klankgroepenwoord groep 4

Het Klankgroepenwoord
4 stappen
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpellingBasisschoolGroep 4-8

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Het Klankgroepenwoord
4 stappen

Slide 1 - Tekstslide

Stap 1
Ik verdeel het woord in klankgroepen

Stoppen: sto-ppen
De klankgroep is sto

Slapen: slaa-pen
De klankgroep is slaa

Slide 2 - Tekstslide

Stap 1
Ik verdeel het woord in klankgroepen

Groepen: groe-pen
De klankgroep is groe

Paarden: paar-den
De klankgroep is paar

Slide 3 - Tekstslide

Even oefenen!
Wat is de klankgroep van het woord
reizen

Slide 4 - Open vraag

Even oefenen!
Wat is de klankgroep van het woord
sprinten

Slide 5 - Open vraag

Even oefenen!
Wat is de klankgroep van het woord
tafel

Slide 6 - Open vraag

Even oefenen!
Wat is de klankgroep van het woord
lessen

Slide 7 - Open vraag

Stap 2
Ik bepaal de laatste klank van de klankgroep

Stoppen: sto-ppen
De klankgroep is sto -> de laatste klank is o

Slapen: slaa-pen
De klankgroep is slaa -> de laatste klank is aa

Slide 8 - Tekstslide

Stap 2
Ik bepaal de laatste klank van de klankgroep

Groepen: groe-pen
De klankgroep is groe -> de laatste klank is oe

Paarden: paar-den
De klankgroep is paar -> de laatste klank is r

Slide 9 - Tekstslide

Even oefenen!
Wat is de klankgroep van het woord
tafel?

Slide 10 - Open vraag

Even oefenen!
Wat is de klankgroep van het woord
reizen?

Slide 11 - Open vraag

Even oefenen!
Wat is de klankgroep van het woord
sprinten?

Slide 12 - Open vraag

Even oefenen!
Wat is de klankgroep van het woord
lessen?

Slide 13 - Open vraag

Stap 3
  1. korte klank
lange klank
tweetekenklank
medeklinker

Slide 14 - Tekstslide

Stap 3
Ik bepaal de groep 

Stoppen: sto-ppen
De klankgroep is sto -> de laatste klank is o -> korte klank

Slapen: slaa-pen
De klankgroep is slaa -> de laatste klank is aa -> lange klank

Slide 15 - Tekstslide

Stap 3
Ik bepaal de groep

Groepen: groe-pen
De klankgroep is groe -> de laatste klank is oe -> tweetekenklank

Paarden: paar-den
De klankgroep is paar -> de laatste klank is r -> medeklinker

Slide 16 - Tekstslide

Bij welke groep hoort de laatste klank van het woord
reizen?
A
korte klank
B
lange klank
C
tweetekenklank
D
medeklinker

Slide 17 - Quizvraag

Bij welke groep hoort de klankgroep van het woord
sprinten?
A
korte klank
B
lange klank
C
tweetekenklank
D
medeklinker

Slide 18 - Quizvraag

Bij welke groep hoort de klankgroep van het woord
tafel?
A
korte klank
B
lange klank
C
tweetekenklank
D
medeklinker

Slide 19 - Quizvraag

Bij welke groep hoort de klankgroep van het woord
lessen?
A
korte klank
B
lange klank
C
tweetekenklank
D
medeklinker

Slide 20 - Quizvraag

Stap 4
Ik bepaal wat ik moet doen





Denk aan de regels!

Slide 21 - Tekstslide

Korte klank? Ik schrijf de medeklinker dubbel!



Stoppen: sto-ppen
De klankgroep is sto -> de laatste klank is o -> korte klank >     dus een dubbele medeklinker >
Ik schrijf: stoppen 

Slide 22 - Tekstslide

Lange klank? Ik neem een stukje van de klank weg!



Slapen: slaa-pen
De klankgroep is slaa -> de laatste klank is aa -> lange klank> dus neem ik er eentje weg > ik schrijf: slapen

Slide 23 - Tekstslide

Tweetekenklank? Ik schrijf het woord zoals ik het hoor!


Groepen: groe-pen
De klankgroep is groe -> de laatste klank is oe -> tweetekenklank > ik schrijf het zoals ik het hoor >
Ik schrijf: groepen 

Slide 24 - Tekstslide

Medeklinker? Ik schrijf het woord zoals ik het hoor!



Paarden: paar-den
De klankgroep is paar -> de laatste klank is r -> medeklinker> dus ik schrijf het woord zoals ik het hoor >
Ik schrijf: paarden 

Slide 25 - Tekstslide

Een stapje moeilijker:
Welke staalmannetjes horen er bij het woord: augustus?
A
klankgroepenwoord, klankgroepenwoord
B
klankgroepenwoord, eeuw-ieuw woord
C
klankgroepenwoord, zingwoord
D
klankgroepenwoord, plankwoord

Slide 26 - Quizvraag


A

Slide 27 - Quizvraag

Nog een laatste vraag!
Welke staalmannetjes horen er bij het woord: de bewondering?
Typ het antwoord

Slide 28 - Open vraag

Wat vond je van deze les? En wat hebben jullie geleerd deze les?
Typ het antwoord

Slide 29 - Open vraag