Ontdekkers en hervormers (Geschiedenis havo), les 2: Examentraining

TIJDVAK 5 · 1500-1600

Examentraining

Ontdekkers en hervormers: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Oefen examenvragen over tijdvak 5: ordenen, kenmerkend aspect herkennen, oorzaken en gevolgen en continuïteit en verandering.

Onderdelen in deze les

TIJDVAK 5 · 1500-1600

Examentraining

Ontdekkers en hervormers: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Martin Waldseemüller / Wikimedia Commons, publiek domein

TIJDVAK 5 · 1500-1600

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over tijdvak 5 beantwoorden: ordenen, kenmerkend aspect herkennen, oorzaken en gevolgen en continuïteit en verandering.

Deze slide heeft geen instructies

TIJDVAK 5 · 1500-1600

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: bestudeer de bron en de vraag, let op jaartal en maker

  • 2. Zoek: welk kenmerkend aspect of welk begrip past erbij?

  • 3. Schrijf: antwoord met een term uit de stof en een verwijzing naar de bron

Deze slide heeft geen instructies

TIJDVAK 5 · 1500-1600

Vraagtype 1: ordenen in de tijd

  • Tijdvak 5 loopt van 1500 tot 1600 en heet de tijd van ontdekkers en hervormers

  • Gebruik ankers: 1492, 1543, 1568 en 1588

Deze slide heeft geen instructies

Zet op volgorde, van vroeg naar laat

1

Begin van de Nederlandse Opstand

2

Nederlaag van de Spaanse Armada

3

Copernicus stelt dat de aarde om de zon draait

4

Columbus bereikt Amerika

1492, 1543, 1568, 1588.

Een bron uit 1536 gaat over Calvijns Institutie. In welk tijdvak valt dit?

A

Tijdvak 4, tijd van steden en staten

B

Tijdvak 6, tijd van regenten en vorsten

C

Tijdvak 7, tijd van pruiken en revoluties

D

Tijdvak 5, tijd van ontdekkers en hervormers

1536 ligt tussen 1500 en 1600. Fout: tijdvak 6, de 17e eeuw.

De School van Athene, fresco van Rafaël, Vaticaan, ca. 1510

TIJDVAK 5 · 1500-1600

Vraagtype 2: kenmerkend aspect herkennen

  • Je krijgt een onbekend voorbeeld en kiest het kenmerkende aspect

  • Zoek signaalwoorden: zeeroute, zuilen, aflaten, Opstand

Image credit: Rafaël / Wikimedia Commons, publiek domein

Een Portugees schip zoekt een zeeroute naar de specerijen. Welk aspect?

A

Begin van de overzeese expansie

B

Veranderend mens- en wereldbeeld van de renaissance

C

De protestantse reformatie

D

Conflict in de Nederlanden

Zeeroute en handel horen bij KA 18. Fout: renaissance, want daar gaat het om kunst en denken.

Een Italiaanse architect bouwt een kerk met zuilen en koepel naar Romeins voorbeeld. Aspect?

A

Begin van de overzeese expansie

B

De protestantse reformatie

C

Hernieuwde oriëntatie op de klassieke Oudheid

D

Conflict in de Nederlanden

Zuilen en Romeins voorbeeld: KA 20, bouwkunst. Fout: reformatie, want er gaat niets over geloofsstrijd.

TIJDVAK 5 · 1500-1600

Vraagtype 3: oorzaken en gevolgen

  • Onderscheid directe en indirecte oorzaken en korte en lange termijn

  • Soorten: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch, cultureel-mentaal

Deze slide heeft geen instructies

Filips II wilde de macht in de Nederlanden centraliseren. Wat voor oorzaak van de Opstand?

A

Een cultureel-mentale oorzaak

B

Een sociaaleconomische oorzaak

C

Een politiek-bestuurlijke oorzaak

D

Een directe aanleiding

Machtsvorming en bestuur zijn politiek-bestuurlijk. Fout: cultureel-mentaal, dat gaat over ideeën en geloof.

Noem een gevolg voor inheemsen in Amerika.

Goed: sterke afname door oorlogen en ziekten uit Europa. Verwachte fout: alleen zeggen dat Europeanen rijk werden.

Maarten Luther, schilderij van Lucas Cranach de Oudere, 1528

TIJDVAK 5 · 1500-1600

Vraagtype 4: continuïteit en verandering

  • Bij verandering kijk je naar tempo, duur en schaal

  • Bij continuïteit let je op wat gelijk bleef

Image credit: Lucas Cranach de Oudere / Wikimedia Commons, publiek domein

Na de reformatie bleef één ding gelijk in West-Europa. Wat?

A

Het christendom bleef de belangrijkste godsdienst

B

De paus bleef gezaghebber voor alle christenen

C

Iedereen bleef lid van dezelfde kerk

D

De kerk bleef de enige bron van kennis

Het christendom bleef. Fout: de kerk splitste wel, dus niet iedereen bleef lid van dezelfde kerk.

De overzeese expansie veranderde de handel van de hele wereld. Wat is dat qua schaal?

A

Een verandering in één stad

B

Een verandering in één familie

C

Een verandering alleen in Italië

D

Een wereldwijde verandering

Koloniën en handel in meerdere werelddelen: grote schaal. Fout: een lokale verandering.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Ordenen in de tijd

2

Kenmerkend aspect herkennen

3

Oorzaken en gevolgen

4

Continuïteit en verandering

Deze slide heeft geen instructies

TIJDVAK 5 · 1500-1600

Tips voor op het examen

  • Leer de jaartallen 1492, 1517, 1568 en 1588 uit je hoofd

  • Koppel elk voorbeeld aan één kenmerkend aspect (18 tot 22)

  • Gebruik in je antwoord altijd een begrip uit de stof

Deze slide heeft geen instructies