TIJDVAK 10 · VANAF 1950
Examentraining
Televisie en computer: zo pak je examenvragen aan
TIJDVAK 10 · VANAF 1950
Examentraining
Televisie en computer: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Evert F. Baumgardner / Wikimedia Commons, publiek domein
TIJDVAK 10 · VANAF 1950
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over tijdvak 10 beantwoorden: ordenen, kenmerkende aspecten herkennen, oorzaken en gevolgen en verandering.
Deze slide heeft geen instructies
TIJDVAK 10 · VANAF 1950
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: bestudeer de bron en de vraag, let op jaartal en maker
2. Zoek: welk kenmerkend aspect of welke term past erbij?
3. Schrijf: antwoord met een term uit de stof en een verwijzing naar de bron
Deze slide heeft geen instructies
TIJDVAK 10 · VANAF 1950
Vraagtype 1: ordenen in de tijd
Tijdvak 10 begint rond 1950 en loopt door tot nu
Gebruik jaartallen als ankers: 1948, 1949, 1957, 1961, 1975, 1989
Deze slide heeft geen instructies
Zet op volgorde, van vroeg naar laat
1949, 1961, 1975, 1989.
Een foto toont de val van de Berlijnse muur in 1989. In welk tijdvak valt dit?
Tijdvak 10
Tijdvak 9
Tijdvak 8
Tijdvak 7
Vanaf 1950 is tijdvak 10. Fout: tijdvak 9, dat tot 1950 loopt.
Nixon en Chroesjtsjov in debat, Moskou, 24 juli 1959
TIJDVAK 10 · VANAF 1950
Vraagtype 2: kenmerkend aspect herkennen
Je krijgt een onbekend voorbeeld en kiest welk kenmerkend aspect erin zit
Zoek signaalwoorden: raketten, onafhankelijkheid, gastarbeiders, consumptie
Image credit: Thomas J. O'Halloran / Wikimedia Commons, publiek domein
In 1962 plaatste de Sovjet-Unie raketten op Cuba, wat bijna tot oorlog leidde. Welk aspect past?
De dekolonisatie
De wapenwedloop en de dreiging van een atoomoorlog
De opkomst van de multiculturele samenleving
De eenwording van Europa
KA 45. Fout: dekolonisatie, omdat Cuba een eiland in de Caraïben is.
Een bron gaat over gastarbeiders in Nederland in de jaren 1960. Welk aspect past het best?
De verdeling van de wereld in twee blokken
De eenwording van Europa
De dekolonisatie
De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen
KA 49. Fout: dekolonisatie, die geldt voor migranten uit Indonesië en Suriname, niet voor gastarbeiders.
Dolle Mina's met kinderen demonstreren voor crèches, Den Haag, 1970
TIJDVAK 10 · VANAF 1950
Vraagtype 3: oorzaken en gevolgen
Onderscheid directe en indirecte oorzaken en korte en lange termijn
Soorten: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch, cultureel-mentaal
Image credit: Rob Mieremet / Nationaal Archief, Anefo / Wikimedia Commons, CC0
Jongeren hadden meer geld en vrije tijd en kregen een eigen cultuur. Wat voor oorzaak is de groeiende welvaart?
Een sociaaleconomische oorzaak
Een politieke oorzaak
Een directe aanleiding
Een militaire oorzaak
Welvaart is sociaaleconomisch. Fout: aanleiding, want welvaart groeide langzaam.
Noem een gevolg van de dekolonisatie voor Nederland.
Goed: komst van migranten uit Indonesië of Suriname, of het verlies van koloniën. Fout: alleen 'verandering' noemen zonder voorbeeld.
TIJDVAK 10 · VANAF 1950
Vraagtype 4: continuïteit en verandering
Welke zaken veranderden en welke bleven gelijk?
Let op tempo, duur en schaal van de verandering
Deze slide heeft geen instructies
Wat veranderde na 1989 in Europa het sterkst?
Er kwam geen Europese samenwerking meer
De VS verdwenen uit Europa
De scheiding tussen Oost en West verdween
Er waren geen kernwapens meer
De Koude Oorlog eindigde. Fout: geen kernwapens meer, dat klopt niet.
Geef een voorbeeld van een verandering in de positie van vrouwen in Nederland.
Goed: einde van de handelingsonbekwaamheid in 1956, Dolle Mina, de pil of meer onderwijs voor meisjes. Fout: zeggen dat er niets veranderde.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Ordenen in de tijd
Kenmerkend aspect herkennen
Oorzaken en gevolgen
Continuïteit en verandering
Deze slide heeft geen instructies
TIJDVAK 10 · VANAF 1950
Tips voor op het examen
Leer de jaartallen 1948, 1949, 1957, 1961, 1975 en 1989 uit je hoofd
Koppel elk voorbeeld aan één kenmerkend aspect (45 tot en met 49)
Gebruik in je antwoord altijd een begrip uit de stof
Deze slide heeft geen instructies