GL3 les 5

Startopdracht in stilte:
✍️ 
✍️ Maak de woordzoeker van lesbrief 1
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
Dienstverlening en ProductenMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Startopdracht in stilte:
✍️ 
✍️ Maak de woordzoeker van lesbrief 1

Slide 1 - Tekstslide

📘 Leerdoelen lesbrief 1: voedsel produceren

💶 hoe je de kostprijs van voedsel berekent

Slide 2 - Tekstslide

Welkom GL3
startactiviteit bespreken
 tekstbronnen
nabespreken opdracht
theorie 

zelfstandig werken
check
afronden + lesdoelen behaald

Slide 3 - Tekstslide

🏠 werk
  1. Taak 5 Oogst/Zaai schema/kalender (inleveren)
  2. Taak 6 Opdracht 2
  3. Taak 7 opdracht 2

Slide 4 - Tekstslide

📚 Let op: Theorie-uitleg 
✏️ Je krijgt een korte instructie

✅ Wat verwacht ik van jullie?
🤫 Stil en geconcentreerd tijdens de uitleg
🙋 Actief meedoen bij de opdrachten
💡 De uitleg gebruiken bij de opdracht



Slide 5 - Tekstslide

💶 Waarom verkoopprijs berekenen?
Je moet weten voor welke prijs je een product verkoopt.

Verkoopprijs = kostprijs + winstmarge.
👉 Voorbeeld: een brood kost €1 om te maken, je rekent €0,50 winst → verkoopprijs = €1,50.

Slide 6 - Tekstslide

📊 Kostprijs
= Alles wat het kost om 1 product te maken. (Je bekijkt eerst welke kosten je hebt gemaakt en deze wil je terugverdienen).

Bestaat uit:
  • Directe kosten (rechtstreeks voor dat product)
  • Indirecte kosten (kosten van het bedrijf in het algemeen).

Slide 7 - Tekstslide

🛠️ Directe kosten
  • Arbeidskosten (loon van personeel)
  • Grondstoffen & materialen
  • Productiekosten

👉 Voorbeeld: het meel, gist en het uurloon van de bakker voor een brood.

Slide 8 - Tekstslide

🏢 Indirecte kosten
  • Huur van het pand
  • Telefoon & administratie
  • Gas, water, licht (energie)

👉 Voorbeeld: de huur van de bakkerij of de energierekening.

Slide 9 - Tekstslide

Vaste / Variabele kosten
📌 Vaste kosten
= Blijven altijd hetzelfde, ook als je meer of minder produceert.
👉 Voorbeeld: huur, abonnement, vast personeel.

📌 Variabele kosten
= Veranderen mee met de productie.
👉 Voorbeeld: grondstoffen, energie bij productie, oproepkrachten.

Slide 10 - Tekstslide

💡 Samenvatting 
  • Verkoopprijs = Kostprijs + Winst.
  • Kostprijs = Directe + Indirecte kosten.
  • Directe kosten → product zelf (meel, loon bakker).
  • Indirecte kosten → algemene zaken (huur, energie).
  • Vaste kosten → altijd gelijk.
  • Variabele kosten → veranderen met productie.

Slide 11 - Tekstslide

Opdracht stencil
Bereken de kostprijs van een broodje gezond

Slide 12 - Tekstslide

Antwoorden – Kostprijs broodje gezond 🥪
Stap 1 – Directe kosten 0,25 + 0,20 + 0,15 + 0,05 = €0,65
Stap 2 – Arbeidskosten - Arbeid per broodje = €0,40
Stap 3 - Indirecte kosten per broodje = €0,10
Stap 4 – Kostprijs berekenen
Ingrediënten: €0,65
Arbeid: €0,40
Indirecte kosten: €0,10
👉 Kostprijs = €1,15 - Stap 5 – Verkoopprijs bepalen

Kostprijs (€1,15) + Winst (€0,50) = €1,65

Slide 13 - Tekstslide

Opdrachten
Taak 7
opdracht 3
opdracht 4

Klaar?
Maak Taak 8 opdracht 2



Slide 14 - Tekstslide

GL3 les 5

Slide 15 - Tekstslide