Betoog CMC

Betoog schrijven
Docent: Y.van den Berg
Klas: 5 havo
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

Betoog schrijven
Docent: Y.van den Berg
Klas: 5 havo

Slide 1 - Tekstslide

Betoog

Slide 2 - Woordweb

https://www.youtube.com/watch?v=4beiTyAcYf0
Hoe begint hij zijn inleiding?
•Welk standpunt neemt hij in?
•Vind je zijn betoog goed onderbouwd (argumenten)? 
Waarom wel/niet? Zou je het ook zo doen, of zou je het anders aanpakken? 
Leg uit hoe jij het aan wil pakken.
•Is het gebruik van de PowerPoint effectief in dit betoog? Waarom wel/niet?
•Zijn er andere zaken die jou zijn opgevallen en die je graag wil toepassen in je eigen voordracht? Welke? Waarom denk je dat ze effectief zijn?
•Is de structuur van dit betoog makkelijk te volgen?

Slide 3 - Tekstslide

HET DOEL VAN DE LESSENSERIE

  • Je leert hoe een goede tekst is opgebouwd;
  • Je leert wat een betoog is;
  • Je leert een goed bouwplan te maken;
  • Je kunt het geleerde toepassen en zelf een betoog schrijven.

Slide 4 - Tekstslide

DE WERKWIJZE IN HET KORT (1)


Je gaat een betoog schrijven ;
  • Eerst ga je een proefbetoog maken;
  • Je krijgt het onderwerp en de artikelen van je docent;
  • Je schrijft een bouwplan;
  • Aan de hand van het bouwplan, schrijf je het betoog;
  • Je krijgt feedback van een medeleerling;
  • Je herschrijft (reviseert) het betoog;
  • Nadat je hebt geoefend, begint het echte werk.

Slide 5 - Tekstslide

DE WERKWIJZE IN HET KORT (2)
  • het onderwerp is vuurwerk
  • Je krijgt artikelen van je docent;
  • Je maakt eerst een bouwplan; 
  • Je laat je bouwplan zien; pas na goedkeuring mag je beginnen;
  • Je schrijft individueel een betoog.
  • Het cijfer voor het echte betoog telt voor 25% mee


De eerste lessen zijn we klassikaal bezig;

  • Daarna gaat iedereen zelfstandig met LessonUp aan de slag;




  • Als het op oranje staat, werken jullie zelfstandig en mag je vragen stellen aan je docent;
  • Uiteraard moeten jullie zachtjes overleggen met elkaar.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

ONDERWERP


 Vuurwerkverbod ja/nee?



Slide 8 - Tekstslide

NU NOG WAT THEORIE...

Slide 9 - Tekstslide

THEORIE (TEKSTDOEL)
  • Het tekstdoel van een betoog is dus overtuigen;
  • Je noemt argumenten die jouw mening verdedigen;
  • Je kan ook een tegenargument weerleggen;
  • De lezer neemt jouw mening over en is het eens met jouw stelling;

  • Je gaat een betoog schrijven waarin drie verschillende argumenten de lezer overtuigen van jouw stelling/mening/standpunt;

Slide 10 - Tekstslide

THEORIE (HOOFDGEDACHTE)
  • Bepaal eerst de hoofdgedachte: Het belangrijkste wat je over het onderwerp wilt vertellen in één zin.  Precies...je stelling dus!
 
  • Enkele voorbeelden:

* Nederland moet veel meer vluchtelingen opnemen.
* We moeten veel meer vluchtelingen opnemen in ons land.

Slide 11 - Tekstslide

THEORIE (BOUWPLAN)
  • Je haalt de informatie voor het betoog uit artikelen;
  • Je zoekt 3 argumenten voor of 2 argumenten voor en 1 tegenargument dat je kan weerleggen;

  • Vervolgens maak je een bouwplan, de basis van de tekst
  • De informatie per alinea wordt beknopt opgeschreven;
  • Jullie krijgen van de docent een blanco bouwplan op papier.

