Atoommodel

Atoommodel
Chromebook dicht
Aantekeningen schrift voor je
Rode aantekeningen overnemen in je schrift

1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 27 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Atoommodel
Chromebook dicht
Aantekeningen schrift voor je
Rode aantekeningen overnemen in je schrift

Slide 1 - Tekstslide

Atoommodel
Planning deel 1:
15 minuten instructie
15 minuten discussie na aanleiding filmpje
15 minuten vragen stellen en vragen beantwoorden
5 minuten pauze

Slide 2 - Tekstslide

Atoommodel
Planning deel 2:
15 minuten instructie
10 minuten opdrachten 
15 minuten RV kloppend maken
5 minuten afronden

Slide 3 - Tekstslide

Atoommodel
Doelen:
Uitleg atoommodel
Bouw van een atoom
      Kern
      Elektronen wolk
Plaatsen in het periodiek systeem

Slide 4 - Tekstslide

Atoommodel
Moleculen zijn opgebouwd uit atomen

Bij chemische reacties veranderen moleculen omdat de moleculen uiteenvallen in atomen en uit deze atomen weer nieuwe stoffen worden gemaakt
Voor andere verbindingen (zouten) moet je weten hoe een atoom in elkaar zit

Slide 5 - Tekstslide

Atoommodel
Atoom komt van het griekse woord atomos wat betekend:
ondeelbaar 

Tot begin 1900 dacht men dat atomen inderdaad niet deelbaar waren. 
Na 1911 werd bekend dat atomen waren opgebouwd uit een kern en een elektronen wolk daaromheen

Slide 6 - Tekstslide

Atoommodel
Een atoom bestaat uit een kern met een elektronenwolk

Het volume van een atoom is ongeveer een miljard keer zo groot als het volume van een kern

Ter vergelijking een kern zo groot als een knikker zit in een atoom zo groot als stadion de kuip



Slide 7 - Tekstslide

Atoommodel
De kern van een atoom bevat 2 soorten deeltjes
Positief geladen PROTONEN
Neutraal geladen NEUTRONEN




Slide 8 - Tekstslide

Atoommodel
De kerndeeltjes worden bij elkaar gehouden door kernkrachten
Dat dit zeer sterke krachten zijn blijkt wel uit de A-bom





Slide 9 - Tekstslide

Atoommodel
De bom op Hirosjima bevatte 700 gram splijtbaar uranium

De bom op Nagasaki bevatte 1000 gram splijtbaar plutonium

Kleine hoeveelheden met verwoestende kracht, allemaal vanwege de kernkrachten in een atoom.







Slide 10 - Tekstslide

Atoommodel
De kern bevat een exact (integer) aantal protonen
Deze protonen maken welk element het is

Elk element heeft een bepaald aantal protonen
Dit is het atoomgetal


Slide 11 - Tekstslide

Atoommodel
De kern bevat een exact (integer) aantal protonen
Deze protonen maken welk element het is

De lading van een proton is positief en wordt aangegeven met 1+
Neutronen in een kern hebben geen lading, zijn neutraal dat word aangegeven met 0   Een kern is dus positief

Slide 12 - Tekstslide

Atoommodel
Een kern is positief, een atoom is neutraal dus moeten er deeltjes zijn die de positieve lading in een kern neutraliseren
De elektronen
Elektronen zijn negatief geladen (aangegeven met 1-)

De lading van een elektron is even sterk als die van een proton alleen tegengesteld

Slide 13 - Tekstslide

Atoommodel
Dus het aantal protonen in de kern van een atoom is evengroot als het aantal elektronen in de wolk om de kern

Waterstof heeft 1 proton en dus ook 1 elektron
IJzer heeft 26 protonen en dus ook 26 elektronen
Waterstof heeft 1 als atoomgetal
IJzer heeft 26 als atoomgetal

