cross

Verbe vouloir

  • Voca
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

  • Voca

Slide 1 - Tekstslide

Dans ce cours...
  • Verbe vouloir

Slide 2 - Tekstslide

La roue
Vervoeg het werkwoord 
vouloir in de présent of 
de passé composé.

Slide 3 - Tekstslide

vouloir = willen
présent
je veux = ik wil
tu veux = jij wilt
il veut = hij wil
elle veut = zij wil
nous voulons = wij willen
vous voulez = jullie willen, u wilt
ils/elles veulent = zij willen

passé composé
j'ai voulu = ik heb gewild
tu as voulu = jij hebt gewild
il a voulu = hij heeft gewild
elle a voulu = zij heeft gewild
nous avons voulu = wij hebben gewild
vous avez voulu = jullie hebben gewild, u heeft gewild
ils/elles ont voulu = zij hebben gewild

Slide 4 - Tekstslide

Vous ...
A
voulons
B
voulez
C
veulent
D
veut

Slide 5 - Quizvraag

Nous ...
A
ai voulu
B
avez voulu
C
as voulu
D
avons voulu

Slide 6 - Quizvraag

Tu ...
A
veulent
B
voulons
C
veut
D
veux

Slide 7 - Quizvraag

Ils ...
A
a voulu
B
avons voulu
C
ont voulu
D
as voulu

Slide 8 - Quizvraag

Mon frère ...
A
veut
B
veux
C
voulez
D
veulent

Slide 9 - Quizvraag

J'
A
ont voulu
B
ai voulu
C
as voulu
D
a voulu

Slide 10 - Quizvraag

Elles ...
A
voulez
B
voulons
C
veulent
D
veut

Slide 11 - Quizvraag

Camille ...
A
a voulu
B
as voulu
C
ai voulu
D
avons voulu

Slide 12 - Quizvraag

Il ... (présent)

Slide 13 - Open vraag

Tu ... (passé composé)

Slide 14 - Open vraag

Nous ... (présent)

Slide 15 - Open vraag

Ma soeur ... (passé composé)

Slide 16 - Open vraag

Les amis ... (présent)

Slide 17 - Open vraag

Vous ... (passé composé)

Slide 18 - Open vraag

Je ... (présent)

Slide 19 - Open vraag

Elles ... (passé composé)

Slide 20 - Open vraag

Vertaal:
ik wil

Slide 21 - Open vraag

Vertaal:
wij hebben gewild

Slide 22 - Open vraag

Vertaal:
zij willen

Slide 23 - Open vraag

Vertaal:
jij hebt gewild

Slide 24 - Open vraag

Vertaal:
jullie willen

Slide 25 - Open vraag

Vertaal:
hij heeft gewild

Slide 26 - Open vraag

Vertaal:
zij wil

Slide 27 - Open vraag

Vertaal:
ik heb gewild

Slide 28 - Open vraag