VERHOUDING · ONGELIJKHEID
Quiz
Terugblik: Ongelijkheid nationaal en internationaal
VERHOUDING · ONGELIJKHEID
Quiz
Terugblik: Ongelijkheid nationaal en internationaal
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Mark Hillary / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Wat maakt een verschil tussen mensen tot sociale ongelijkheid?
Het heeft gevolgen voor positie en verdeling
Het verschil is aangeboren en blijft altijd bestaan
Het verschil is door de overheid vastgelegd in de wet
Mensen zien het verschil direct aan elkaar
Syllabus 9.1: verschillen hebben consequenties voor de maatschappelijke positie en leiden tot een ongelijke verdeling van schaarse, hooggewaardeerde zaken, waardering en behandeling. Verwachte fout: denken dat alleen aangeboren verschillen ongelijkheid opleveren; de syllabus zegt 'al dan niet aangeboren'.
Welke factor komt in Nederlands onderzoek steeds naar voren bij ongelijkheid?
De woonplaats
De leeftijd
De geloofsovertuiging
Het opleidingsniveau
Syllabus 9.1: het opleidingsniveau komt steeds naar voren als verklarende factor. Verwachte fout: leeftijd of woonplaats, die ook samenhangen met positie maar niet als verklarende factor in de syllabus staan.
Een regering zet militaire middelen in om gedrag af te dwingen. Welke hulpbron is dit?
Een economische hulpbron
Een politieke hulpbron
Een sociale hulpbron
Een symbolische hulpbron
Syllabus 9.1: macht en gezag, zoals fysieke (militaire) of juridische dwangmiddelen, zijn politieke hulpbronnen. Verwachte fout: economische hulpbron, omdat een leger geld kost.
Vul in
Liberale theorieën benadrukken wederzijdse afhankelijkheid en samenwerking, terwijl realisten uitgaan van een machtsstrijd van allen tegen allen.
Syllabus 9.2.1 en 9.2.3. Verwachte fout: marxistische theorieën bij samenwerking invullen.
Zet de realistische redenering op volgorde
Syllabus 9.2.1. Verwachte fout: allianties vóór het ontbreken van vertrouwen zetten. Anarchie en wantrouwen zijn de reden voor de machtsvorming.
Onderzoekers bestuderen hoe normen tussen staten verspreiden. Welke theorie?
Sociaalconstructivistische theorieën
Realistische theorieën
Marxistische theorieën
Politiek psychologische theorieën
Syllabus 9.2.4: constructivisten onderzochten hoe normen werden geïnternationaliseerd en geïnstitutionaliseerd en hoe ze opvattingen over legitiem handelen beïnvloedden. Verwachte fout: politiek psychologisch, omdat het om opvattingen gaat; maar hier gaat het om gedeelde normen, niet om de psyche van individuen.
Welke reactie kan sociale ongelijkheid uitlokken?
Een machtsevenwicht tussen staten
Een hogere kapitaalaccumulatie
Een emancipatiebeweging
Een toename van wederzijdse afhankelijkheid
Syllabus 9.1: sociale ongelijkheid kan aanleiding geven tot conflicten (verzet, opstand, revolutie) en tot emancipatiebewegingen. Verwachte fout: machtsevenwicht, omdat het met macht en ongelijkheid te maken heeft; dat is een toestand tussen staten, geen reactie op ongelijkheid.
Wat betekent anarchie in het statensysteem?
Goed antwoord: er is geen supranationale organisatie die normen oplegt en de naleving controleert. Verwachte fout: anarchie opvatten als chaos of voortdurende oorlog.
Welke bewering past bij de liberale theorieën?
De staat is de enige actor die ertoe doet
De staat is belangrijk, maar niet de enige actor
Nooit vertrouwen op internationale organisaties
Het nationale belang is voor elke staat vanzelfsprekend
Syllabus 9.2.3. Verwachte fout: de tweede optie, die hoort bij het realisme (9.2.1). De derde optie zegt het tegenovergestelde van liberalen: zij zeggen dat nationaal belang niet bestaat maar het resultaat is van besluitvorming.
Tussen welke groepen bestaat machtsongelijkheid volgens marxistische theorieën?
Staatshoofden en burgers van andere staten
Hoogopgeleiden en laagopgeleiden
Machtige en zwakke militaire bondgenoten
Bezitters van productiemiddelen en niet-bezitters
Syllabus 9.2.2: de kapitalistische productiewijze wordt gekenmerkt door machtsongelijkheid tussen bezitters van productiemiddelen en niet-bezitters. Verwachte fout: hoogopgeleiden en laagopgeleiden, naar aanleiding van opleidingsniveau als verklaring uit 9.1; maar het gaat in het marxisme om bezit.
Kenmerk van politiek psychologische theorieën?
Goed antwoord: dat verhoudingen tussen staten samenhangen met de psyche van de betrokken personen, zoals staatshoofden en ministers: hun karakter, kennis, attitudes en misvattingen. Verwachte fout: alleen 'de rol van leiders' noemen zonder de psychologische eigenschappen.
Waarmee willen grote landen of machtsblokken hun invloed in regio's maximaliseren?
Alleen met internationaal recht en verdragen
Met culturele uitwisseling zonder machtsmiddelen
Alleen met de hulp van ngo's
Met militaire en economische macht gecombineerd
Syllabus 9.1: grote landen of machtsblokken combineren militaire en economische macht, wat tot een geopolitieke machtsstrijd leidt. Verwachte fout: alleen militaire macht noemen.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
VERHOUDING · ONGELIJKHEID
Goed gedaan!
Je kunt ongelijkheid beschrijven en verklaren, binnen en tussen staten, vanuit meerdere paradigma's en theorieën. Dat is precies wat het examen vraagt: concepten toepassen op nieuwe casussen.
Deze slide heeft geen instructies