TIJDVAK 5 · 1500-1600
Examentraining
Ontdekkers en hervormers: zo pak je examenvragen aan
TIJDVAK 5 · 1500-1600
Examentraining
Ontdekkers en hervormers: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Martin Waldseemüller / Wikimedia Commons, publiek domein
TIJDVAK 5 · 1500-1600
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over tijdvak 5 beantwoorden: ordenen, kenmerkend aspect herkennen, oorzaken en gevolgen en continuïteit en verandering.
Deze slide heeft geen instructies
TIJDVAK 5 · 1500-1600
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: bestudeer de bron en de vraag, let op jaartal en maker
2. Zoek: welk kenmerkend aspect of welk begrip past erbij?
3. Schrijf: antwoord met een term uit de stof en een verwijzing naar de bron
Deze slide heeft geen instructies
TIJDVAK 5 · 1500-1600
Vraagtype 1: ordenen in de tijd
Tijdvak 5 loopt van 1500 tot 1600 en heet de tijd van ontdekkers en hervormers
Gebruik ankers: 1492, 1543, 1568 en 1588
Deze slide heeft geen instructies
Zet op volgorde, van vroeg naar laat
1492, 1543, 1568, 1588.
Een bron uit 1536 gaat over Calvijns Institutie. In welk tijdvak valt dit?
Tijdvak 4, tijd van steden en staten
Tijdvak 6, tijd van regenten en vorsten
Tijdvak 7, tijd van pruiken en revoluties
Tijdvak 5, tijd van ontdekkers en hervormers
1536 ligt tussen 1500 en 1600. Fout: tijdvak 6, de 17e eeuw.
De School van Athene, fresco van Rafaël, Vaticaan, ca. 1510
TIJDVAK 5 · 1500-1600
Vraagtype 2: kenmerkend aspect herkennen
Je krijgt een onbekend voorbeeld en kiest het kenmerkende aspect
Zoek signaalwoorden: zeeroute, zuilen, aflaten, Opstand
Image credit: Rafaël / Wikimedia Commons, publiek domein
Een Portugees schip zoekt een zeeroute naar de specerijen. Welk aspect?
Begin van de overzeese expansie
Veranderend mens- en wereldbeeld van de renaissance
De protestantse reformatie
Conflict in de Nederlanden
Zeeroute en handel horen bij KA 18. Fout: renaissance, want daar gaat het om kunst en denken.
Een Italiaanse architect bouwt een kerk met zuilen en koepel naar Romeins voorbeeld. Aspect?
Begin van de overzeese expansie
De protestantse reformatie
Hernieuwde oriëntatie op de klassieke Oudheid
Conflict in de Nederlanden
Zuilen en Romeins voorbeeld: KA 20, bouwkunst. Fout: reformatie, want er gaat niets over geloofsstrijd.
TIJDVAK 5 · 1500-1600
Vraagtype 3: oorzaken en gevolgen
Onderscheid directe en indirecte oorzaken en korte en lange termijn
Soorten: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch, cultureel-mentaal
Deze slide heeft geen instructies
Filips II wilde de macht in de Nederlanden centraliseren. Wat voor oorzaak van de Opstand?
Een cultureel-mentale oorzaak
Een sociaaleconomische oorzaak
Een politiek-bestuurlijke oorzaak
Een directe aanleiding
Machtsvorming en bestuur zijn politiek-bestuurlijk. Fout: cultureel-mentaal, dat gaat over ideeën en geloof.
Noem een gevolg voor inheemsen in Amerika.
Goed: sterke afname door oorlogen en ziekten uit Europa. Verwachte fout: alleen zeggen dat Europeanen rijk werden.
Maarten Luther, schilderij van Lucas Cranach de Oudere, 1528
TIJDVAK 5 · 1500-1600
Vraagtype 4: continuïteit en verandering
Bij verandering kijk je naar tempo, duur en schaal
Bij continuïteit let je op wat gelijk bleef
Image credit: Lucas Cranach de Oudere / Wikimedia Commons, publiek domein
Na de reformatie bleef één ding gelijk in West-Europa. Wat?
Het christendom bleef de belangrijkste godsdienst
De paus bleef gezaghebber voor alle christenen
Iedereen bleef lid van dezelfde kerk
De kerk bleef de enige bron van kennis
Het christendom bleef. Fout: de kerk splitste wel, dus niet iedereen bleef lid van dezelfde kerk.
De overzeese expansie veranderde de handel van de hele wereld. Wat is dat qua schaal?
Een verandering in één stad
Een verandering in één familie
Een verandering alleen in Italië
Een wereldwijde verandering
Koloniën en handel in meerdere werelddelen: grote schaal. Fout: een lokale verandering.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Ordenen in de tijd
Kenmerkend aspect herkennen
Oorzaken en gevolgen
Continuïteit en verandering
Deze slide heeft geen instructies
TIJDVAK 5 · 1500-1600
Tips voor op het examen
Leer de jaartallen 1492, 1517, 1568 en 1588 uit je hoofd
Koppel elk voorbeeld aan één kenmerkend aspect (18 tot 22)
Gebruik in je antwoord altijd een begrip uit de stof
Deze slide heeft geen instructies