CONJUNCTUUR · WISSELKOERS
Examentraining
Wisselkoersen en EMU: zo pak je examenvragen aan
CONJUNCTUUR · WISSELKOERS
Examentraining
Wisselkoersen en EMU: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Milad Mosapoor / Wikimedia Commons, publiek domein
CONJUNCTUUR · WISSELKOERS
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over wisselkoersen, kapitaalverkeer, het trilemma en de EMU beantwoorden.
Deze slide heeft geen instructies
CONJUNCTUUR · WISSELKOERS
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: welke munt is de eenheid, welk land wordt bedoeld en wat wordt gevraagd?
2. Kies: de berekening (omrekenen, omkeren, procentuele verandering) of de redeneerketen.
3. Reken of redeneer: schrijf elke stap op, met de munt erbij.
4. Controleer: is de richting logisch? Meer euro's per vreemde munt betekent een duurdere vreemde munt.
Deze slide heeft geen instructies
CONJUNCTUUR · WISSELKOERS
Zwitserse franken: munten en biljetten
Vraagtype 1: omrekenen met wisselkoersen
Bedrag in euro = bedrag in vreemde valuta x prijs van die valuta in euro.
Is de prijs van de euro in die valuta gegeven? Keer dan eerst om: prijs van A in B = 1 : prijs van B in A.
Controleer de richting: een dure valuta levert veel euro's op.
Vaardigheden (syllabus): omrekenen met wisselkoersen, basisrekenen (A2). Vraag 1: 900 x 1,10 = 990. Vraag 2: 1 : 1,60 = 0,625. Alle koersen zijn verzonnen. Image credit: Tony Webster / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Een Zwitsers horloge kost 900 frank. 1 frank kost 1,10 euro. Wat kost het horloge in euro?
818,18 euro
901,10 euro
990 euro
810,00 euro
Bedrag in euro = 900 x 1,10 = 990. Verwachte fouten: delen door de koers (818,18), de koers optellen (901,10) of 900 x 0,90 (810).
1 euro kost 1,60 Canadese dollar. Wat is de prijs van 1 Canadese dollar in euro?
1,60 euro
0,60 euro
0,625 euro
0,16 euro
Prijs van A in B = 1 : prijs van B in A = 1 : 1,60 = 0,625. Verwachte fouten: de gegeven koers overnemen (1,60), 1,60 - 1 (0,60) of 1,60 : 10 (0,16).
CONJUNCTUUR · WISSELKOERS
Vraagtype 2: procenten en prijzen vergelijken
Procentuele verandering van de koers = (nieuwe koers - oude koers) : oude koers x 100%.
Meer euro's per vreemde munt: appreciatie van de vreemde munt en depreciatie van de euro.
Vergelijk prijzen altijd in dezelfde munt: reken de buitenlandse prijs om naar euro's.
Vaardigheden (syllabus): procentuele mutatie (A2), concurrentiepositie vergelijken. Vraag 1: (0,12 - 0,10) : 0,10 = 20%. Vraag 2: 220 x 0,80 = 176 euro, goedkoper dan 200 euro.
1 Zweedse kroon kostte 0,10 euro en kost nu 0,12 euro. Wat is de appreciatie van de kroon?
20%
16,7%
2%
120%
(0,12 - 0,10) : 0,10 x 100% = 20%. Verwachte fouten: delen door de nieuwe koers (16,7%), het verschil in centen als procent (2%) of de nieuwe koers als percentage van de oude (120%).
Fiets uit het eurogebied: 200 euro. Amerikaanse fiets: 220 dollar. 1 dollar = 0,80 euro. Wat is waar?
Duurder: de Amerikaanse fiets kost 275 euro
Even duur: allebei 200 euro
Duurder: de Amerikaanse fiets kost 220,80 euro
Goedkoper: de Amerikaanse fiets kost 176 euro
220 x 0,80 = 176 euro, minder dan 200. Verwachte fouten: delen door de koers (275), de prijzen niet omrekenen (200 tegen 220) of de koers erbij optellen (220,80). Voor een Europeaan is de Amerikaanse fiets goedkoper; de concurrentiepositie van het eurogebied is hier zwak.
