cross

tekst 12A

wat betekent:
ἀδικεω
A
onrechtvaardigheid
B
leren kennen
C
oordelen
D
onrecht doen
1 / 36
volgende
Slide 1: Quizvraag
GrieksvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

wat betekent:
ἀδικεω
A
onrechtvaardigheid
B
leren kennen
C
oordelen
D
onrecht doen

Slide 1 - Quizvraag

Wat betekent:
ἠ βουλη
A
plan
B
nacht
C
list
D
daarom

Slide 2 - Quizvraag

Wat betekent:
πλειστος
A
zeer goed
B
beter
C
zeer veel
D
meer

Slide 3 - Quizvraag

Wat betekent:
μαλλον
A
meer
B
meest
C
groter
D
grootst

Slide 4 - Quizvraag

Μετὰ τὸν τοῦ Ἀχιλλέως θάνατον 
ὁ Ὀδυσσεὺς καὶ ὁ Αἴας      
 ἀμφότεροι ἐπεθύμησαν 
τῶν τοῦ Ἀχιλλέως ὅπλων·

Slide 5 - Tekstslide

Μετὰ τὸν τοῦ Ἀχιλλέως θάνατον 
ὁ Ὀδυσσεὺς καὶ ὁ Αἴας      
 ἀμφότεροι ἐπεθύμησαν 
τῶν τοῦ Ἀχιλλέως ὅπλων·

Na de dood van Achilleus 

begeerden Odysseus en Aias beiden de wapenrusting van Achilleus: 

Slide 6 - Tekstslide

1. ἐπεθύμησαν
in welke tijd staat deze vorm & hoe zie je dat?
A
praes. aan de uitgang
B
imperfectum aan het augment
C
aoristus aan het augment
D
aoristus aan de uitgang

Slide 7 - Quizvraag

1. ἐπεθύμησαν
van welke praes.vorm komt dit woord?
A
πεθυμεω
B
πεθυμασω
C
ἐπιθυμεω
D
ἐπετυμεω

Slide 8 - Quizvraag

τὰ γὰρ ὅπλα τιμὴ ἦν 
τῷ ἀρίστῳ ἡγεμόνι τῶν Ἀχαιῶν.

Slide 9 - Tekstslide

τὰ γὰρ ὅπλα τιμὴ ἦν 
τῷ ἀρίστῳ ἡγεμόνι τῶν Ἀχαιῶν.
want de wapenrusting was 
een eerbewijs voor de beste leider van de Grieken.

Slide 10 - Tekstslide

τὰ γὰρ ὅπλα τιμὴ ἦν
wat is het onderwerp van de zin?
A
τα ὅπλα
B
τιμὴ

Slide 11 - Quizvraag

Welke naamval en getal heeft ἡγεμόνι?


A
nom pl
B
gen sg
C
dat sg
D
acc sg

Slide 12 - Quizvraag

Ὁ μὲν Ὀδυσσεὺς σοφώτατος ἦν τῶν Ἀχαιῶν, 
ὁ δ’ Αἴας ἀνδρειότατος καὶ μέγιστος, ὥσπερ πῦργος τις.

Slide 13 - Tekstslide

Ὁ μὲν Ὀδυσσεὺς σοφώτατος ἦν τῶν Ἀχαιῶν, 
ὁ δ’ Αἴας ἀνδρειότατος καὶ μέγιστος, ὥσπερ πῦργος τις.
Odysseus was de slimste 
van de Grieken, 
maar Aias de moedigste en grootste, als een toren.

Slide 14 - Tekstslide

Ὁ μὲν Ὀδυσσεὺς σοφώτατος ἦν τῶν Ἀχαιῶν
hoe heet de genitivus uit deze zin?
A
comparationis
B
partitivus
C
objectivus
D
subjectivus

Slide 15 - Quizvraag

μέγιστος
welke omschrijving is juist?
A
comparativus van μεγας
B
superlativus van μεγας
C
comparativus van πολυς
D
superlativus van πολυς

Slide 16 - Quizvraag

ὥσπερ πῦργος τις.
hier is τις bijvoeglijk. Wat zou de zelfstandige vertaling zijn?
A
iets
B
iemand
C
een
D
wie

Slide 17 - Quizvraag

Τῶν οὖν ἡγεμόνων τινὲς σύλλογον ἐποίησαν 
περὶ τῶν ὅπλων.
Πρῶτος μὲν αὐτῶν 
ὁ Αἴας εἶπεν ὧδε·
Enige (van de) leiders 
hielden dus een vergadering over de wapenrusting.
Als eerste van hen 
sprak Aias als volgt:

Slide 18 - Tekstslide

Πρῶτος is een superlativus.
op welke twee manieren kan je een superlativus vertalen?
A
eerder, eerst
B
eerst, nogal vroeg
C
eerder, zeer vroeg
D
eerst, zeer vroeg

Slide 19 - Quizvraag

σύλλογον ἐποίησαν. Wat is een andere manier dat de Grieken dit probleem op zouden kunnen lossen?
A
duelleren
B
dobbelen
C
boulderen
D
armpje drukken

Slide 20 - Quizvraag

“Τί δὴ μάλιστα ἡμεῖς διαφέρομεν, ὦ Ὀδυσσεῦ;
Ἐγὼ μὲν τοῖς ἔργοις κρείττων εἰμί, σὺ δὲ τοῖς λόγοις βελτίων εἶ.

