cross

4.3

4.3 Rekenen met reacties
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 21 slides, met tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

4.3 Rekenen met reacties

Slide 1 - Tekstslide

Verhouding
  • Voor 40 koekjes is 100 g poedersuiker nodig.

  • Voor 60 koekjes is
  • 100 * 1,5 = 150 g poedersuiker nodig

  • Roomboter voor 60 koekjes: 
  • 175 g * 1,5 = 262,5 g roomboter nodig


  • Hoeveel koekjes je ook maakt, de verhoudingen tussen de ingrediënten moeten gelijk blijven!
4060=1,5

Slide 2 - Tekstslide

Bakpoeder

dinatriumdifosfaat (s) + natriumwaterstofcarbonaat (s) 
--> koolstofdioxide (g) + water (g) + natriumfosfaat (s)

Slide 3 - Tekstslide

Massaverhouding bij chemische reactie
  • Massaverhouding van de reactie van bakpoeder:
  • 25 g dinatriumdifosfaat reageert met 21 g natriumwaterstofcarbonaat.

  • Stel je hebt 2,5 g dinatriumdifosfaat. Hoeveel g natriumwaterstofcarbonaat heb je dan nodig? 

  • Rekenen met verhoudingen, hoe doe je dat?
  • Met verhoudingstabel 

Slide 4 - Tekstslide

natriumwaterstofcarbonaat
natriumwaterstofcarbonaat

Slide 5 - Tekstslide

natriumwaterstofcarbonaat
natriumwaterstofcarbonaat

Slide 6 - Tekstslide

natriumwaterstofcarbonaat
natriumwaterstofcarbonaat

Slide 7 - Tekstslide

natriumwaterstofcarbonaat
natriumwaterstofcarbonaat

Slide 8 - Tekstslide

natriumwaterstofcarbonaat
natriumwaterstofcarbonaat

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide


Hoeveel natriumwaterstofcarbonaat is nodig als je 4 g dinatriumdifosfaat hebt?

3,36 g natriumwaterstofcarbonaat

Slide 12 - Tekstslide

Nog 2 manieren om te rekenen
dinatriumdifosfaat + natriumwaterstofcarbonaat -->
              25 g                                   21 g
                4 g

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Hoe kom je aan de massaverhouding?
Met:
  • de kloppende reactievergelijking
  • de molecuulmassa's
  • en de wet van behoud van massa

Slide 15 - Tekstslide

Massaverhouding
  • Massaverhouding koper en zwavel:
  • Koper (s) + zwavel (s) --> kopersulfide (s)
  • Cu (s) + S (s) --> CuS (s) 
  • 1 atoom koper reageert met 1 atoom zwavel
  • de massa van 1 atoom koper = 63,55 u
  • de massa van 1 atoom zwavel = 32,06 u
  • Koper en zwavel reageren in de massaverhouding  63,55 : 32,06 

Slide 16 - Tekstslide

Massaverhouding 
  • Massaverhouding koper en zwavel:
  • Koper en zwavel reageren in de massaverhouding  63,55 : 32,06 

koper
zwavel
kopersulfide
coëfficiënten in RV
1
1
1
massa in u
63,55
32,06

Slide 17 - Tekstslide

Massaverhouding
  • Massaverhouding koper en zwavel:
  • Koper en zwavel reageren in de massaverhouding  63,55 : 32,06 

koper
zwavel
kopersulfide
coëfficiënten in RV
1
1
1
massa in u
63,55
32,06
95,61

Slide 18 - Tekstslide

Massaverhouding
  • Massaverhouding koper en zwavel:
  • Koper en zwavel reageren in de massaverhouding  63,55 : 32,06 

koper
zwavel
kopersulfide
coëfficiënten in RV
1
1
1
massa in u
63,55
32,06
95,61
massa in g
63,55
32,06
95,61
63,55 u is niet gelijk aan 63,55 g, maar we hebben het hier over verhoudingen!

Slide 19 - Tekstslide

Nog een voorbeeld
  • Magnesium en zuurstof vormt magnesiumoxide:
  • 2 Mg (s)  +   O2 (g)  -->  2 MgO (s)
  • massa 2 Mg = 2 * 24,31 u = 48,62 u
  • massa 1 O2 = 2 * 16,00 = 32,00 u
  • de massaverhouding tussen magnesium en zuurstof = 48,62 : 32,00
  • de massaverhouding tussen magnesium en zuurstof = 3,04 : 2,0

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video