Dit krijgt pas vorm wanneer een kind ermee speelt. Het is uitdagend en het prikkelt fantasie. Dit is:
A
Speelleermateriaal
B
Ongevormd materiaal
C
Vormgevend materiaal
D
Constructie- en compositiemateriaal
Slide 4 - Quizvraag
Losse onderdelen worden een bouwwerk, kinderen doen ervaring op met ruimtelijk inzicht en leren probleemoplossend denken. Dit is:
A
Speelleermateriaal
B
Ongevormd materiaal
C
Vormgevend materiaal
D
Constructie- en compositiemateriaal
Slide 5 - Quizvraag
Het is herkenbaar wat je ermee moet doen, geeft aan wat een kind wel en niet kan en is vaak zelfcorrigerend. Dit is:
A
Speelleermateriaal
B
Ongevormd materiaal
C
Vormgevend materiaal
D
Constructie- en compositiemateriaal
Slide 6 - Quizvraag
Dit is materiaal waarmee je iets vermaakt, knipt of bewerkt. Je kunt een idee omzetten in iets tastbaars. Dit is:
A
Speelleermateriaal
B
Ongevormd materiaal
C
Vormgevend materiaal
D
Constructie- en compositiemateriaal
Slide 7 - Quizvraag
Doelen van deze les:
Aan het eind van de les weet je hoe materialen leerlingen kunnen uitdagen en prikkelen om zichzelf te ontwikkelen;
Je maakt kennis met materialen die overzicht en structuur aanbrengen in de dag, week en maand;
Je weet wie Friedrich Fröbel en Maria Montessori zijn
2.2 Ontwikkeling stimuleren met materialen
Slide 8 - Tekstslide
Friedrich Fröbel
2.2 Ontwikkeling stimuleren met materialen
Slide 9 - Tekstslide
Friedrich Fröbel
- Bekende Duitse pedagoog (1782) - Ontwikkelde eerste ontwikkelingsmateriaal
- Oprichter van de kleuterschool (Kindergarten)
- Fröbelen
Op de volgende slide een link naar een website met meer info.
2.2 Ontwikkeling stimuleren met materialen
Slide 10 - Tekstslide
Maria Montessori
- Italiaanse pedagoge (1870)
- Ontwikkelde ontwikkelingsmaterialen die aansloten
op ontwikkelingsproces kinderen
- 'Kinderen willen zelf kiezen hoe ze willen spelen en leren'.
- Montessori scholen
Lees gezamenlijk op blz. 50 Vraag: wie van jullie loopt stage in het
Montessori onderwijs of heeft er zelf
op gezeten?
2.2 Ontwikkeling stimuleren met materialen
Slide 11 - Tekstslide
Slide 12 - Video
Opdracht in tweetallen
Je krijgt een aantal blaadjes.
Sla je boek open op blz. 50. Bedenk samen bij elke deelparagraaf 3 vragen. Schrijf de vraag op de ene kant van het blaadje en schrijf het antwoord op de achterkant.
Klaar? Maak een stapel van de blaadjes. Student 1 stelt de vragen en student 2 geeft het antwoord. Is je antwoord goed? Dan krijg jij het blaadje. Alle vragen gebruikt? Ruil dan om. Wie heeft de meeste antwoorden goed?
Extra optie: ruil met een ander groepje van kaarten en oefen nogmaals met de nieuwe vragen.