Les 1 Externe verslaggeving (H29 havo h39 VWO)

H39 VWO Externe verslaggeving
§1 Verschil interne en externe verslaggeving 
§2 Jaarstukken en modellen
§3 Accountant 
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 5,6

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

H39 VWO Externe verslaggeving
§1 Verschil interne en externe verslaggeving 
§2 Jaarstukken en modellen
§3 Accountant 

Slide 1 - Tekstslide

Beco herkansen?
A
Jup
B
Wrs
C
Nope
D
Nog niet alle cijfers terug

Slide 2 - Quizvraag

Sleep de woorden naar het juiste vak van de Balans.
Balans
Eigen Vermogen

Vaste Activa
Kort Vreemd Vermogen
Vlottende Activa
Lang Vreemd Vermogen
Liquide Middelen

Slide 3 - Sleepvraag

Interne verslaggeving 

Slide 4 - Tekstslide

Waarom maak
je een balans/w&v rekening?

Slide 5 - Woordweb

Jaarverslag: intern/ extern

Slide 6 - Tekstslide

§1 Verschil interne- en externe verslaggeving
  • Tot nu toe: interne balans en winst-en-verliesrekening
  • Interne verslaggeving geeft meer informatie dan je openbaar wilt maken zodat je concurrent deze ook kan zien. (Budgetresultaten) 
  • Interne verslaggeving wordt vaker opgesteld bijv. eens per maand zodat management kan bijsturen

Slide 7 - Tekstslide

Grootte onderneming bepalend voor eisen externe verslaggeving

Slide 8 - Tekstslide

§2     3 soorten regels voor Externe Verslaggeving
  • Inrichtingseisen (bepalingen voor het opstellen van de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens)
  • Publicatie-eisen (hoe de stukken openbaar maken)
  • Controle-eisen (voorschriften voor de controle van de jaarrekening. Accountant speelt een rol hierbij)

Slide 9 - Tekstslide

Het jaarverslag: 3 onderdelen

Slide 10 - Tekstslide

Jaarrekening: 
Balans + Winst-en Verliesrekening + Toelichting op beide
Wat staat er in de Toelichting: gebruikte waarderings-grondslagen, gebeurtenissen na balansdatum, voorstel resultaatbestemming etc.
Verder: een toelichting op specifieke balans- en W&V-posten,
en betalingen aan en het aandelenbezit van directie en commissarissen (zie H.42)

Slide 11 - Tekstslide

Bestuursverslag: geeft een beeld van de toestand van de onderneming op balansdatum, gang van zaken in het boekjaar en de resultaten

Niet uit de balans blijkende verplichtingen:
  • Langdurige verplichtingen (bijv. huurcontracten)
  • Voorwaardelijke verplichtingen (als... dan €.. betalen)
  • Niet verwerkte verplichtingen (rechtszaak met evt. verplichtingen)

Slide 12 - Tekstslide

Jaarverslag NS 
https://www.nsjaarverslag.nl/FbContent.ashx/pub_1000/downloads/NS-Jaarrekening-2019.pdf
Concessie (zie immateriele vaste activa) 

Slide 13 - Tekstslide

Drie soorten vaste activa 

Slide 14 - Tekstslide

Nieuwe regels voor lease

Slide 15 - Tekstslide

Jaarverslag NS 2019

Slide 16 - Tekstslide

Toelichting op de jaarrekening

Slide 17 - Tekstslide

De jaarrekening bestaat tenminste uit:
A
Balans en bestuursverslag
B
Balans, W&V-rekening, toelichting op beide
C
Balans en Winst-& verliesrekening
D
Balans, W&V-rekening en een bestuursverslag

Slide 18 - Quizvraag

§3  Jaarstukken NV's en middelgrote BV's moeten
      accountantsverklaring opnemen in jaarstukken.
Waarom?
Om de belangen van de bij de onderneming betrokken personen en instellingen (stakeholders) te waarborgen.

Ook betrouwbaarheid en continuïteit van automatisering wordt meegenomen.
Uitslag wordt vastgelegd in een controleverklaring.