Slide 12 - Tekstslide

THEORIE (BOUWPLAN)
NOTEER EERST:

  • ... het onderwerp van de tekst;
  • ... het schrijfdoel: overtuigen;
  • ... het publiek: voor wie is de tekst bedoeld
  • ... de hoofdgedachte
  • ... de tekststructuur (argumentatiestructuur)

  • Daarna vul je het bouwplan per alinea in. De docent legt het uit aan de hand van de volgende voorbeelden:

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Onderwerp:
Schrijfdoel:
Publiek: Hoofdgedachte:
Tekststructuur:

   
Onderwerp:                Publiek:                         Tekststructuur:             Schrijfdoel:                     Hoofdgedachte:
                
   Tekstdeel             alinea                              Deelonderwerp                                                 Uitwerking in steekwoorden
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
   inleiding             1 of 2                           * Anekdote                                                                              Bla bla bla...
                                                                          Stelling                                                          
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
                                   3                                  *Argument 1  (voor):                                                             Bla, bla, bla
                                                                       Ten eerste blijkt dat het een goed plan is
                                                                        want bla, bla, bla                         
   middenstuk
                                    4                                 * Argument 2 (voor):      
                                                                       Vervolgens blijkt uit onderzoek dat...                                       Bla bla bla
   
                                    5                                 * Argument 3 (voor of  tegen met weerlegging)
                                                                        Mevrouw Van Dieren (Voorzitter van de vereniging van)                                    
                                                                        vindt het niet goed, want bla, bla, bla, maar,                         Bla, bla, bla

    ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
    slot                         6                                 *cirkel rond/samenvatting/conclusie/ludieke afsluiter               Bla,bla,bla


Slide 15 - Tekstslide

HOE IS EEN GOEDE TEKST OOK ALWEER OPGEBOUWD?

Slide 16 - Tekstslide

0

Slide 17 - Video

THEORIE (OPBOUW BETOOG)
INLEIDING: (bestaat uit 1 of 2 alinea's)
A: aandacht van de lezer trekken; 

  • voorbeeld / anekdote;
  • geschiedenis;
  • actualiteit;

B: onderwerp introduceren;
  • het standpunt noteren.


Slide 18 - Tekstslide

THEORIE (VOORBEELD INLEIDING)
Afscheid nemen van Zwarte Piet
Anniek is zes jaar en zit in groep drie van de basisschool. Elk jaar in december wordt het Sinterklaasfeest gevierd op school en thuis. Anniek vindt het een geweldig feest. Ze zingt sinterklaasliedjes, mag haar schoen zetten en maakt mooie tekeningen voor Sinterklaas. Haar moeder geeft haar chocolademelk met speculaas en Anniek geniet ervan.
Sinterklaas komt al eeuwen met zijn Zwarte Pieten naar Nederland en vele kinderen vinden dat leuk. Toch zijn er elk jaar weer felle discussies of de traditie van Zwarte Piet, als knecht van de blanke Sinterklaas, zou moeten worden afgeschaft. Het is inmiddels niet alleen meer een nationale, maar zelfs een internationale discussie geworden. Nederland moet de traditie van Zwarte Piet behouden en ik zal uitleggen waarom.

Slide 19 - Tekstslide

THEORIE (MIDDENSTUK)
  • In het middenstuk bespreek je de deelonderwerpen;
  • Het middenstuk bestaat uit 3 of 4 alinea's
  • In het betoog geef je 3 argumenten voor en 1 argument tegen met een weerlegging g
  • Let op: je gaat de lezer overtuigen van het standpunt;

  • ALINEA'S
  • Per alinea bespreek je één deelonderwerp (= argument waarmee je het standpunt krachtiger maakt);
  • Elke alinea heeft een kernzin (=het argument);
  • De rest van de alinea geeft uitleg/toelichting/ voorbeeld bij deze kernzin.

Slide 20 - Tekstslide

THEORIE (VOORBEELD)
  • HOOFDGEDACHTE: De snelwegverlichting moet 's nachts uit.
  • ARGUMENTEN MIDDENSTUK:
  • Argument 1 (voor) Mevrouw Vlug (Staatsbosbeheer) -> Dit is een goed idee want, het gaat hier om het verlies van duisternis in natuurgebieden .....,
  • Dit argument gaan jullie in de alinea vervolgens verder uitwerken;

  • Argument 3 (tegen) Dhr. Lichtjes (voorzitter van de VVN) -> Uit onderzoek is gebleken dat weggebruikers zich veiliger voelen als de wegen verlicht zijn........maar,......
  • Ook dit argument verder uitwerken.

Slide 21 - Tekstslide

LET OP! In een alinea schrijf je de zinnen achter elkaar door!

: (

Klimaatverandering is een van de grootste bedreigingen voor de natuur.

IJskappen smelten en woestijnen rukken op.

Het zeeniveau is de afgelopen honderd jaar vijfentwintig centimeter gestegen.

In sommige gebieden hebben planten en dieren niet genoeg tijd zich aan te passen.

_________________________________________________________________________

: )

Klimaatverandering is een van de grootste bedreigingen voor de natuur. IJskappen smelten en woestijnen rukken op. Het zeeniveau is de afgelopen honderd jaar vijfentwintig centimeter gestegen.  In sommige gebieden hebben planten en dieren niet genoeg tijd zich aan te passen.


