les 1 organismen en hun omgeving

1 / 108
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 108 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 9 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startopdracht 
Kies één organisme dat je interessant vindt (bijvoorbeeld een cactus, kikker, vis of mens).

Beschrijf in eigen woorden:
In welke omgeving leeft dit organisme? (water, woestijn, bos, stad, enz.) Welke uitdagingen zijn er in die omgeving? (droogte, kou, weinig licht, veel roofdieren, enz.) Leg uit hoe het organisme zich daaraan heeft aangepast:
Welke organen spelen hierbij een rol?
Hoe werken die organen samen met cellen om het organisme te laten overleven?
Maak een schets of mindmap waarin je omgeving, uitdagingen en aanpassingen verbindt.

Voorbeeld:
Een vis leeft in water → uitdaging: zuurstof opnemen uit water → oplossing: kieuwen (orgaan), opgebouwd uit cellen die zuurstof uit water opnemen.


timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Organismen en hun omgeving

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht Periode 1
periodeplanner staat nog even alleen in de tijdslijn, komt later 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 7 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
           Leerdoelen
  1. Je kunt de invloeden op organismen indelen in biotische en abiotische factoren.
  2. Je kunt de niveaus van de ecologie beschrijven.
  3. Je kunt in een ecosysteem de voedselrelaties aangeven.


Slide 8 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Ecosysteem
Bij een ecosysteem kijken we naar de relaties tussen organismen en hun omgeving. Dingen die hier invloed op kunnen hebben zijn biotische (levende) en abiotische (niet levende) factoren.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Niveaus van ecologie
individu
één enkel organisme
populatie
individuen van hetzelfde soort in een gebied die zich  met elkaar voortplanten
levensgemeenschap
alles wat leeft in een gebeid
alle populaties in een gebied
ecosysteem
alle biotische en abiotische factoren in een gebied
de levensgemeenschap met abiotische invloeden

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voeden
In de ecologie kijken we naar de relatie tussen verschillende organismen en hun omgeving. Een zeer belangrijke relatie is de voedingsrelatie. Om te zien wie wie eet, tekenen we een voedselketen/web. 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Elke voedselketen start met een plant!

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voedselweb

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voedselweb
  • Voedselrelaties = voedselweb

Noem een voedselketen uit dit voedselweb? 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Piramide van biomassa
Wanneer je naar de volgende schakel in een voedselketen gaat, zul je zien dat de totale hoeveelheid biomassa (het totale, droge gewicht van een laag) afneemt. Dit kun je zien in de piramide van biomassa.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Accumilatie
Wanneer gifstoffen vrijkomen in een ecosysteem, kunnen ze worden doorgegeven aan het volgende niveau zonder te worden afgebroken. Dit betekent dat gifstoffen ook dieren bereiken, terwijl het eigenlijk de bedoeling is dat ze alleen tegen planten of insecten werkt.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Accumulatie
Wat zal er bij de grijze balkjes komen? 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zal er gebeuren met de verdeling in de grijzen balkjes?

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Accumulatie
De concentratie wordt steeds hoger! 

Wat kan hier het risico van zijn? 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Abiotische factoren

Slide 21 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een biotische factor?
A
Alle levenloze natuur (de zon, water, etc.)
B
Alle levende natuur (de zon, water, etc.)
C
Alle levenloze natuur (voedsel, soortgenoten)
D
Alle levende natuur (voedsel, soortgenoten)

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat kan een gevolg/risico zijn van accumulatie?

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is er nog onduidelijk?

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Niveaus van ecologie
  • individu
  • populatie
  • levensgemeenschap
  • ecosysteem (= levensgemeenschap + biotoop)
  • biosfeer

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

?
?

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschillen en overeenkomsten?

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

accumulatie
 Planten nemen ook giftige stoffen op uit hun omgeving, denk aan zware metalen of bestrijdingsmiddelen.

 In een voedselketen verdwijnen deze stoffen niet.

