Module 7 SPELLING

MODULE 7  -  SPELLING
BLZ. 143

                                                                    (TOETS 4SE1)
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

MODULE 7  -  SPELLING
BLZ. 143

                                                                    (TOETS 4SE1)

Slide 1 - Tekstslide

Onderdelen SPELLING

werkwoordspelling                                meervoud van ZN
interpunctie                                              apostrof en accent
hoofdletters                                              koppelteken en trema

Slide 2 - Tekstslide

mk. opdr 2 blz. 144
timer
5:00

Slide 3 - Tekstslide

INSTAP-OPDRACHT
OPDRACHT 1 BLZ. 145



timer
5:00

Slide 4 - Tekstslide

Maak een zin met een ...
OPDR 1 BLZ. 145

Slide 5 - Tekstslide

Samengestelde zin
Meer dan één PV

Als ik 16 jaar word, mag ik een tattoo.
Ik ben blij, omdat je van mening verandert.

Slide 6 - Tekstslide

INTERPUNCTIE
BLZ. 147
  • PUNT
  • UITROEPTEKEN
  • VRAAGTEKEN
  • DUBBELE PUNT
  • AANHALINGSTEKENS
  • KOMMA

Slide 7 - Tekstslide

zelf nakijken
opdr 4 + 5 blz. 146 
opdr 1 blz. 147 

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Link

HOOFDLETTERS
BLZ. 148

kIJK JE MEE?

Slide 10 - Tekstslide

Doel van deze les

Je weet de regels van
  • meervoud
  • apostrof
  • accent
  • koppelteken
  • trema

Slide 11 - Tekstslide

zelf huiswerk nakijken
OPDR 4 + 6 BLZ. 148, 149


3 OKTOBER:  TOETS SPELLING MODULE 7 (4SE1 - 12%)

Slide 12 - Tekstslide

Hoe schrijf je het meervoud?
baby         melodie      horloge
slee             muis
café             graf         bacterie 

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

De laatste vier leestekens
1. apostrof:  Emma's tas, Max' mobiel. vwo'er, A4'tje. 't regent
2. accent:  café, hé!, crêpes, hét middel tegen haaruitval
3. koppelteken:  zo-even, 60-plusser, Noord-Brabant,
diploma-uitreiking.
4. trema: beïnvloeden, ruïne

Slide 15 - Tekstslide

Noteer het meervoud van 'industrie'.
A
industrieën
B
industriën
C
industries

Slide 16 - Quizvraag

Wat is het meervoud van slee?
A
sleën
B
slees
C
sleeën

Slide 17 - Quizvraag

Wat is het meervoud van zeef?
A
zefen
B
zeven
C
zeeven
D
zeefen

Slide 18 - Quizvraag

Wat is het meervoud van etage?
A
etages
B
etage's

Slide 19 - Quizvraag

Wat is het meervoud van MACHINE?
A
machine's
B
machines

Slide 20 - Quizvraag

Wat is goed?
A
stageüren
B
stage uren
C
stage-uren
D
stageuren

Slide 21 - Quizvraag

Wat is goed?
A
financieel
B
financiëel

Slide 22 - Quizvraag

Wat is goed?
A
naäpen
B
na-apen
C
na apen

Slide 23 - Quizvraag

Wat is goed?
A
ge-introduceerd
B
geintroduceerd
C
geïntroduceerd

Slide 24 - Quizvraag

nakijken opdr 10 + 11,  blz. 149 -151
Klaar?
mk. opdr 13 + 14 

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Link

LEZEN IN JE LEESBOEK


oortjes in mag

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video

Slide 29 - Video

Slide 30 - Video

Slide 31 - Video