Slide 22 - Tekstslide

ALINEA'S VERBINDEN
  • Zorg ervoor dat je de alinea's met signaalwoorden/verwijswoorden aan elkaar verbindt. Dit is erg belangrijk, want op die manier wordt de tekst een logisch geheel.

Middenstuk: 

  • Alinea 3: Allereerst blijkt uit onderzoek dat ...
  • Alinea 4: Ten tweede is aangetoond door....dat...
  • Alinea 3: Jos Bos van de Plastic Soup Foundation is het hier helemaal niet mee eens...

     maar hij...

Slide 23 - Tekstslide

0

Slide 24 - Video

THEORIE (HET SLOT)
Het slot bestaat uit 1 alinea
De hoofdgedachte komt natuurlijk terug in het slot,  in andere woorden;
Geef een conclusie

TIPS: )
Maak de cirkel 'rond'. Dat wil zeggen dat je in het slot terugkomt op wat je in de inleiding hebt verteld;
Houd het slot kort (ongeveer 5 à 10 zinnen);
Probeer de tekst af te sluiten met een krachtige zin;

NIET DOEN : (
Een nieuw deelonderwerp introduceren;
Zet geen EINDE onder je tekst.

Slide 25 - Tekstslide

DE LAATSTE TIPS : )

Slide 26 - Tekstslide

0

Slide 27 - Video

GA NU MAAR AAN DE SLAG
Lees nogmaals de theorie als je die nodig hebt;
Kijk eventueel een filmpje terug;
Stel gerust vragen aan de docent;

HEEL VEEL SUCCES!

Slide 28 - Tekstslide

PROEFBETOOG (1)
Je gaat eerst een proefbetoog schrijven;
Het proefbetoog heeft minimaal 450, maximaal 550 woorden. 
Het onderwerp is: Sociale media bepalen wel/niet ons leven?
zoek artikelen ;
Lees de artikelen en zoek 3 argumenten voor(sociale media bepalen wel/niet ons dagelijks leven) en 1 tegenargument dat je kan weerleggen en schrijf ze op;
Schrijf ook de toelichting bij het argument kort op(in steekwoorden) 

Slide 29 - Tekstslide

PROEFBETOOG (2)
Geef ook aan welke deskundige aan het woord is of welke instantie, om je argument te onderbouwen;
Je krijgt een papieren bouwplan;
Je vult het bouwplan in;
Vraag aan je docent goedkeuring;
Goed? Dan schrijf je het proefbetoog op je laptop;
sla het proefbetoog op (proefbetoog,titel,naam+examennummer).

Slide 30 - Tekstslide

PROEFBETOOG (3)
Iedere leerling mailt het proefbetoog naar een andere leerling;
Jullie lezen het proefbetoog goed door en je geeft feedback aan de hand van het formulier in de volgende dia;
Schrijf de feedback erbij en stuur het proefbetoog terug.


Aan de hand van de feedback die je hebt gekregen, verbeter je het proefbetoog;
Daarna kan je docent er nog naar kijken.

Slide 31 - Tekstslide

Feedback geven op het betoog  

Heeft de tekst een titel? 

INLEIDING 
  1. Duidelijke inleiding: bv. anekdote, actualiteit?
  2. Inleiding sluit af met stelling (mening/standpunt)

MIDDENSTUK: GEEF DE VOLGENDE FEEDBACK PER ALINEA:
  1. Begint de alinea met een argument voor?
  2. Is de rest uitleg/toelichting bij het argument?
  3. Wordt er niet over een ander deelonderwerp geschreven?
  4. Wordt de mening duidelijk weergegeven?
  5. Zijn de zinnen in de alinea achter elkaar doorgeschreven?
  6. Zijn de alinea's met elkaar verbonden met bv. signaal- of verwijswoorden?

SLOT  
  1. Wordt er een duidelijke conclusie gegeven?  
  2. Wordt er geen nieuw deelonderwerp beschreven?
  3. Wordt het betoog afgesloten met een goede afsluitende zin?  

TAAL EN VERZORGING
  1. Zijn alle zinnen duidelijk? Zijn er zinnen die niet goed lopen? Onderstreep ze!  
  2.  Markeer de spellingfouten (geel maken) Let ook op werkwoorden, hoofdletters, punten etc. 
  3.  Worden er verkeerde woorden gebruikt in de tekst? Geef aan welke woorden niet goed of niet duidelijk zijn. 
  4.  Ziet de tekst er netjes en overzichtelijk uit?  