 Opeenhoping hiervan noem je accumulatie

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Was is geen A-biotische factor?
A
Lucht
B
Voedsel
C
Neerslag
D
Wind

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een populatie?
A
Een boom
B
Verschillende dieren in een gebied
C
Een groep individuen vd zelfde soort in 1 gebied
D
Alles wat in een bepaald gebied is

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is niet 1 van de ecologie niveaus?
A
Ecosysteem
B
Populatie
C
Individu
D
Levensgroep

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is van invloed op een populatiegrootte?
A
hoeveelheid voedsel
B
natuurlijke vijanden
C
ziekteverwekkers
D
A, B en C

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Wat laat de piramide van aantallen zien?
A
Hoeveel diersoorten er in een schakel zijn
B
De soorten dieren in een gebied
C
Hoeveel individuen er in een schakel voorkomen
D
De hoeveelheid biomassa in een gebied

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In een piramide van biomassa wordt de biomassa in elke volgende schakel groter.
A
juist
B
onjuist

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In de afbeelding is een piramide
getekend van de voedselketen:
gras -> sprinkhaan -> spitsmuis
Welke bewering is juist?
A
uit 1 kg gras wordt 22 kg sprinkhanen gevormd
B
uit 1 kg gras wordt uiteindelijk 85kg spitsmuizen gevormd
C
uit 22 kg gras wordt 1 kg spitsmuizen gevormd
D
uit 22 kg sprinkhanen wordt 1 kg spitsmuizen gevormd

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zat het ook alweer?
Zet de onderstaande organisatieniveaus in de juiste volgorde van klein naar groot
biosfeer
ecosysteem
levens-
gemeenschap
populatie
organisme
orgaan
weefsel
molecuul
cel

Slide 36 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

PO opdracht 2: in dezelfde tweetallen
1. Kies een Nederlandse vlindersoort uit
2. Zoek informatie over het leefgebied van deze vlinder
3. Onderzoek welke voedselrelaties deze vlindersoort heeft
4. Maak een voedingsketen van minimaal 4 ketens met deze vlinder in jullie gekozen leefgebied
5. Maak een voedselweb met met minimaal 3 weergegeven voedselketens met jullie vlindersoort in hun leefgebied
6. Welke rol speelt de vlinder in de ecologie bij de piramide van aantallen?
7. Welk rol speelt de vlinder in de ecologie bij de piramide van biomassa?

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ecologie
Het gebied binnen de Biologie dat de relaties tussen organismen onderling en hun omgeving (milieu) onderzoekt.


                       Milieu                                            Organisme

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

biotische en abiotische factoren
- Biotische factoren:invloeden van organismen


- Abiotische factoren: invloeden van levenloze natuur

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Abiotisch en biotische factoren

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Niveaus van ecologie
individu
één enkel organisme
populatie
individuen van hetzelfde soort in een gebied die zich  met elkaar voortplanten
levensgemeenschap
alles wat leeft in een gebeid
alle populaties in een gebied
ecosysteem
alle biotische en abiotische factoren in een gebied
de levensgemeenschap met abiotische invloeden

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

voedselketen 
schakel = deel van een voedselketen.

De eerste schakel van een voedselketen is altijd een plant.
De tweede schakel is altijd een planteneter. 
De derde schakel is altijd een vleeseter 

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Producenten, consumenten, reducenten
  • Herbivoor, omnivoor, carnivoor
  • Autotroof en heterotroof
  • Trofische niveaus

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voedselweb
In een voedselweb staan alle
voedselrelaties 

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Piramide van biomassa
Biomassa= het totale gewicht van alle energierijke stoffen in een organisme (koolhydraten / eiwitten / vetten)

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




 

- hoeveel biomassa per
   schakel...
- elke schakel is lichter...
Piramide van biomassa

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Piramide van biomassa
heeft altijd:
een piramidevorm
(Want per schakel gaat
er energie verloren)

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Accumulatie
Wat nou als onderin een voedselketen een gifstof wordt opgenomen (door gifstoffen in de bodem of bestrijdingsmiddelen), wat gebeurt er dan in de voedselketen?
De stoffen zijn niet door een plant/ dier af te breken.

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Accumulatie

De organismen hoger in de voedselketen gaan dood aan gifstoffen die veel eerder in de keten zijn opgenomen.

