grootheden en eenheden

H7: eenheden Deze week (2- 6 maart) maak je :
voorkennis blz: 96                                
7.1 blz: 97-100 opdracht 1 t/m 10                 
7.2 blz: 101 - 105 opdracht 11 t/m 23         
                                                  
                                                 Plan je werk goed in.
                                                  Ik controleer het dinsdag.


1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

Onderdelen in deze les

H7: eenheden Deze week (2- 6 maart) maak je :
voorkennis blz: 96                                
7.1 blz: 97-100 opdracht 1 t/m 10                 
7.2 blz: 101 - 105 opdracht 11 t/m 23         
                                                  
                                                 Plan je werk goed in.
                                                  Ik controleer het dinsdag.


Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

15,46 x 10 = ?
A
1,546
B
154,6
C
0,1546
D
1546

Slide 3 - Quizvraag

123,46 x 1000 = ?
A
1,2346
B
1234,6
C
123460
D
12346

Slide 4 - Quizvraag

Slide 5 - Video

789,35 : 1000 =
A
7893,5
B
78,935
C
7,8935
D
0,78935

Slide 6 - Quizvraag

789,35 : 10 =
A
7893,5
B
78,935
C
7,8935
D
0,78935

Slide 7 - Quizvraag

Meten is weten
  Hoe lang je bent met een meetlat. (meten)
  
De temperatuur buiten met een thermometer.
  
Het gewicht met een weegschaal. (wegen)

Slide 8 - Tekstslide

Meten geeft je belangrijke informatie.
 
Als je bijvoorbeeld wilt weten hoeveel je bent gegroeid in een jaar, of het buiten warm genoeg is voor een korte broek of hoeveel gram suiker je nodig hebt voor het bakken van de koekjes. 

Slide 9 - Tekstslide

timer
3:00

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

meet instrument

Slide 12 - Tekstslide

Wat is een grootheid?
Een grootheid is een eigenschap die je kunt meten.
Een voorbeeld is lengte. 

Slide 13 - Tekstslide

Noem een grootheid.
(wat kun je meten?)

Slide 14 - Woordweb

Wat is een eenheid?
De eenheid is de maat waarin je een grootheid meet.
De eenheid komt achter een getal te staan.

Slide 15 - Tekstslide

4

Slide 16 - Video

Een grootheid is....
A
Een eigenschap van iets die je kunt meten
B
De maat waarin je iets kunt meten
C
Hoe groot iets is

Slide 17 - Quizvraag

Geef 3 voorbeelden van grootheden

Slide 18 - Woordweb

Een eenheid is....
A
Een eigenschap van iets die je kunt meten
B
De maat waarin je iets kunt meten
C
Hoe groot iets is

Slide 19 - Quizvraag

Geef 3 voorbeelden van eenheden

Slide 20 - Woordweb

Noem een eenheid van tijd

Slide 21 - Woordweb

Noem een eenheid
van lengte

Slide 22 - Woordweb

Oppervlakte
Temperatuur
Lengte
Leeftijd
informatie
Gewicht
snelheid
Vierkante meter
graden celsius
Centimeter
jaar
Terabyte
gram
km/uur

Slide 23 - Sleepvraag

Wat is een grootheid en wat is een eenheid?
Grootheid
Eenheid
lengte
oppervlakte
seconde
kilogram
snelheid
centimeter
uur
tijd
kilometer
gewicht
hectare

Slide 24 - Sleepvraag

H7: eenheden Deze week (2- 6 maart) maak je :
voorkennis blz: 96                                
7.1 blz: 97-100 opdracht 1 t/m 10                 
7.2 blz: 101 - 105 opdracht 11 t/m 23         
                                                  
                                                 Plan je werk goed in.
                                                  Ik controleer het dinsdag.


Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

Hoe bereken je de omtrek?
A
Omtrek = lengte x breedte
B
C
Omtrek = lengte + breedte
D
Omtrek = alle zijden van het figuur optellen

Slide 27 - Quizvraag

Wat is de omtrek van
dit figuur?
1 vakje = 1 cm

A
3 cm
B
9 cm
C
6 cm
D
12 cm

Slide 28 - Quizvraag

Hoeveel mm is de omtrek
van dit figuur?
1 vakje = 1 cm

A
1,2 mm
B
120 mm
C
0,12 mm
D
12 mm

Slide 29 - Quizvraag

Wat is de omtrek van:

A
60 m
B
100 m
C
60 mm
D
6000 m

Slide 30 - Quizvraag

Hoeveel cm is de omtrek:

A
0,06 cm
B
6000 cm
C
600 cm
D
180 cm

Slide 31 - Quizvraag


De omtrek is
A
3+1+4+2+1 = 12 cm
B
3+1+4+2+6+1+1=18 cm
C
3+1+4+2+6+2+1+1=20 cm
D
3+1+4+2+6+2+2+1+1= 22 cm

Slide 32 - Quizvraag

Wat heb je geleerd vandaag?

Slide 33 - Open vraag