Slide 14 - Tekstslide

Atoommodel
De elektronen in een wolk om de kern hebben specifieke banen om die kern. 
In de eerste baan zitten maximaal 2 elektronen
Er kunnen er niet meer bij
In de banen daarna zitten telkens 8 elektronen
Er kunnen er niet meer bij. Dan zitten de elektronen in een volgende baan 

Slide 15 - Tekstslide

Atoommodel
De banen waar elektronen in zitten noemen ze de schillen
De eerste schil maximaal 2 elektronen
Daarna in elke schil maximaal 8 elektronen
Vergelijk met een ui,  de schillen zitten steeds op een afstan van een andere schil


Slide 16 - Tekstslide

Atoommodel
Elektronenbanen (schillen)

Slide 17 - Tekstslide

Atoommodel
De lading van een proton is 1+
De lading van een neutron is 0
De lading van een electron is 1 -

De massa van 1 proton is 1 u (zit in de kern)
De massa van 1 neutron is 1 u (zit in de kern)
De massa van 1 electron is 0,00055 u (zit in schillen)

Slide 18 - Tekstslide

Atoommodel
1 proton = 1 u ; 1 neutron = 1 u; 1 electron = 0,00055 u 
De massa van electronen is verwaarloosbaar
De massa van een atoom zit dus in de kern

De u staat voor unit  (= internationale afspraak)
De massa van 1 u is  1,66 x 10-24 g
0,000 000 000 000 000 000 000 001 66 g




Slide 19 - Tekstslide

Atoommodel
  • Een chlooratoom bevat 17 protonen en 18 neutronen
  • Wat is de massa van 1 atoom
  • 17 protonen = 17 * 1 u = 17 u
  • 18 neutronen = 18 * 1 u = 18 u
  • 1 chlooratoom heeft een massa van 17 u + 18 u = 35 u



Slide 20 - Tekstslide

Atoommodel
  • Een ander chlooratoom bevat 17 protonen en 20 neutronen
  • Wat is de massa van 1 atoom
  • 17 protonen = 17 * 1 u = 17 u
  • 18 neutronen = 20 * 1 u = 20 u
  • 1 chlooratoom heeft een massa van 17 u + 20 u = 37 u



Slide 21 - Tekstslide

Atoommodel
Er zijn dus chlooratomen met een massa van 35 u (75 % van alle chlooratomen) en chlooratomen met een massa van 37 u (25 % van alle chlooratomen) 
De gemiddelde massa van chlooratomen is 35,5 u

Dit wordt de relatieve atoommassa genoemd

Slide 22 - Tekstslide

Atoommodel
Er zijn dus elementen met uiteraard hetzelfde atoom nummer maar verschillende atoommassa
Dit verschijnsel wordt isotopen genoemd

Isotopen zijn atomen van hetzelfde chemische element die een gelijk aantal protonen, maar een verschillend aantal neutronen in de kern hebben

Slide 23 - Tekstslide

Atoommodel
In de BINAS tabel 33 en tabel 34 staan alle gegevens die je nodig hebt

  • Atoomnummer is aantal protonen in de kern
  • Relatieve atoommassa is de gemiddelde massa van een atoom.


Slide 24 - Tekstslide

Atoommodel
In de BINAS tabel 33 en tabel 34 staan alle gegevens die je nodig hebt  (periodiek systeem)

  • Atoomnummer is aantal protonen in de kern
  • Relatieve atoommassa is de gemiddelde massa van een atoom.


Slide 25 - Tekstslide

Periodiek systeem
In het PS staan alle bekende elementen gesorteerd op atoomnummer.(in regels ook perioden genoemd)
Ook is er een sortering op eigenschappen:
Alle snel met water reagerende, alle die zouten kunnen vormen, alle die nauwlijks kunnen reageren. (dat zijn groepen)



Slide 26 - Tekstslide

Periodiek systeem
Sortering op eigenschappen:
Alle snel met water reagerende, groep 1: Alkalimetalen
Alle die zouten kunnen vormen groep 17: Halogenen
Alle die nauwlijks kunnen reageren. groep 18: Edelgassen



Slide 27 - Tekstslide