de stengel voor de wortel zetten.

In de herfst is boven de grond niets meer te zien van een tulp. Hoe overwintert de tulp?

A

Als zaad

B

Met blijvende bovengrondse delen

C

Door in de winter te bloeien

D

Alleen de bovengrondse delen sterven af

Stengel en bladeren sterven af, de bol blijft in de grond. Verwachte fout: als zaad kiezen. Alleen KB/GT.

Waarom laat een eik in de herfst de bladeren vallen?

A

De eik sterft af en groeit weer uit een zaad

B

Zonder bladeren verdampt er in de winter weinig water

C

De eik heeft de bladeren nodig voor de bloei in de winter

D

Door de bladeren dringt kou naar de wortels

In de winter kan de boom weinig water opnemen. Zonder bladeren verdampt er weinig water. Verwachte fout: denken dat de eik doodgaat. De boom leeft en houdt de takken. Alleen KB/GT.

Wat betekent overwinteren?

Goed: de koude winter overleven. Verwachte fout: een winterslaap houden, dat is voor dieren. Alleen KB/GT.

Een bloem zonder meeldraden krijgt geen stuifmeel van buiten. Wat gebeurt er?

A

Er ontstaat geen vrucht met zaden

B

De stuifmeelbuis groeit toch naar het zaadbeginsel

C

De eicel wordt toch bevrucht

D

Het zaadbeginsel groeit toch uit tot een zaad

Zonder stuifmeel is er geen bestuiving en dus geen bevruchting. Zonder bevruchting ontstaan geen zaden. Verwachte fout: denken dat de bloem vanzelf zaden maakt.

Welk deel is met de letter C aangegeven?

A

Stijl

B

Helmknop

C

Stuifmeelbuis

D

Zaadbeginsel

C wijst naar de oranje stuifmeelbuis die naar het zaadbeginsel groeit. Verwachte fout: stijl kiezen, dat is de dikke buis boven het vruchtbeginsel waar de stuifmeelbuis doorheen loopt. Image credit: Eigen afbeelding

In welk deel van de bloem zit de eicel?

A

In de helmknop

B

In het zaadbeginsel

C

In de stempel

D

In de stijl

De eicel zit in het zaadbeginsel, in het vruchtbeginsel. Verwachte fout: helmknop kiezen, daar zit het stuifmeel.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

PLANTEN · VOORTPLANTING

Goed gedaan!

Goed gedaan. Je kent nu de levenscyclus van een zaadplant, bestuiving en bevruchting, het overwinteren en het verschil tussen geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting.

Deze slide heeft geen instructies