2. Normen en waarden: goed luisteren (ISK/NT2)

Les 2: Goed luisteren

NORMEN

&

WAARDEN

Actief! Burgerschap

ISK / NT2

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMentorlesBurgerschap+2ISK

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min
Dit is niet oké

Introductie

Les 2 van het thema Normen & Waarden van Actief!, aangepast voor ISK en NT2. Leerlingen ervaren hoe het voelt als iemand niet luistert, leren vijf eenvoudige tips om goed te luisteren en oefenen met zinnen die helpen in een gesprek. Zo leren ze een ander in zijn waarde te laten, ook als ze het niet met elkaar eens zijn. Ze leren ook wat vrijheid van meningsuiting is en waar die ophoudt. Sluit aan bij de SLO-kerndoelen burgerschap 18A (democratische oefenplaats), 19A (basiswaarden van de democratische rechtsstaat), 19B (diversiteit in de samenleving) en 20A (democratische betrokkenheid), en bij LOWAN Burgerschap op de ISK, dimensie 3 (democratische waarden) en 4 (maatschappelijke betrokkenheid).

Instructies

Onderdelen in deze les

Les 2: Goed luisteren

NORMEN

&

WAARDEN

Actief! Burgerschap

ISK / NT2

Deze slide heeft geen instructies

Hoe werkt het?

  • Dit weet je al

  • Dit leer je nu

  • Doen

  • Terugkijken

  • Kijken

  • Klik hier

  • Afbeelding vergroten

Deze slide heeft geen instructies

Na de les:

  • Je kunt goed luisteren.

  • Je laat een ander in zijn waarde: je respecteert de ander.

  • Je weet wat vrijheid van meningsuiting is.

Aan het eind van de les kunnen de leerlingen actief luisteren en kunnen ze zich inleven in de normen en waarden van een ander.

Belangrijke woorden

luisteren = goed horen wat iemand zegt

onderbreken = iemand stoppen als hij praat

de mening = wat je vindt of denkt

het eens zijn = hetzelfde vinden

iemand in zijn waarde laten = je respecteert de ander

Lees de woorden samen hardop en laat leerlingen ze herhalen.

Doe 'onderbreken' even voor: begin een zin en laat een leerling je onderbreken. Leerlingen mogen de vertaling in hun eigen taal in hun woordenschrift zetten.

Doen: niet luisteren

  1. Werk met z'n tweeën: A en B.

  2. A praat 1 minuut over iets wat hij belangrijk vindt.

  3. B luistert niet goed. B praat erdoorheen.

  4. Na 1 minuut: wissel.

1

minute

00

second

Doe de opdracht eerst één keer voor met een leerling, zodat iedereen snapt wat de bedoeling is.

Geef onderwerpen als leerlingen niet weten waarover ze kunnen praten: familie, vrienden, sport, muziek, eten, school.

B mag proberen het gesprek over te nemen of tegen A in gaan. Start de timer en wissel na één minuut van rol.

1

😦

2

🙁

3

😐

4

🙂

5

😃

Hoe voelde dat?

Vraag een paar leerlingen waarom ze dit kozen. Wat voelde je toen de ander niet luisterde? Help met woorden als boos, verdrietig, niet belangrijk, genegeerd.

Iemand in zijn waarde laten

Je respecteert de ander. Ook als je het niet eens bent.

Je hebt respect voor:

  • wie iemand is

  • wat iemand vindt

  • wat iemand voelt

  • wat iemand kiest

Er is geen goed of fout antwoord. Het gaat om het gesprek met de klas. Iemand in zijn waarde laten betekent: je respecteert de ander. Je hebt respect voor wie iemand is, de keuzes die iemand maakt, welke behoeftes iemand heeft, welke gevoelens iemand toont, welke grenzen iemand stelt, welke normen en waarden iemand heeft en welke mening iemand heeft.

Voorbeeld: jouw vriend houdt van een andere voetbalclub dan jij. Je lacht hem niet uit. Je luistert naar zijn verhaal. Image credit: Fotos / Unsplash

Hoe laat jij iemand in zijn waarde?

Zo begin je: Ik luister naar … / Ik lach niet om … / Ik respecteer …

Lees een paar antwoorden voor. Vraag door met eenvoudige vragen, bijvoorbeeld 'Kun je een voorbeeld geven?'

Goed luisteren in 5 stappen

  1. Kijk naar de ander.

  2. Knik. Zeg 'ja' of 'hm-hm'.

  3. Laat de ander uitpraten.

  4. Stel een vraag.

  5. Reageer vriendelijk.

Deze vijf stappen zijn een eenvoudige versie van de tips voor actief luisteren:

Geef aandacht: kijk naar de ander, laat je niet afleiden door je telefoon.

