Arbeidsmarkt en werkloosheid (Economie vmbo), les 2: Examentraining

PRODUCENT · WERK EN WERKLOOSHEID

Examentraining

Arbeidsmarkt en werkloosheid: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met casusvragen over het herkennen van soorten werkloosheid, rekenen met het werkloosheidspercentage, het UWV en het kiezen van maatregelen tegen werkloosheid.

Onderdelen in deze les

PRODUCENT · WERK EN WERKLOOSHEID

Examentraining

Arbeidsmarkt en werkloosheid: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Smiley.toerist / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

PRODUCENT · WERK EN WERKLOOSHEID

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over de arbeidsmarkt en werkloosheid beantwoorden met een casus.

Deze slide heeft geen instructies

PRODUCENT · WERK EN WERKLOOSHEID

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: de casus. Wie heeft geen werk en waarom?

  • 2. Zoek: wat wordt gevraagd: een soort werkloosheid, een berekening of een maatregel.

  • 3. Reken of kies: reken stap voor stap en controleer twee keer, of kies de term die bij de oorzaak past.

  • 4. Controleer: klopt het antwoord met het verhaal?

Deze slide heeft geen instructies

PRODUCENT · WERK EN WERKLOOSHEID

Bollenvelden bij Noordwijk, 2003

Vraagtype 1: soort werkloosheid herkennen

  • Kijk naar de oorzaak: tijd (frictie), minder vraag (conjunctureel) of de economie verandert (structureel).

  • Bollenpluk is werk voor een korte tijd in het jaar: seizoenswerkloosheid.

Alle leerwegen. De foto laat tulpenvelden zien: werk in een bepaald seizoen. Image credit: Richardkiwi / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Daan rondt zijn opleiding af en zoekt al twee maanden een baan. Welke werkloosheid?

A

Seizoenswerkloosheid

B

Frictiewerkloosheid

C

Conjuncturele werkloosheid

D

Structurele werkloosheid

Daan zoekt nog: vraag en aanbod vinden elkaar niet meteen. Verwachte fout: structureel, omdat het lang lijkt te duren.

Een supermarkt vervangt kassamedewerkers door zelfscankassa's. Welke werkloosheid?

A

Structurele werkloosheid

B

Frictiewerkloosheid

C

Seizoenswerkloosheid

D

Conjuncturele werkloosheid

Nieuwe techniek verandert de economie: structurele werkloosheid. Verwachte fout: conjunctureel kiezen.

PRODUCENT · WERK EN WERKLOOSHEID

Vraagtype 2: rekenen met werkloosheid

  • Werkloosheidspercentage = werklozen : beroepsbevolking x 100%.

  • Verandering in procenten = verandering : beginwaarde x 100%.

Alle leerwegen. Reken twee keer na.

De beroepsbevolking is 2.000 personen, waarvan 160 werkloos. Werkloosheidspercentage?

A

92%

B

12,5%

C

8%

D

16%

160 : 2.000 = 0,08 = 8%. Verwachte fouten: het percentage werkenden (92%), andersom delen (12,5) of delen door 1.000 (16%).

Het aantal vacatures steeg van 500 naar 600. Met hoeveel procent steeg het?

A

16,7%

B

20%

C

100%

D

120%

(600 - 500) : 500 x 100% = 20%. Verwachte fout: delen door 600 (16,7%).

PRODUCENT · WERK EN WERKLOOSHEID

UWV-kantoor in Breda, 2015

Vraagtype 3: cijfers en het UWV

  • Werkloosheidscijfers missen verborgen werkloosheid en niet officieel vervulde vacatures.

  • Het UWV registreert werklozen, bemiddelt, regelt uitkeringen, verwijst en helpt bij scholing.

Alle leerwegen. Image credit: G.Lanting / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Lisa wil werken, maar meldt zich nergens, want er is toch geen werk. Welke term?

A

Frictiewerkloosheid

B

Seizoenswerkloosheid

C

Regionale werkloosheid

D

Verborgen werkloosheid

Zij wil werken maar telt niet mee in de cijfers: verborgen werkloosheid.

Welke taak heeft het UWV?

A

De belasting voor bedrijven verlagen

B

Het loon van werknemers vaststellen

C

Nieuwe fabrieken laten bouwen

D

Een uitkering regelen voor een werkloze

Het UWV regelt de werkloosheidsuitkering. De andere opties zijn geen taken van het UWV.

PRODUCENT · WERK EN WERKLOOSHEID

Vraagtype 4: de juiste maatregel kiezen

  • Meer bestedingen, arbeidstijdverkorting, bedrijfstijdverlenging en scholing zijn maatregelen tegen werkloosheid.

  • Kijk wat de casus verandert: de uitgaven, de uren, de machines of de opleiding.

Alle leerwegen.

De overheid verlaagt de belastingen, mensen houden meer geld over. Welke maatregel?

A

Arbeidstijdverkorting

B

Meer bestedingen

C

Bedrijfstijdverlenging

D

Scholing

Meer geld over betekent meer kopen, dus meer vraag en werk.

Een fabriek laat de machines in twee ploegen draaien. Welke maatregel?

A

Arbeidstijdverkorting

B

Meer bestedingen

C

Bedrijfstijdverlenging

D

Scholing

De machines draaien langer: bedrijfstijdverlenging. Verwachte fout: arbeidstijdverkorting.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Soort werkloosheid herkennen

2

Rekenen met werkloosheid

3

Cijfers en het UWV

4

De juiste maatregel kiezen

Deze slide heeft geen instructies

PRODUCENT · WERK EN WERKLOOSHEID

Tips voor op het examen

  • Vraag en aanbod: vraag = bezette arbeidsplaatsen + vacatures, aanbod = werkenden + werkzoekenden.

  • Werkloosheidspercentage: deel door de beroepsbevolking, niet door de werkenden.

  • Soort werkloosheid: zoek de oorzaak in het verhaal: tijd, seizoen, regio, minder vraag of verandering.

  • Reken twee keer en kijk of de uitkomst logisch is.

Deze slide heeft geen instructies