Les 4: Verpakken en etiketteren

1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
GroenMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

2.1 Wat is selecteren?
A
Producten oogsten en vervoeren
B
Producten bij elkaar leggen die bij elkaar horen
C
Producten verpakken
D
Producten uitzoeken

Slide 10 - Quizvraag

2.2 Wat kan er gebeuren als een producent zich bij het selecteren niet houdt aan de selecteereisen?
A
Dan moet hij de levering opnieuw verpakken.
B
Dan moet hij de levering terugnemen of een boete betalen.
C
Dan moet hij het product opnieuw oogsten
D
DIT ANTWOORD IS HET NIET! ;-)

Slide 11 - Quizvraag

2.3 Welke selecteereisen gelden onder andere voor tomaten die worden verkocht in de supermarkt?
A
Ze zijn helemaal rood en ze zijn ziektevrij. Ze mogen beschadigd zijn.
B
Ze zijn nog niet helemaal rood en ze zijn ziektevrij.
C
Ze zijn rood, onbeschadigd en ziektevrij.
D
Ze zijn nog niet helemaal rood, ze zijn onbeschadigd en ziektevrij.

Slide 12 - Quizvraag

2.4 Welke selecteereisen gelden onder andere voor tomaten die nog een lange reis moeten maken?
A
Ze zijn helemaal rood en zijn ziektevrij. Ze mogen beschadigd zijn.
B
Ze zijn nog niet helemaal rood en ze zijn ziektevrij.
C
Ze zijn rood, onbeschadigd en ziektevrij.
D
Ze zijn nog niet helemaal rood, ze zijn onbeschadigd en ziektevrij.

Slide 13 - Quizvraag

2.5 Hoe komt het dat er na het selecteren steeds meer voedsel vernietigd wordt?
A
De eisen van de afnemer zijn steeds strenger geworden.
B
De producten zijn slechter van kwaliteit geworden.
C
Mensen lusten geen groente .

Slide 14 - Quizvraag

2.6 Wie hebben ervoor gezorgd dat de selecteereisen aan agrarische producten soms minder streng zijn geworden?
A
De supermarkten die agrarische producten verkopen.
B
Groepen consumenten die agrarische producten verkopen.
C
Restaurants die agrarische producten inkopen

Slide 15 - Quizvraag

2.7 Hoe kan de verwerkende industrie voedselverspilling tegengaan?
A
Door producten die niet voldoen aan de eisen van veel afnemers te verwerken tot een nieuw product.
B
Door kwalitatief goede producten te verwerken tot een nieuw product.
C
Door producten die niet voldoen aan de eisen van veel afnemers te vernietigen.

Slide 16 - Quizvraag

2.8 Wat is sorteren?
A
Producten oogsten en vervoeren.
B
Producten bij elkaar leggen die bij elkaar horen.
C
Producten verpakken.
D
Producten verwijderen die niet aan de eisen voldoen.

Slide 17 - Quizvraag

2.9 Wanner een komkommer aan alle eisen van kwaliteit voldoet, zal deze komkommer ingedeeld worden in klasse:
A
1
B
2
C
3
D
Extra

Slide 18 - Quizvraag

2.10 Gelden deze sorteereisen wel of niet voor tomaten die verkocht worden in de supermarkt?
A
Wel/ Wel/ Wel/ Niet/Niet/Wel

Slide 19 - Quizvraag

2.11 Noem een voorbeeld van een omverpakking?
A
Een krop sla in een plastic zak.
B
Een krop sla in een plastic hoes.
C
Tien kroppen sla in een doos.
D
Tien kroppen sla op het land.

Slide 20 - Quizvraag

2.12 Geef een voorbeeld van een verpakking met statiegeld?
A
Een kartonnen door met bananen.
B
Een pak melk in een supermarkt.
C
Een emmer met bloemen voor de veiling.

Slide 21 - Quizvraag

2.13 Welke informatie kun je onder andere vinden op een omverpakking van agrarische producten?
A
De kwaliteitsklasse van de producent.
B
De kwaliteitsklasse van het product.
C
De kwaliteitsklasse van de verpakking.
D
De kwaliteitsklasse van de afnemer.

Slide 22 - Quizvraag

2.14 Wat is belangrijk bij het verpakken van agrarische producten?
A
Zo snel mogelijk de verpakkingswerkzaamheden uitvoeren.
B
Een verpakking vullen tot hij vol is.
C
Zelf een werkwijze bedenken.
D
Handen wassen of handschoenen aantrekken voordat je begint.

Slide 23 - Quizvraag

2.15 Wat is een voorbeeld van een verpakking voor de consument?
A
Een krat met bloemkolen.
B
Een kist met bloemkolen.
C
Een doos met bloemkolen.
D
Een zakje met gewassen bloemkool

Slide 24 - Quizvraag

2.16 Wat wil een fabrikant met een eyecatcher?
A
Kwaliteit behouden.
B
Bederf tegengaan.
C
Verkoop bevorderen. Informatie over het product geven.

Slide 25 - Quizvraag

2.17 Op een verpakking voor consumenten staat veel informatie. Waarom staat er een productiedatum of partijcode op een verpakking?
A
Dan kan de fabrikant de fout opzoeken als er iets mis is met het product.
B
Dan weet je uit welke plaats het product komt.
C
Dan kan de kassamedewerker de prijs scannen.
D
Dan weet je wat de houdbaarheid is.

Slide 26 - Quizvraag

2.18 Wat is een eigenschap van plastic?
A
Plastic is onbreekbaar.
B
Plastic laat geen licht door.
C
Plastic ademt.

Slide 27 - Quizvraag

Tekst

Slide 28 - Tekstslide

Einde les

Slide 29 - Tekstslide