Slide 19 - Tekstslide

Er zijn regels voor Externe verslaggeving. Dit zijn:
A
Inrichtingseisen, accountantseisen
B
Publicatie-eisen en een verplicht bestuursverslag
C
Controle-, publicatie- en inrichtingseisen
D
Publicatie-eisen en toelichtingseisen.

Slide 20 - Quizvraag

Wat hoort er niet in een jaarrekening?
A
winst- en verliesrekening
B
Balans
C
brutowinstmarge
D
Toelichting

Slide 21 - Quizvraag

Waar publiceren bedrijven wettelijk verplicht hun jaarrekening?
A
Op hun website
B
Bij de belastingdienst
C
Bij de Kamer van Koophandel
D
In de kantine

Slide 22 - Quizvraag

Welke rechtsvormen moeten een jaarrekening opstellen?
A
Eenmanszaak
B
Eenmanszaak en VOF
C
BV en NV
D
Alle rechtvormen

Slide 23 - Quizvraag

Welke beweringen over de jaarrekening zijn juist?
A
Een jaarrekening is een overzicht van bezittingen, schulden en eigen vermogen op een bepaald moment.
B
De jaarrekening is onderdeel van het jaarverslag.
C
Een externe jaarrekening is veel gedetailleerder dan een interne jaarrekening.
D
De externe jaarrekening wordt opgesteld voor aandeelhouders en andere stakeholders.

Slide 24 - Quizvraag

Vaste Activa
Vlottende Activa
Liquide middelen

Slide 25 - Sleepvraag

De jaarrekening bestaat tenminste uit:
A
Balans en bestuursverslag
B
Balans, W&V-rekening, toelichting op beide
C
Balans en Winst-& verliesrekening
D
Balans, W&V-rekening en een bestuursverslag

Slide 26 - Quizvraag

Op de balans is activa hetzelfde als..
A
bezittingen
B
schulden
C
eigen vermogen
D
goederen die niet verkocht worden

Slide 27 - Quizvraag

Vwo H40  Regels voor de activa 

§1 Waarderingsgrondslagen
§2 Vaste activa
§3 Vlottende activa 

Slide 28 - Tekstslide

Immateriele vaste activa
Materiële vaste activa
Financiële vaste activa
Vlottende activa
Eigen Vermogen
Lang vreemd vermogen
Kort vreemd vermogen
Deelneming
Vooruit betaalde bedragen
Agio Reserve
Obligatielening
Onderhandse lening
Crediteuren
Nog te betalen btw
Kas
Octrooien

Slide 29 - Sleepvraag

40.1 Waarderingsgrondslagen
De waarderingsgrondslag: de wijze waarop activa in de externe balans worden gewaardeerd. 
  • Verkrijgingsprijs: de inkoopprijs plus bijkomende kosten.                   Het werkelijk betaalde bedrag → historische aanschafprijs. 
  • Vervaardigingsprijs (volgende slide)
  • Actuele waarde is de waarde op het waarderingsmoment (bijv. balansdatum) →  herwaarderingsreserve op creditzijde balans.

Slide 30 - Tekstslide

Vervaardigingsprijs: 
de aanschafprijs van gebruikte grond- en hulpstoffen, materialen, etc. (direct toe te rekenen) + redelijk deel van níet toe te rekenen kosten (ck)

Kosten van onderzoek en ontwikkeling --> ontwikkelen van producten kan duur zijn  --> deze kosten zitten ook in de vervaardigingsprijs

Slide 31 - Tekstslide

Minimumwaarderingsregel
Uit voorzichtigheidsoogpunt mag je een actief niet voor een hoger bedrag waarderen (op de balans zetten) dan het waard is. 