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Regen
Biotische of Abiotische Factor?
A
Biotisch
B
Abiotisch

Slide 50 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Predatoren
Biotische of Abiotische Factor?
A
Biotisch
B
Abiotisch

Slide 51 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

UV straling
Biotische of Abiotische Factor?
A
Biotisch
B
Abiotisch

Slide 52 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Afscherming van de zon
Biotische of Abiotische Factor?
A
Biotisch
B
Abiotisch

Slide 53 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 54 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 55 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 56 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 57 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 58 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste volgorde?
A
Bioom, Biosfeer, Levensgemeenschap, Ecosysteem, Populatie
B
Populatie, Bioom, Levensgemeenschap, Individu, Biosfeer
C
Biosfeer, Bioom, Ecosysteem, Levensgemeenschap, Populatie
D
Biosfeer, Ecosysteem, Populatie, Individu, Levensgemeenschap

Slide 59 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

welke term past het beste bij:

de volledige biomassa in het stadspark
A
Populatie
B
Bioom
C
Biosfeer
D
Levensgemeenschap

Slide 60 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 61 - Video

Deze slide heeft geen instructies

In een voedselketen wordt de biomassa in elke volgende schakel kleiner. Hoe komt dat?

Slide 62 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 63 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een boer spuit gif om zijn land. Een paar weken later vindt hij een aantal dode roofvogels. Hoe komt dat?

Slide 64 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

                                                                      accumulatie van                                                                             gif

Slide 65 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gif
Planten: gif in planten cellen
(niet gebruiken of kwijtraken)

In het voedselweb -->
Dieren: slaan gif op in vetweefsel


Slide 66 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Accumulatie: Ophoping

Slide 67 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 68 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Fotosynthese
Hoe zat dat ook al weer?

Slide 69 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Producenten
Planten: Produceren voedsel voor de rest van de voedselketen

Altijd eerste schakel

Autotroof: kunnen zelf energie maken, uit energiearme stoffen


Slide 70 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Consumenten
Dieren : Consumeren de stoffen die planten hebben gemaakt

Planteneters zijn de tweede schakel = Consumenten van de eerste orde

Heterotroof: moeten energierijke stoffen binnen krijgen. Kunnen ze niet zelf maken

Slide 71 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afvaleters
Eten de dode resten van planten en dieren

Afvaleters laten ook resten achter

Slide 72 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reducenten
Bacteriën en schimmels

Zetten stoffen uit de resten van dode organismen om in koolstofdioxide, mineralen en water

Slide 73 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kringlopen

Slide 74 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar moet een voedselweb/voedselketen altijd mee beginnen?
A
Consument
B
Producent
C
Reducent
D
Afvaleter

Slide 75 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar horen bacteriën en schimmels bij?
A
Consument
B
Producent
C
Reducent
D
Afvaleter

Slide 76 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een bepaald organisme is autotroof, wat betekend dat? En welke organismen zijn dat?

Slide 77 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Kringloop van water

Slide 78 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 79 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Koolstofkringloop
Koolstofkringloop

Slide 80 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Stikstofkringloop

De stikstofkringloop

Slide 81 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 82 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Plasticsoep
Kunststof verbrokkelt tot kleinere stukjes

Microplastic

Slide 83 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe kunnen microplastics zorgen voor de dood van zeehonden / vogels?

Slide 84 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 85 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 86 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 87 - Tekstslide

Hoe zorg je voor een duurzame leefomgeving?
Leefomgeving

Slide 88 - Tekstslide

De buurt waarin je woont, de bedrijven en wegen, de parken en weilanden, de vogels en regenwormen, ze maken deel uit van je leefomgeving. Je leefomgeving noem je ook wel je milieu of het ecosysteem waarin je leeft. 

Voorbeelden van leefomgeving.
Milieu
  • Het milieu (leefomgeving) bepaald de leefomgeving van een organismen 
  • Ecologie = relaties tussen organismen en hun milieu 
  • Biotische factor = levend invloed op de leefomgeving 
  • Abiotische factor = levenloze invloed op de leefomgeving
  • Abiotische EN biotische factoren hebben invloed op de leefomgeving van een organisme. 