Toon dat je luistert: knik, lach, zeg 'ja' of 'hm-hm'.

Stel je mening uit: laat de ander uitpraten, tel eerst tot drie.

Geef feedback: stel een vraag of zeg in je eigen woorden wat de ander zei.

Reageer gepast: open, eerlijk en vriendelijk.

Let op: in sommige culturen is het onbeleefd om een volwassene recht in de ogen te kijken. Bespreek dat 'kijk naar de ander' ook kan betekenen: je draait je naar de ander toe. Image credit: Andrea Tummons / Unsplash

Zinnen die helpen

  • Wat bedoel je?

  • Kun je dat nog een keer zeggen?

  • Dus jij vindt dat …?

  • Ik begrijp het.

  • Ik ben het (niet) met je eens, want …

Deze zinnen kunnen leerlingen gebruiken bij de volgende opdracht. Lees ze samen hardop.

'Kun je dat nog een keer zeggen?' is voor taalleerders extra belangrijk: het is helemaal goed om dit te vragen.

Doen: goed luisteren

  1. Werk weer met z'n tweeën.

  2. A praat 1 minuut over iets wat hij belangrijk vindt.

  3. B luistert goed. Gebruik de 5 stappen en de zinnen.

  4. Na 1 minuut: wissel.

1

minute

00

second

Laat de leerlingen hetzelfde onderwerp kiezen als bij de eerste opdracht. Dan merken ze goed het verschil tussen niet luisteren en goed luisteren.

1

😦

2

🙁

3

😐

4

🙂

5

😃

Hoe voelde dat?

Vergelijk de uitslag met de eerste poll. Was er verschil? Wat deed je partner nu anders?

Wat doe jij

als je goed luistert?

Leerlingen geven korte antwoorden: één woord of een korte zin. Voorbeelden: kijken, knikken, uitpraten, vragen stellen, niet lachen, mijn telefoon weg.

Praat daarna over wat leerlingen het fijnst vinden als anderen naar hen luisteren.

Je mening geven

In Nederland mag je zeggen wat je denkt. Dat heet vrijheid van meningsuiting. Het staat in de Grondwet.

Maar dit mag niet:

  • schelden: lelijke woorden tegen iemand zeggen

  • bedreigen: zeggen dat je iemand pijn gaat doen

  • discrimineren: iemand slechter behandelen omdat hij anders is

Iedereen mag een andere mening hebben. Ook als maar een paar mensen die mening hebben.

Vrijheid van meningsuiting is een basiswaarde van de democratische rechtsstaat (Grondwet artikel 7). Deze dia sluit aan bij kerndoel 19A (basiswaarden, en hoe vrijheden met elkaar op gespannen voet kunnen staan) en kerndoel 20A (omgaan met meerderheids- en minderheidsstandpunten).

Leg uit: je mening zeggen mag, maar niet als je daarmee anderen bedreigt of discrimineert (artikel 1: iedereen wordt gelijk behandeld). Vrijheid heeft dus een grens.

Vraag: mag je in jouw land altijd je mening zeggen? Laat leerlingen hier vrij in: niet iedereen wil hierover praten.

Draai aan het rad.

Ben je het eens of oneens? Zeg waarom. Luister goed naar elkaar.

Ik ben het eens, want …

Ik ben het niet eens, want …

Maak met de klas afspraken over hoe je met elkaars mening omgaat. Leg uit dat mensen vaak iets anders vinden, over kleine en over grote onderwerpen.

Draai aan het rad om het onderwerp te kiezen. Maak twee groepen: een groep is het eens met de stelling, de andere groep is het niet eens.

Laat de groepen om de beurt iets zeggen. De andere groep luistert en herhaalt eerst kort wat ze hoorden: 'Dus jullie vinden dat …?' Pas daarna reageren ze.

Is een groep veel kleiner? Geef die groep extra ruimte om te praten. Bespreek: hoe voelt het als je een mening hebt die bijna niemand heeft? Ook een minderheid mag haar mening zeggen.

Vertel de leerlingen: wat jij vindt, is niet altijd wat een ander vindt. Naar elkaar luisteren en elkaar proberen te begrijpen, en het toch niet eens zijn, kan heel goed!

1

😦

2

🙁

3

😐

4

🙂

5

😃

Hoe ging het luisteren?

Vraag wat goed ging en wat moeilijk was. Was het moeilijk om te luisteren als je het niet eens was?

Deze slide heeft geen instructies