VB: product is ingekocht voor €5,- per stuk. Je kunt het verkopen voor nog maar €3,50. Dan waardeert de onderneming dit product voor de laagste prijs: €3,50

Slide 32 - Tekstslide

Wat zijn materiële vaste activa?
A
Gebouwen, deelneming en goodwill
B
Gebouwen, inventaris en auto
C
Auto, grond en deelneming
D
Grond, gebouwen en goodwill

Slide 33 - Quizvraag

40.2  Vaste activa             Immateriële V.A.:
Activa die je niet kunt zien of aanraken maar wel een waarde hebben. 

  • R&D: kosten van onderzoek en ontwikkeling
  • Concessie: recht om iets te exploiteren (gasveld, 4G-netwerk)
  • Vergunning: recht op plaatsing verkoopkraam
  • Licentie: recht om een door een ander bedrijf ontwikkelde toepassing of product te gebruiken en exploiteren.
  • Goodwill: overnameprijs van een onderneming - eigen vermogen (vergoeding voor goede reputatie en klanten van de onderneming)

Slide 34 - Tekstslide


Slide 35 - Open vraag

Materiële vaste activa
  • Gebouwen
  • Installaties
  • Machines
  • Auto's 
  • Inventaris 

Slide 36 - Tekstslide

Financiële vaste activa 
  • Deelnemingen: bij kapitaalverschaffing (aandelen kopen in ander bedrijf) én duurzame band én gericht op eigen werkzaamheden
  • Vorderingen op groepsmaatschappijen 
  • Effecten (als belegging langer dan een jaar is)



Slide 37 - Tekstslide

Immateriele vaste activa
Materiële vaste activa
Financiële vaste activa
Vlottende activa
Eigen Vermogen
Lang vreemd vermogen
Voorzieningen
Kort vreemd vermogen
Deelneming
Vooruit betaalde bedragen
Agio Reserve
Obligatielening
Onderhandse lening
Crediteuren
Nog te betalen btw
Kas
Octrooien

Slide 38 - Sleepvraag

5% of meer van de aandelen in bezit: meldingsplicht
> 50% bezit van de aandelen: meerderheidsbelang
< 50% bezit van de aandelen: minderheidsbelang

> 50% zeggenschap  of  meer dan de helft v.d. bestuurders of commissarisen benoemen = dochtermaatschappij

Slide 39 - Tekstslide

Het doel van een deelneming is:
A
Langdurige samenwerking gericht op eigen werkzaamheden
B
Winst maken als je het weer verkoopt
C
Beleggen van overtollige kasmiddelen
D
Zeggenschap krijgen in een ander bedrijf

Slide 40 - Quizvraag

Deelnemingen of effecten?

Slide 41 - Tekstslide

Intrinsieke waarde
voorziening
effecten
deelneming
Goodwill
Eigen vermogen
vreemd lang vermogen
liquide middelen
financiële vaste activa
Immateriele vaste activa

Slide 42 - Sleepvraag

Een licentie is:
A
het recht om een bepaald gebied te exploiteren
B
Kosten van product-ontwikkeling
C
De overnameprijs van een bedrijf
D
exploitatie van een door een ander bedrijf ontwikkeld product

Slide 43 - Quizvraag

Immateriele vaste activa
Materiële vaste activa
Financiële vaste activa
Vlottende activa
Eigen Vermogen
Lang vreemd vermogen
Voorzieningen
Kort vreemd vermogen
Goodwill
Vergunningen
Bedrijfsauto
Machines
Gebouw
Debiteuren
Voorraden
Effecten
Rekening courant krediet
Nettowinst

Slide 44 - Sleepvraag

De verkrijger heeft alleen recht van grondstofwinning in een bepaald gebied, vaak heeft dit een publiekelijk belang. Wordt afgegeven door de overheid

Vergunningen, goodwill, concessies, R&D

Heeft als doel op langer termijn invloed uit te kunnen oefenen op een andere onderneming (zeggenschap).

Dit zijn geactiveerde kosten op de balans. Hierop wordt gedurende jaren afgeschreven.

Deelnemingen

Concessies

Research & development kosten

Vaste immateriële activa

Slide 45 - Sleepvraag

Immateriele vaste activa
Materiële vaste activa
Financiële vaste activa
Vlottende activa
Eigen Vermogen
Lang vreemd vermogen
Kort vreemd vermogen
Deelneming
Vooruit betaalde bedragen
Agio Reserve
Obligatielening
Onderhandse lening
Crediteuren
Nog te betalen btw
Kas
Octrooien

Slide 46 - Sleepvraag