Les 2: Maak je eigen grondwet
GRONDWET
&
GRONDRECHTEN
Actief! Burgerschap
ISK / NT2
Les 2: Maak je eigen grondwet
GRONDWET
&
GRONDRECHTEN
Actief! Burgerschap
ISK / NT2
Deze les is een ISK/NT2-versie van Actief! Grondwet & grondrechten les 2. De taal is eenvoudig (ongeveer A2), er is een woordenlijst, de opdracht staat in korte stappen en er zijn zinsstarters bij de open vragen.
Tip: laat leerlingen de nieuwe woorden opschrijven in hun woordenschrift, met de vertaling in hun eigen taal.
Hoe werkt het?
Dit weet je al
Dit leer je nu
Doen
Terugkijken
Kijken
Klik hier
Afbeelding vergroten
Deze slide heeft geen instructies
Na de les:
Je maakt met je team een eigen grondwet.
Je kiest de grondrechten die jij belangrijk vindt.
Je vertelt over jullie grondwet aan de klas.
Je vergelijkt jullie grondwet met de Nederlandse Grondwet.
Na de les kunnen de leerlingen samen een eigen grondwet maken met de waarden die zij belangrijk vinden. Ook kunnen ze vertellen welke van die waarden in de Nederlandse Grondwet staan.
In de vorige les leerde je:
De Grondwet is de belangrijkste wet van Nederland.
Een grondrecht is een belangrijk recht uit de Grondwet.
Klassiek: de overheid laat je vrij.
Sociaal: de overheid zorgt voor je.
Nederland heeft 23 grondrechten.
Herhaal kort de belangrijkste woorden uit les 1. Vraag leerlingen om een voorbeeld te geven van een klassiek en een sociaal grondrecht.
Belangrijke woorden
het team = een groep die samenwerkt
kiezen = je zegt: dit wil ik
de pitch = een korte presentatie van 2 minuten
overtuigen = iemand laten denken: jij hebt gelijk
stemmen = met de groep kiezen
vergelijken = kijken wat hetzelfde en wat anders is
Lees de woorden samen hardop. Laat leerlingen elk woord herhalen.
Vraag: hoe zeg je dit woord in jouw taal? Leerlingen mogen de vertaling in hun woordenschrift zetten.
Wat weet je nog over de Grondwet?
Zo begin je: De Grondwet is … / In de Grondwet staat …
In de vorige les hebben de leerlingen geleerd over de Nederlandse Grondwet. Activeer hun voorkennis met deze open vraag.
23
grondrechten
Klik op een nummer.
Lees het grondrecht.
Kijk nog een keer samen naar de 23 grondrechten van Nederland. Klik op een nummer: dan zie je het grondrecht in eenvoudige woorden.
In de volgende opdracht maken de leerlingen in een team hun eigen grondwet met 10 grondrechten. Laat ze nu al nadenken: welke grondrechten vind jij belangrijk?
Maak je eigen grondwet!
Werk in een team.
Kies 10 grondrechten. Niet meer!
Kies uit de lijst, of bedenk zelf een grondrecht.
Denk na: is dit over 100 jaar ook nog belangrijk?
Vertel daarna in 2 minuten over jullie grondwet.
Verdeel de klas in zes teams, of laat de klas zelf zes teams maken. Spreek af welk team team 1 tot en met 6 is. Dat is nodig voor de pitches en de poll later in de les.
Leerlingen mogen kiezen uit de Nederlandse grondrechten, uit grondrechten van andere landen (bijvoorbeeld hun eigen land), of zelf een grondrecht bedenken.
Hulpvragen voor de teams: Zorgen jullie ervoor dat jullie eigen belangen in de grondwet staan? Zijn deze grondrechten over 100 jaar nog steeds belangrijk?
In onze grondwet heeft iedereen recht op:
Opdracht: 15 minuten
Zonder device:
Druk zes maal de bijlage 'Eigen grondwet samenstellen' af en deel ze uit aan de zes teams.
Met device:
Klik op 'toon bij leerling' zodat de leerlingen op hun eigen device de slide kunnen gebruiken.
Laat de leerlingen 10 vinkjes plaatsen bij de 10 grondrechten die bij hun grondwet zullen gelden.
Als ze het lege lijntje kiezen, mogen ze daar een eigen grondrecht voor bedenken.
Team 1
Team 2
Team 3
Team 4
Team 5
Team 6
Welk ander team heeft jou het meest overtuigd?
m
s
Opdracht: elk team heeft 2 minuten om zijn grondwet te pitchen aan de andere teams. Start voor elk team de timer.
Zinnen die helpen bij de pitch: Wij hebben gekozen voor … / Dit is belangrijk, want … / Ons eigen grondrecht is …
Laat daarna stemmen. Stem niet op je eigen team!
Vraag: waarom heeft dit team jou het meest overtuigd?
😦
🙁
😐
🙂
😃
Hoe was het om samen een grondwet te maken?
Vraag een paar leerlingen waarom ze dit kozen. Wat ging goed in jullie team? Wat was moeilijk? Was het moeilijk om samen te kiezen?
Welk grondrecht wilde je ook, maar kon het niet?
Zo begin je: Wij wilden ook … , maar …
Er mochten maar tien grondrechten in de grondwet. Welk grondrecht hadden de teams graag nog toegevoegd? Waarom kon dat niet? Laat leerlingen uitleggen hoe ze samen gekozen hebben.
Welke grondrechten hadden veel teams?
Zo begin je: Veel teams kozen … , want …
Kijk welke grondrechten bij meerdere teams voorkwamen. Waarom zijn deze voor de klas zo belangrijk?
Deze slide heeft geen instructies