Slide 89 - Tekstslide

De niet-levende natuur is onder andere de lucht die je inademt, en de temperatuur.  De levende natuur noem je biotisch en de niet-levende natuur noem je abiotisch. Al deze biotische en abiotische omgevingsfactoren hebben invloed op jou en op het ecosysteem waarin je leeft.
1 organisme
Individu

Slide 90 - Tekstslide

Aanvullende uitleg over afbeelding van dia 'Milieu'.

Niveaus ecologie (definitie bepalen) 
  • Individu
  • Populatie
  • Leefgemeenschap
  • Ecosysteem

Zelfde organisme
Zelfde leefgebied
Kunnen voortplanten
Kunnen elkaar beïnvloeden.
Populatie

Slide 91 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leefgemeenschap
alle populaties in een gebied samen

Slide 92 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ecosysteem
Leefgemeenschap en abiotische factoren

Slide 93 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Veranderingen in ecosysteem
Blijvende en niet-blijvende veranderingen

Slide 94 - Tekstslide

Organismen kunnen hun leefomgeving zodanig beïnvloeden dat het hele ecosysteem verandert.
Invloed van mensen op leefomgeving
  • Afgelopen 100 jaar vooral negatief
  • Milieuvervuiling =

(milieuverontreiniging) is de aantasting van het milieu door de mens, zoals de vervuiling van de lucht (luchtvervuiling), water (watervervuiling) en grond (grondvervuiling of bodemvervuiling). Milieuvervuiling zorgt voor beschadiging van de natuur en voor aantasting van het leefgebied van dieren.

Slide 95 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Milieu problemen
Uitputting
Door stoffen uit het milieu te halen

Vervuiling
Door stoffen aan het milieu toe te voegen

Slide 96 - Tekstslide

Grofweg te verdelen in twee soorten: uitputting en vervuiling.

Slide 97 - Video

Voorbeeld van een milieu probleem, sluit aan bij vorige dia.
Ecologie
  • Het onderzoeken van de relatie tussen dieren en hun milieu: Ecologie

Slide 98 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ecologie #2
Niveaus van ecologie

  • Individu: één organisme
  • Populatie: groep individuen van zelfde soort die zich onderling voortplanten
  • Levensgemeenschap: populaties van verschillende soorten die in een bepaald gebied samenleven
  • Ecosysteem: bepaald gebied waarin biotische en abiotische factoren een eenheid vormen

Slide 99 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 100 - Video

Beroepsvoorbeeld ecoloog in dienst van Rijkswaterstaat.

Slide 101 - Video

Inleidende video
Duurzaamheid
Gebruik van grondstoffen op zo’n manier dat de invloed van de activiteiten van de mens geen blijvende schade aanricht aan het milieu, zodat ook toekomstige generaties het milieu en dezelfde bron naar behoefte kunnen blijven gebruiken.

Slide 102 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 103 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Terugkijken 
op de leerdoelen
  1. Je kunt de invloed op organismen indelen in biotisch en a biotisch factoren.
  2. Je kunt de niveaus van ecologie beschrijven .
  3. Je kunt in een ecosysteem de voedselrelaties aangeven.


Checklist:
  • Zijn de leerdoelen behaald?
  • Les in context plaatsen van de periode 
  • Het leren en het gedrag samen evalueren
  • Vooruitblikken adhv JdW-planner  

Slide 104 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

           Begrippen
           uit deze les
  • milieu
  • ecologie
  • biotische factoren 
  • abiotische factorende 
  • niveaus van ecologie
  • individu
  • populatie
  • leefgemeenschap biotoop
  • ecosysteem
  • biosfeer
  • bioom

Slide 105 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

           Begrippen
           uit deze les
  • voedselketen
  • schakel 
  • voedselnet
  • biomassa
  • iramide van biomassa
  • priamide van aantallen 
  • accumilatie 
  • giftig

Slide 106 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Wat doe jij om duurzamer te leven?

Slide 107 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Eindslide

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 108 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies