Maak tweetallen. Persoon A stelt vragen over het afgelopen jaar. Persoon B geeft antwoord. Het gesprek wordt opgenomen (spraakbericht).
- Wat vond je leuk/grappig/saai/vervelend/lastig/makkelijk
Ik vond.....het leukst omdat......
Ik vond.......het grappigst omdat......