Mondiale macht (Maatschappijwetenschappen vwo), les 3: Terugblik quiz

VERHOUDING · MONDIALE MACHT

Quiz

Terugblik: Mondiale macht

1 / 15
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met een quiz van twaalf vragen over het hele onderwerp mondiale machtsverhoudingen.

Onderdelen in deze les

VERHOUDING · MONDIALE MACHT

Quiz

Terugblik: Mondiale macht

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Ermell / Wikimedia Commons, CC0

Staat A heeft het geweldsmonopolie en int belasting. Welke soevereiniteit blijkt hieruit?

A

Interne soevereiniteit

B

Externe soevereiniteit

C

Volkssoevereiniteit

D

Non-interventie

Syllabus 12.1: interne soevereiniteit is het hoogste centrale gezag via geweldsmonopolie en belastingheffing. Verwachte fout: externe soevereiniteit.

Waar en wanneer ontstond het moderne statensysteem?

A

Na de koloniale tijd in Afrika

B

Aan het einde van de Koude Oorlog in Oost-Europa

C

Halverwege de 17de eeuw in West-Europa

D

Halverwege de 20ste eeuw in Azië

Syllabus 12.1. Verwachte fout: het ontstaan koppelen aan het einde van de koloniale tijd, toen staten zich pas elders verspreidden.

Vul in

De huidige samenstelling van de VN-Veiligheidsraad weerspiegelt de verhoudingen van 1945, daarom vragen opkomende economieën om een andere samenstelling.

1945
opkomende economieën
1989
fragiele staten

Syllabus 12.2.1.

Land H kreeg bij onafhankelijkheid grenzen en instituties van een westers bestuur. Welke oorzaak van fragiliteit past?

A

Een te sterke scheiding van machten

B

Blijvende sponsoring door Oost of West

C

Instituties zijn van bovenaf opgelegd

D

Een onafhankelijke rechter tegen machtsmisbruik

Syllabus 12.2.2: postkoloniale staten met van bovenaf opgelegde instituties en grenzen. Verwachte fout: de sponsoring uit de Koude Oorlog kiezen, die juist wegviel.

Noem twee soorten niet-statelijke spelers.

Goed antwoord: twee van multinationale bedrijven, internationale ngo's en intergouvernementele organisaties. Verwachte fout: de VN of de EU als bedrijf noemen, of staten noemen. Syllabus 12.2.3.

Vul in

Een tegenstelling tussen winnaars en verliezers van globalisering valt sterk samen met die tussen hoog- en laagopgeleiden.

winnaars
verliezers
rijken
armen

Syllabus 12.3: deze tegenstelling speelt bij thema's als integratie, immigratie en Europese eenwording.

Een beweging legt religieuze voorschriften letterlijk en strikt uit en geeft ze universele betekenis. Welk begrip?

A

Fundamentalisme

B

Cultuurrelativisme

C

Een machtsevenwicht

D

Modernisering

Syllabus 12.3. Verwachte fout: cultuurrelativisme, omdat het om een cultuur gaat.

Waarom is de scheiding tussen interne en externe veiligheid vervaagd?

A

Doordat staten hun soevereiniteit hebben opgegeven

B

Doordat de VN het geweldsmonopolie heeft overgenomen

C

Doordat het statensysteem is verdwenen

D

Door grensoverschrijdende problemen als terrorisme

Syllabus 12.4: problemen als grondstoffenschaarste, terrorisme, georganiseerde misdaad, illegale immigratie en drugshandel. Verwachte fout: denken dat staten niet meer bestaan.

Waarom zijn regels van het internationaal recht minder gemakkelijk te handhaven dan binnen een staat?

A

Er bestaan geen internationale hoven

B

Staten moeten zelf instemmen met de regels

C

Individuen kunnen zich er niet op beroepen

D

De VN heeft geen enkele bevoegdheid

Syllabus 12.5: het internationaal recht is gebaseerd op soevereiniteit. Verwachte fout: denken dat er geen hoven of regels zijn. Die zijn er wel, bijvoorbeeld het Internationaal Gerechtshof.

Hoe verklaart de afhankelijkheidstheorie de rijkdom van een elite in een arm land?

A

De elite profiteert van ongelijke ruil met rijke landen

B

Het is een fase in de ontwikkeling die verdwijnt

C

Traditionele waarden blokkeren de marktwerking

D

Er is een gebrek aan scheiding van machten

Syllabus 12.6: de elite heeft haar positie te danken aan de ongelijke ruil en heeft baat bij de afhankelijkheid. Verwachte fout: de evolutionistische uitleg kiezen.

Welke bewering over evolutionistische theorieën klopt?

A

Rijkdom ontstaat door de armoede van anderen

B

Ze verklaren onderontwikkeling uit koloniale naweeën

C

Verschillen binnen arme landen zijn een fase die verdwijnt

D

Ze zien de elite als bewaker van afhankelijkheid

Syllabus 12.6. Verwachte fout: de uitspraken kiezen die bij de afhankelijkheidstheorie horen.

Welk gevolg heeft de opkomst van China en India volgens de syllabus?

A

Het statensysteem verdwijnt

B

De machtspositie van de VS en Europa komt onder druk

C

De VN-Veiligheidsraad wordt afgeschaft

D

Fragiele staten worden opkomende staten

Syllabus 12.2.1. Verwachte fout: denken dat de verschuiving het einde van staten of van de VN betekent.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

VERHOUDING · MONDIALE MACHT

Goed gedaan!

Het statensysteem breidde zich vanuit Europa uit over de wereld, machtsverhoudingen verschuiven door opkomende staten en niet-statelijke spelers, en theorieën als de evolutionistische en afhankelijkheidstheorie verklaren verschillen in ontwikkeling.

Deze slide heeft geen instructies