Slide 21 - Tekstslide

“Τί δὴ μάλιστα ἡμεῖς διαφέρομεν,
ὦ Ὀδυσσεῦ;
Ἐγὼ μὲν τοῖς ἔργοις κρείττων εἰμί, σὺ δὲ τοῖς λόγοις βελτίων εἶ.
‘Waarin / In welk opzicht verschillen wij het meest, Odysseus? 
Ík ben sterker / de sterkste met/in (mijn) daden, jíj bent beter / de beste met/in (jouw) woorden.

Slide 22 - Tekstslide

κρείττων
wat is deze vorm?
A
positivus
B
comparativus
C
superlativus

Slide 23 - Quizvraag

Ἐγὼ μὲν τοῖς ἔργοις κρείττων εἰμί
wanneer vertaal je de comparativus met sterkst?
A
als er geen vergelijking is
B
in vergelijkingen
C
in vergelijkingen tussen 2 zaken/personen

Slide 24 - Quizvraag

hoe wordt βελτίων verbogen?
A
βελτιων, -ονος
B
βελτιος, βελτιου

Slide 25 - Quizvraag

Ἐγὼ μὲν ἀπαμύνω τοὺς πολεμίους καὶ οὕτω φυλάττω τοὺς ἄνδρας Ἀχαïκούς.

Σὺ δὲ, Ὀδυσσεῦ, ἐν τῷ πολέμῳ ἀεὶ ἔφυγες τὸν Ἕκτορα.

Slide 26 - Tekstslide

Ἐγὼ μὲν ἀπαμύνω τοὺς πολεμίους καὶ οὕτω φυλάττω τοὺς ἄνδρας Ἀχαïκούς.

Σὺ δὲ, Ὀδυσσεῦ, ἐν τῷ πολέμῳ ἀεὶ ἔφυγες τὸν Ἕκτορα.
Ík weer de vijanden af en bewaak/bescherm zo de Griekse mannen.

Maar jij, Odysseus, vluchtte 
in de oorlog altijd voor Hektor.

Slide 27 - Tekstslide

ἔφυγες (r.13)
is dit een aoristus of een imperfectum?
A
aoristus
B
imperfectum

Slide 28 - Quizvraag

Welke eigenschap geeft Ajax aan Odysseus?
A
κρειττων
B
ἰσχυρότερος
C
δειλότερός
D
ἀνδρειότερός

Slide 29 - Quizvraag

Τίς οὖν ἐστιν ἀνδρειότερός τε καὶ ἰσχυρότερος ἐμοῦ;

Τίς δὲ δειλότερός τε καὶ κακίων ἢ σύ, Ὀδυσσεῦ;
Wie is dus moediger en sterker dan ik? 

Wie (is) laffer en slechter dan jíj, Odysseus?

Slide 30 - Tekstslide

Τίς οὖν ἐστιν ἀνδρειότερός τε καὶ
ἰσχυρότερος ἐμοῦ;
Τίς - vragend / onbep / zelfst / bijv.
A
vragend vnw zelfstandig
B
vragend vnw bijvoeglijk
C
onbepaald vnw zelfstandig
D
onbepaald vnw bijvoeglijk

Slide 31 - Quizvraag

Τίς οὖν ἐστιν ἀνδρειότερός τε καὶ
ἰσχυρότερος ἐμοῦ;
ἐμοῦ - hoe noemen we deze genitivus?
A
comparativus
B
partitivus
C
objectivus
D
subjectivus

Slide 32 - Quizvraag

Μὴ οὖν, Ἀχαιοί, τοὺς λόγους σκοπεῖτε, ἀλλὰ τὰ ἔργα·

τί γὰρ ἄμεινον ἐστιν εἰς τὸν πόλεμον; Τὰ ἔργα ἢ οἱ λόγοι;

 Τί δέ, Ἀχαιοί, κρίνει τὸν πόλεμον; Τὰ ἔργα ἢ οἱ λόγοι;
Kijk dus niet, Grieken, naar (de) woorden, maar naar (de) daden:
want wat is beter voor de oorlog? (De) daden of (de) woorden?
Wat, Grieken, beslist de oorlog? (De) daden of (de) woorden?

Slide 33 - Tekstslide

Ben je het eens met Ajax of met Odysseus: verdien je de wapens van Achilles door woorden of daden ?
A
Ajax woorden
B
Ajax daden
C
Odysseus woorden
D
Odysseus woorden

Slide 34 - Quizvraag

leg je antwoord uit: Verdient Ajax de wapens of Odysseus?

Slide 35 - Open vraag

Welke vragen heb je nog over de tekst? - had je zelf nog een andere vertaling-mogelijkheid?

Slide 36 - Open vraag