 

Slide 32 - Tekstslide

EN NU DE ECHTE...
  • Je hebt een onderwerp gekozen;
  • Je hebt minimaal 5 artikelen gezocht;
  • Bestudeer de artikelen;
  • Maak aantekeningen van de argumenten voor (2/3) en tegen met weerlegging (1) die je wilt gaan gebruiken;
  • Maak aantekeningen van de toelichting per alinea;
  • Ga zorgvuldig het bouwplan invullen; zet er duidelijk je naam, titel, examennummer  en klas op!
  • Tijdens het schrijven van het betoog op SE1 gebruiken jullie dit bouwplan;
  • Zorg dat er voldoende informatie op staat.

Slide 33 - Tekstslide

Het SE1(1)

  • Schrijf een betoog met behulp van je bouwplan; 
  • De tekst bestaat uit maximaal 600 woorden (marge 10%);
  • Je schrijft het betoog voor klasgenoten
  • Totaal 5 of 6 alinea's;
  • Zet je naam, achternaam, examennummer en klas op het  toetsblaadje;
  • Controleer na afloop de tekst goed;
  • Lever de tekst, je eerste versie en het bouwplan in bij de surveillant.

Slide 34 - Tekstslide

Richtlijnen betoog
Inleiding:
1. In de inleiding wordt het onderwerp geïntroduceerd.        
2.  De stelling of vraag wordt geformuleerd.   
Het is handig om dit in twee alinea’s te doen, maar dat is niet verplicht.  

Slide 35 - Tekstslide

Middenstuk: In het middenstuk worden de argumenten uitgewerkt.   
Je ondersteunt je stelling met drie argumenten. Dit zijn dus de eerste drie alinea’s van jouw middenstuk. De vierde alinea bevat een tegenargument dat je vervolgens weerlegt.    
Werk dus ieder argument in een nieuwe alinea uit. We adviseren je de alinea met de belangrijkste zin (de kernzin) te beginnen. Andere voorkeursplaatsen voor de kernzin zijn de tweede of laatste zin van de alinea.  

Slide 36 - Tekstslide

Slot: In het slot geef je je standpunt weer en je trekt de conclusie. Ook kom je terug op het begin van je betoog; begon je met een vraag, dan geef je antwoord. Begon je met een anekdote, een voorbeeld, een nieuwsfeit enz. dan kom je daarop in je slot terug. 
Probeer dit op een originele manier te doen. Wanneer dit niet lukt, kun je de argumenten kort samenvatten. Een goede uitsmijter maakt je betoog helemaal af.

Slide 37 - Tekstslide

In het betoog moet je minstens één citaat verwerken, maximaal drie.     
Lay-out: 
Tussen de titel en de inleiding gebruik je twee witregels. 
Voor elke nieuwe alinea gebruik je een witregel.
Tussen de inleiding en het middenstuk gebruik je een witregel. 
Tussen het middenstuk en het slot gebruik je een witregel.    

Slide 38 - Tekstslide

Aantal woorden 
Het betoog bevat ± 500 woorden.  Je hebt een marge van 10 % naar beneden en naar boven.  

Signaalwoorden
Gebruik signaalwoorden: bijvoorbeeld opsomming argumenten (bijvoorbeeld; ten eerste) / tegenstelling (bijvoorbeeld: maar) / conclusie: (bijvoorbeeld: dus)

Slide 39 - Tekstslide

Opbouw bouwplan

Inleiding

Alinea 1: voorbeeld / anekdote/ nieuwsfeit/ persoonlijk verhaal/

Alinea 2: uitleg standpunt

Kern

Alinea 3: deelonderwerp 1

Alinea 4: deelonderwerp 2

Alinea 5: deelonderwerp 3

Alinea 6: deelonderwerp 4: tegenargument en weerlegging

Slot

Alinea 7: herhaling standpunt / belangrijkste punten

Slide 40 - Tekstslide

Opdracht: vuurwerk
Stap 1: maak een bouwplan op A3; je krijgt goedkeuring van je docent. Daarna mag je aan je betoog beginnen.
Stap 2: schrijf alinea 1 (inleiding), middenstuk: 3 argumenten en tegenargument + weerlegging) 
Het slot.
 70 woorden per alinea.
Stap 3: laat je betoog door minimaal twee leerlingen controleren op spelfouten, taalgebruik, layout, citaat en witregels.
Stap 4: verbeter je betoog


Slide 41 - Tekstslide

Tips
-Begin elke alinea (behalve alinea 1) met een kernzin. Deze zin vat de gehele alinea samen.
-Onderbouw met goede (controleerbare) feiten;
-Vermeld bronvermeldingen;
-Schrijf de inleiding als laatste;
-Noteer in je bouwplan van elke alinea de kernzin met eventueel een signaalwoord.

Slide 42 - Tekstslide

Opdracht

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Tekstslide