WELVAART · ARBEIDSMARKT
Quiz
Terugblik: Arbeidsmarkt en werkloosheid
WELVAART · ARBEIDSMARKT
Quiz
Terugblik: Arbeidsmarkt en werkloosheid
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Rob Bogaerts / Anefo / Nationaal Archief, Wikimedia Commons, CC0
Tom werkt 25 uur per week, Sara zoekt actief werk. Wie telt mee in het arbeidsaanbod?
Alleen Tom
Alleen Sara
Allebei
Geen van beiden
Het arbeidsaanbod is de beroepsbevolking: werkenden en werklozen. Verwachte fout: alleen de werklozen of alleen de werkenden.
Vacatures nemen toe, de werkgelegenheid blijft gelijk. Wat doet de arbeidsvraag?
Ze stijgt
Ze daalt
Ze blijft gelijk
Dat kun je niet zeggen
Arbeidsvraag = werkgelegenheid + vacatures, dus meer vacatures betekent meer arbeidsvraag. Verwachte fout: denken dat alleen de werkgelegenheid telt.
Beroepsbevolking 5.000, arbeidsvraag 4.740 (x 1.000). Werklozen min vacatures?
240
5.740
4.740
260
Arbeidsaanbod min arbeidsvraag: 5.000 - 4.740 = 260, en dat is gelijk aan werklozen min vacatures. Verwachte fout: de getallen optellen (5.740).
Welke vorm hoort niet bij flexwerk?
Een oproepkracht
Een vast contract bij een werkgever
Een uitzendkracht
Een tijdelijk contract
Flexwerk is werk zonder vast contract. Verwachte fout: de oproepkracht niet als flexwerk zien.
Een jurist zoekt twee maanden werk tussen twee banen. Welke werkloosheid?
Frictiewerkloosheid
Conjuncturele werkloosheid
Werkloosheid door technologie
Geen werkloosheid, want ze is zzp'er
Zoektijd tussen twee banen is frictiewerkloosheid. Verwachte fout: conjuncturele werkloosheid, omdat het tijdelijk is.
Verkoop zakt in laagconjunctuur, een fabriek ontslaat. Welke werkloosheid?
Frictiewerkloosheid
Werkloosheid door een mismatch
Conjuncturele werkloosheid
Structurele werkloosheid door technologie
De oorzaak is te weinig vraag in een laagconjunctuur: conjunctureel. Verwachte fout: structurele werkloosheid kiezen.
Zelfscankassa's vervangen kassamedewerkers. Welke werkloosheid kan dat geven?
Conjuncturele werkloosheid
Structurele werkloosheid
Werkloosheid door een hogere arbeidsvraag
Werkloosheid door flexwerk
Technologie laat banen blijvend verdwijnen: structurele werkloosheid. Verwachte fout: conjuncturele werkloosheid.
Er zijn weinig werklozen en veel vacatures. Wat verwacht je van de loonontwikkeling?
De lonen dalen waarschijnlijk
Lonen hangen niet samen met de arbeidsmarkt
De lonen stijgen zeker niet
De lonen stijgen waarschijnlijk sneller
Bij een krappe arbeidsmarkt stijgen de lonen vaak sneller. Verwachte fout: denken dat er geen verband is.
Werklozen stijgen in aantal, het percentage daalt. Hoe kan dat?
De werkgelegenheid neemt sterk af
Er komen minder vacatures bij
De arbeidsvraag daalt mee
De beroepsbevolking groeit relatief sneller
Het percentage is werklozen : beroepsbevolking; groeit de noemer sneller, dan daalt het percentage. Verwachte fout: alleen naar het aantal werklozen kijken.
Een oproepkracht werkt alleen als het bedrijf belt. Wat betekent dat voor haar?
Meer zekerheid dan bij een vast contract
Onzekerheid over werk en inkomen
Een hoger loon door het vaste contract
Eigen rekening en risico als zzp'er
Flexwerk geeft onzekerheid over werk en inkomen. Verwachte fout: oproepkracht en zzp'er door elkaar halen.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
WELVAART · ARBEIDSMARKT
Goed gedaan!
Je kunt nu de arbeidsmarkt met begrippen beschrijven, werkloosheid en loonontwikkeling berekenen en structurele (incl. frictie) en conjuncturele werkloosheid onderscheiden. Bij elke examenvraag: welk begrip, welke formule, welke eenheid.
Deze slide heeft geen instructies