CONJUNCTUUR · WISSELKOERS
Vraagtype 3: oorzaak en gevolg met rente en kapitaal
Werk in een keten: rente, kapitaalverkeer, vraag naar de munt, wisselkoers, saldi.
Let op: verandert de rente in het binnenland of in het buitenland? Dat bepaalt de richting.
Bij een vaste wisselkoers en vrij kapitaalverkeer moet de rente het buitenland volgen.
Vaardigheden (syllabus): strategisch inzicht, oorzaak en gevolg (A4); modelredeneren (A1). Vraag 1: de rente van Noordland moet de rente in het eurogebied volgen, anders stroomt kapitaal weg en komt de vaste koers onder druk. Vraag 2: hogere Amerikaanse rente, kapitaal gaat naar de VS, vraag naar dollars stijgt, dollar apprecieert en de euro deprecieert.
Noordland heeft een vaste koers met de euro en vrij kapitaalverkeer. De eurorente stijgt. Wat moet Noordland doen?
Zijn rente verlagen, om de export te stimuleren
Zijn rente ook verhogen, om de vaste koers te houden
Zijn rente gelijk houden; de koers blijft toch vast
Zijn rente zelf bepalen, los van de euro
Zonder renteverhoging stroomt kapitaal naar het eurogebied, de munt van Noordland wil depreciëren en de vaste koers komt onder druk. Verwachte fout: denken dat Noordland zelfstandig monetair beleid kan blijven voeren.
De Amerikaanse rente stijgt, de rente in het eurogebied blijft gelijk. Wat gebeurt er met de euro?
De euro deprecieert
De euro apprecieert
De euro verandert niet
De dollar deprecieert
Kapitaal stroomt naar de VS: de vraag naar dollars stijgt en die naar euro's daalt. De dollar apprecieert en de euro deprecieert. Verwachte fout: alleen naar de rente in het eigen gebied kijken.
CONJUNCTUUR · WISSELKOERS
Vraagtype 4: muntunie en optimaal valutagebied
Voordeel van een muntunie: geen wisselkoersschommelingen tussen de landen. Nadeel: geen aanpassing via de wisselkoers.
Alternatieven voor de wisselkoers: prijzen, lonen, migratie en transfers.
Beoordeel een situatie: kan een land zich zonder eigen munt aanpassen?
Vaardigheden (syllabus): standpunten en argumenten (A3), oorzaak en gevolg (A4). Vraag 1: migratie is een van de vier aanpassingsmechanismen. Vraag 2: prijzen, lonen, migratie of transfers (één is genoeg).
Westland en Oostland delen één munt. De export van Westland stort in. Welke aanpassing past bij het optimaal valutagebied?
Westland laat zijn eigen munt depreciëren
Westland kiest zelf een lagere rente voor zijn bedrijven
Werklozen uit Westland vinden werk in Oostland
Westland past de wisselkoers van de euro aan
Zonder eigen wisselkoers is aanpassing nodig via prijzen, lonen, migratie of transfers: werklozen die verhuizen is migratie. De andere drie vragen om een eigen munt of eigen koers. Verwachte fout: depreciatie noemen.
Noem één alternatief voor de wisselkoers.
Goed antwoord: lonen, prijzen, migratie of transfers (inkomensoverdrachten). Verwachte fout: de rente of de export noemen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Omrekenen met wisselkoersen
Procenten en prijzen vergelijken
Rente en kapitaal: oorzaak en gevolg
Muntunie en optimaal valutagebied
Bespreek het meest gekozen vraagtype opnieuw met een eigen voorbeeld.
CONJUNCTUUR · WISSELKOERS
Tips voor op het examen
Noteer bij elke opgave eerst welke munt het antwoord moet zijn en welke koers gegeven is.
Controleer de richting van de koers: prijs van de dollar in euro of andersom?
Procentuele verandering: deel altijd door de beginwaarde, niet door de nieuwe waarde.
Trilemma: noem de twee die een land kiest en zeg welke van de drie dan afvalt.
Bij rente en kapitaal: schrijf de hele keten op, tot en met de saldi op de lopende rekening.
Deze slide heeft geen instructies