Herhaling jaar 2 (havo/vwo 1 B boek unité 5-7) voor havo3

Terugblik en herhaling jaar 2
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Terugblik en herhaling jaar 2

Slide 1 - Tekstslide

Wat weet je nog over de onderwerpen Styles, Bon appétit et En ligne?

Slide 2 - Woordweb

vouloir
prendre
faire
avoir
willen
doen, maken
hebben
nemen

Slide 3 - Sleepvraag

Slide 4 - Tekstslide

Il ________ (faire) beau.
A
faire
B
fait
C
font
D
fais

Slide 5 - Quizvraag

Je ______ (faire) mes devoirs?

Slide 6 - Open vraag

Nous ________ (vouloir) aller ensemble à la fête.
A
voulons
B
veux
C
voulez
D
veut

Slide 7 - Quizvraag

Tu ________ (vouloir) inviter tes amis?

Slide 8 - Open vraag

Je _______ (prendre) du pain avec de la confiture.
A
prennent
B
prends
C
prend
D
prenons

Slide 9 - Quizvraag

Ils _________ (prendre)
Ils ____________ (prendre) le métro?

Slide 10 - Open vraag

Op een schaal van 1-10:
hoe goed beheers je deze werkwoorden?

Slide 11 - Woordweb

Wat weten jullie nog over het bijvoeglijk naamwoord?
Hoe maak je hem? Op welke plaats staat het bnw? Wat zijn de vervoegingen?

Slide 12 - Woordweb

Welk bnw is correct vervoegd?
(Meerdere antwoorden zijn mogelijk)
A
un jean vert (m, ev)
B
une grande fille (v, ev)
C
une beau jupe (v, ev)
D
des parents sportifs (m, mv)

Slide 13 - Quizvraag

Welke vorm van het onregelmatige bnw mooi (beau) is goed gebruikt?
A
une beau jupe (v, ev)
B
une belle jupe (v, ev)
C
des belles garçons (m, mv)
D
des beaux filles (v, mv)

Slide 14 - Quizvraag

Welk bnw staat op de juiste plek?
(meerdere antwoorden mogelijk)
A
une histoire belle
B
les grands frères
C
un bleu jean
D
une voiture rouge

Slide 15 - Quizvraag

Passé composé

Slide 16 - Tekstslide

Wat heb je altijd nodig voor het maken van een passé composé?
Uit hoeveel delen bestaat de p.c.?

Slide 17 - Open vraag

On a habité
A
présent (nu)
B
passé composé (verleden tijd)

Slide 18 - Quizvraag

elle regarde
A
présent
B
passé composé

Slide 19 - Quizvraag

tu _________ (parler)

passé composé
A
tu as parlé
B
tu est parlé
C
tu parles
D
tu parle

Slide 20 - Quizvraag

Ils ____________ (envoyer)

passé composé
A
ont envoyé
B
sont envoyé
C
envoyais
D
envoyait

Slide 21 - Quizvraag

Waarom is: - je dansé - fout?
Wat mist er?

Slide 22 - Open vraag

Slide 23 - Tekstslide

Schrijf in letters op: 33

Slide 24 - Woordweb

Schrijf in letters op: 68

Slide 25 - Woordweb

Wat is 80 ook alweer?
A
huitènte
B
soixante-vingt
C
quatre-vingt-dix
D
quatre-vingts

Slide 26 - Quizvraag

Slide 27 - Tekstslide

(Bij) het delend lidwoord......:
(meerdere antwoorden goed)
A
moet je letten op een woord van hoeveelheid
B
moet je letten op het aantal personen
C
moet je letten op een ontkenning
D
heeft in het Nederlands geen lidwoord

Slide 28 - Quizvraag

een stuk
een kilo
veel
een fles
un morceau
beaucoup
une bouteille
un kilo

Slide 29 - Sleepvraag

Hoe vertaal je:
Je voudrais du pain.

Slide 30 - Open vraag

Exit ticket: Noem 2 dingen/onderdelen die je nog goed wist:

Slide 31 - Open vraag

Exit ticket: noem 1 ding die je nog steeds heel lastig vindt of niet (goed) begrijpt:

Slide 32 - Open vraag