TaalCompleet A2 Thema 3 3.2

Thema 3 3.3 en 3.4 + herhaling
OMDAT EN ALS
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsISK

In deze les zitten 10 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Thema 3 3.3 en 3.4 + herhaling
OMDAT EN ALS

Slide 1 - Tekstslide

Herhaling
De volgorde van een hoofdzin is: 
1. wie/wat 2.eerste werkwoord  3. rest (plaats, tijd, wat) 4. 2e werkwoord
Ik kan vandaag niet werken, want ik ben ziek. 

Slide 2 - Tekstslide

Schrijf in één zin twee hoofdzinnen (gebruik want/maar/dus)

Slide 3 - Open vraag

Een bijzin.....
Je kunt ook een zin maken met een hoofdzin en bijzin: 
Ik kan vandaag niet werken, omdat ik ziek ben. 
Ik ga naar buiten, als het droog is. 
IN EEN BIJZIN STAAT HET WERKWOORD OP DE LAATSTE PLAATS!

Slide 4 - Tekstslide

Omdat:
Met omdat geef je een reden. Als iemand vraagt: waarom?, geef je antwoord met omdat.  Het betekent hetzelfde als want, maar de volgorde van de zin is anders: 
- Ik ga niet werken, want ik ben ziek. 
- Ik ga niet werken, omdat ik ziek ben. 
Als:
Als gebruik je wanneer iets gebeurt. Als iemand vraagt: wanneer?, geef je antwoord met als. 
Vraag: Wanneer ga je naar dat restaurant? 
Antwoord: als ik jarig ben

Slide 5 - Tekstslide

Schrijf nu zelf een hoofdzin met bijzin (gebruik omdat/als)

Slide 6 - Open vraag

Maak de zin af:
Ik leer Nederlands, omdat.....

Slide 7 - Open vraag

Maak de zin af:
Hij stuurt een kaartje, als.......

Slide 8 - Open vraag

3.3 Een rapport bespreken

Aan het einde van de les kan je een korte brief/mail over school begrijpen en een afspraak maken. 

Slide 9 - Tekstslide

Belangrijke woorden 3.3
Deze oefenen online 

Slide 10 - Tekstslide