Kennismaken met Aladdin

Kennismaken met Aladdin

1 / 20
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNT2PraktijkonderwijsLeerjaar 1-3

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Kennismaken met Aladdin

Open de les als kennismaking met het verhaal, de hoofdpersonen en de eerste gebeurtenissen uit de film. Deze les gaat alleen over het begin tot ongeveer minuut 20.

Dit ga ik leren

Ik kan de hoofdlijn van het begin van Aladdin begrijpen, belangrijke gebeurtenissen in de juiste volgorde zetten en met nieuwe woorden iets zeggen over de film.

Deze slide heeft geen instructies

Hoe gaat het?

Staan er nieuwe woorden in je schrift?

Deze slide heeft geen instructies

Waar gaat dit deel over?

In het begin van de film maken we kennis met:


  • Aladdin

  • Jasmine

  • de markt

  • het paleis


Je ziet hoe hun levens heel verschillend zijn, maar ook hoe ze elkaar ontmoeten.

Houd de hoofdlijn eenvoudig: twee hoofdpersonen uit verschillende werelden ontmoeten elkaar. Vermijd alvast latere verhaaldelen.

Nieuwe woorden:


hoofdlijn - de belangrijkste lijn van het verhaal

gebeurtenis - iets dat gebeurt in een verhaal

markt - een plek waar mensen dingen kopen en verkopen

prinses - de dochter van een koning of sultan

paleis - een groot huis van een koning, sultan of prinses

bewaker - iemand die mensen of een plek beschermt

Gebruik woordkaartjes: laat leerlingen het woord lezen, het plaatje bekijken, het woord nazeggen en kort de betekenis bespreken.

Nieuwe woorden: eigenschappen en situatie

stelen - iets pakken dat niet van jou is

arm - weinig geld hebben

rijk - veel geld hebben

eerlijk - de waarheid zeggen en goed handelen

nieuwsgierig - veel willen weten of ontdekken

straatrat - een scheldwoord voor iemand die geen huis heeft

Koppel de woorden meteen aan personages: Aladdin is arm en slim; Jasmine is rijk en woont in het paleis.

Wie is Aladdin?

  • Aladdin is een jonge man

  • Hij woont niet in een paleis, maar op straat

  • Hij is arm

  • Hij is slim en bedenkt snel oplossingen

  • Zijn aapje heet Abu

Benadruk dat leerlingen vooral de hoofdlijn begrijpen: wie Aladdin is, waar hij leeft en hoe hij zich gedraagt.

Wie is Jasmine?

  • Jasmine is een prinses

  • Zij woont in het paleis

  • Haar leven is heel anders dan dat van Aladdin

  • Ze wil meer zien van de wereld buiten het paleis

Gebruik hier het contrast arm/rijk en straat/paleis. Dat helpt leerlingen later de ontmoeting beter begrijpen.

Film kijken



Vertel in je eigen woorden kort waar het verhaal over gaat.

Wie
Wat

Waar

Wanneer

Hoe

Koppel de woorden meteen aan personages: Aladdin is arm en slim; Jasmine is rijk en woont in het paleis.

Waar woont Aladdin aan het begin van het verhaal?

A

op straat

B

in de markt

C

in het paleis

D

bij bewakers

Toetst het contrast straat/paleis uit de slides over Aladdin en Jasmine.

Vul de juiste woorden in

Aladdin is arm en woont op straat. Jasmine is een prinses en woont in het paleis.

arm
straat
prinses
paleis
markt
rijk
bewaker
slim

Laat leerlingen de tegenstellingen tussen de twee hoofdpersonen benoemen.

Waarom loopt Jasmine weg?

Bespreek antwoorden als: ze wil niet alleen binnen blijven, ze is nieuwsgierig, ze wil de wereld buiten het paleis zien.

Voeg hier je vraag toe

1

Aladdin ontmoet Jasmine.

2

Bewakers achtervolgen Aladdin.

3

Jasmine loopt weg.

4

Aladdin steelt brood.

Deze slide heeft geen instructies

Spreekopdracht

  • "Aladdin is slim omdat..."

  • "Jasmine is nieuwsgierig omdat..."

  • "Abu is grappig omdat..."

Houd het bij de eerste ontmoeting en het verschil tussen hun werelden. Geen details toevoegen die buiten minuut 20 vallen.

Maak de samenvatting af

Jasmine is rijk, maar niet vrij. Aladdin is slim en probeert zich te redden in een moeilijke situatie.

rijk
slim
redden
situatie
arm
paleis
bewaker
markt

De woorden komen rechtstreeks uit de samenvattende slides over Aladdin en Jasmine.

Aladdin is slim omdat...

Verwachte elementen: Aladdin helpt in de markt, denkt snel, vindt oplossingen, redt zich in moeilijke momenten.

Wat heb jij vandaag geleerd over Aladdin?

Laat leerlingen kort terugkijken op hun leren. Mogelijke elementen: personages, volgorde, nieuwe woorden, verschil tussen straat en paleis.

Wat hielp jou het best om het verhaal te begrijpen?

Stimuleer metacognitie: leerlingen kunnen noemen dat plaatjes, woorden, volgorde of het contrast tussen personages hielp.

Belangrijke woorden


markt - plek om te kopen en verkopen

stelen - iets pakken dat niet van jou is

arm - weinig geld hebben

rijk - veel geld hebben

prinses - dochter van een koning of sultan

paleis - groot huis van een koning of sultan

Deze slide heeft geen instructies

Belangrijke woorden

bewaker - iemand die een plek of mensen beschermt

eerlijk - de waarheid zeggen en goed handelen

slim - snel denken en oplossingen vinden

nieuwsgierig - veel willen weten of ontdekken

hoofdlijn - de belangrijkste lijn van het verhaal

gebeurtenis - iets dat gebeurt in een verhaal

De laatste twee woorden ondersteunen het lesdoel, ook al stonden ze niet in de voorbereidende woordenschatlijst.