Arbeidsmarkt en werkloosheid (Economie vwo), les 2: Examentraining

WELVAART · ARBEIDSMARKT

Examentraining

Arbeidsmarkt en werkloosheid: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vragen over rekenen met arbeidsmarktgegevens, procent en procentpunt, soorten werkloosheid herkennen en flexwerk en zzp.

Onderdelen in deze les

WELVAART · ARBEIDSMARKT

Examentraining

Arbeidsmarkt en werkloosheid: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Rob Bogaerts / Anefo / Nationaal Archief, Wikimedia Commons, CC0

WELVAART · ARBEIDSMARKT

Wat ga je kunnen?

Ik kan arbeidsmarktgegevens lezen en verwerken, procenten en procentpunten onderscheiden en soorten werkloosheid herkennen in een situatie.

Deze slide heeft geen instructies

WELVAART · ARBEIDSMARKT

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: welke gegevens staan er en in welke eenheid (x 1.000, %)?

  • 2. Kies: welk begrip of welke formule hoort bij de vraag?

  • 3. Reken: werk stap voor stap en gebruik de juiste basis (beroepsbevolking, beginwaarde).

  • 4. Check: past de eenheid (procent of procentpunt) en is de uitkomst logisch?

Deze slide heeft geen instructies

WELVAART · ARBEIDSMARKT

Vraagtype 1: berekenen met arbeidsmarktgegevens

  • Arbeidsvraag = werkgelegenheid + openstaande vacatures.

  • Werklozen = beroepsbevolking min werkenden.

  • Werkloosheidspercentage = werklozen : beroepsbevolking x 100%.

  • Let op de eenheid: bij (x 1.000) blijft je antwoord ook x 1.000.

Deze slide heeft geen instructies

Werkgelegenheid 3.150, vacatures 80 (x 1.000). Hoe groot is de arbeidsvraag?

A

3.070

B

3.230

C

3.150

D

3.310

3.150 + 80 = 3.230. Verwachte fout: de vacatures aftrekken (3.070) of alleen de werkgelegenheid noemen (3.150).

Beroepsbevolking 3.200, werkenden 2.976 (x 1.000). Wat is het werkloosheidspercentage?

A

7%

B

7,5%

C

8%

D

6%

Werklozen 3.200 - 2.976 = 224; 224 : 3.200 = 0,07. Verwachte fout: delen door de werkenden (224 : 2.976 = 7,5%).

WELVAART · ARBEIDSMARKT

Vraagtype 2: procent en procentpunt

  • Verschil tussen twee percentages: procentpunt.

  • Procentuele verandering: (nieuw - oud) : oud x 100%, met het beginpunt als basis.

  • Loonontwikkeling is een procentuele verandering van het loon.

  • Noem altijd de eenheid: procentpunt of procent.

Deze slide heeft geen instructies

Werkloosheid daalt van 8% naar 6%. Met hoeveel procentpunt?

A

25 procentpunt

B

1,33 procentpunt

C

2 procentpunt

D

4 procentpunt

8 - 6 = 2 procentpunt. Procentueel is de daling 25%. Verwachte fout: de procentuele verandering (25) als procentpunt noemen.

Het uurloon stijgt van 25 naar 26 euro. Wat is de loonontwikkeling?

A

1%

B

4%

C

3,8%

D

26%

1 : 25 x 100% = 4%. Verwachte fout: delen door het nieuwe loon (3,8%) of het verschil in euro als procent opschrijven (1%).

WELVAART · ARBEIDSMARKT

Containerterminal in de haven van Rotterdam, 1973

Vraagtype 3: soorten werkloosheid

  • Structurele werkloosheid blijft bestaan en omvat de frictiewerkloosheid.

  • Conjuncturele werkloosheid hoort bij de laagconjunctuur en verdwijnt bij herstel.

  • Vacatures en werklozen tegelijk wijzen op een mismatch of zoektijd.

  • Zoek in de situatie: tijdelijk of blijvend, en hoort het bij de conjunctuur?

Image credit: Nationaal Archief, Fotocollectie Nederlandse Heidemaatschappij / Wikimedia Commons, CC0

Welke werkloosheid valt niet onder structurele werkloosheid?

A

Frictiewerkloosheid

B

Werkloosheid door een mismatch

C

Werkloosheid door technologie

D

Conjuncturele werkloosheid

Frictiewerkloosheid, mismatch en technologie zijn structureel; conjuncturele werkloosheid hoort bij de conjunctuur. Verwachte fout: frictiewerkloosheid kiezen omdat het tijdelijk is.

Vacatures en werklozen tegelijk: één oorzaak?

Goed antwoord: mismatch (opleiding of regio), of zoektijd. Verwachte fout: 'te weinig vraag naar producten', dat is een oorzaak van conjuncturele werkloosheid.

WELVAART · ARBEIDSMARKT

Vraagtype 4: flexwerk en zzp

  • Flexwerk: tijdelijk contract, uitzendkracht of oproepkracht.

  • Zzp'er: werkt voor eigen rekening en risico en krijgt betaald per opdracht.

  • Een zzp'er is geen werknemer; een flexwerker wel.

  • Vraag bij een situatie: wie draagt het risico en is er een contract als werknemer?

Deze slide heeft geen instructies

Een bezorger werkt per opdracht voor eigen rekening, zonder personeel. Wat is hij?

A

Een flexwerker met tijdelijk contract

B

Een werknemer met een vast contract

C

Een uitzendkracht

D

Een zzp'er

Eigen rekening en risico, per opdracht en zonder personeel: zzp'er. Verwachte fout: uitzendkracht, omdat hij geen vast contract heeft.

Vul in

Een zzp'er krijgt betaald per opdracht, terwijl flexwerk werk zonder vast contract is.

zzp'er
opdracht
flexwerk
uitkering
loonontwikkeling

Zzp'er: betaald per opdracht. Flexwerk: werk zonder vast contract. Verwachte fout: de eerste twee gaten verwisselen.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Berekenen met arbeidsmarktgegevens

2

Procent en procentpunt

3

Soorten werkloosheid

4

Flexwerk en zzp

Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen.

WELVAART · ARBEIDSMARKT

Tips voor op het examen

  • Percentage van werkloosheid: altijd delen door de beroepsbevolking.

  • Verschil tussen twee percentages is procentpunt; procentuele verandering rekent met het beginpunt.

  • Structurele werkloosheid omvat de frictiewerkloosheid; conjuncturele werkloosheid komt er in een laagconjunctuur bij.

  • Noem in je antwoord het begrip en de reden uit de situatie.

Deze slide heeft geen instructies