Ontdek De Nederlandse Bank: Wat doet DNB?

De Nederlandse Bank:
Wat doet DNB?

Learning objective

1 / 46
volgende
Slide 1: Slide
newEditorPraktische economieMBOMiddelbare schoolStudiejaar 1,2

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

De Nederlandse Bank:
Wat doet DNB?

Learning objective

Lesdoel

Aan het einde van de les kun je 3 taken van de DNB beschrijven.

Wat weet je al over De Nederlandse Bank?

2

minute

00

second

Hoofdtaken van DNB

'DNB doet er alles aan om de financiële stabiliteit te bevorderen.'


Oftewel: DNB zorgt ervoor dat alles dat met geld te maken heeft goed werkt en blijft werken.

“Alles” is nogal veel. Hoe pak je dat aan?


De drie belangrijkste taken van DNB zijn:

  • prijzen zoveel mogelijk gelijk houden in Europa

  • veilig betalen, zodat iedereen zonder problemen kan betalen.

  • betrouwbare financiële instellingen, zoals banken.

Vertrouwen in de Economie

Vertrouwen is heel belangrijk in de economie.

Zijn er veel problemen? Dan zul je minder vertrouwen hebben.
Daarom probeert DNB ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk problemen zijn, zodat we dat vertrouwen niet verliezen, maar juist vasthouden.

Test in de volgende vragen je kennis over vertrouwen in de economie.

Het kost maar enkele centen om een briefje van 20 euro te maken.
Waarom is het briefje dan toch 20 euro waard?

A

Zo lang we erop vertrouwen dat je voor het briefje iets kunt krijgen dat 20 euro waard is, heeft het briefje die waarde.

B

Een briefje maken is eigenlijk duurder, namelijk 20 euro. DNB krijgt de machines om briefjes te maken van de overheid en daardoor kost het DNB zo weinig om briefjes te maken.

Miljoenen Nederlanders betalen premies aan verzekeraars.
Welke zin is waar?

A

Alle premies die je betaalt zijn wettelijk verplicht. Je moet ze betalen van de overheid. Daardoor vertrouwt de verzekeraar erop dat er geld binnenkomt.

B

Mensen betalen hun premie aan een verzekeraar, als ze erop vertrouwen dat de verzekeraar schade vergoedt als dat nodig is.

Je spaart voor een nieuwe scooter of een fatbike. Je hebt uitgerekend dat je nog acht maanden moet sparen.
Welke zin is waar?

A

Je maakt een spaarplan. Je vertrouwt erop dat de scooter of fatbike, niet over acht maanden 10 keer zo duur is, want dan kan je plan in de prullenbak.

B

De rente op je spaarrekening wordt ieder jaar hoger. Daar vertrouw je op, zodat je heel snel meer geld hebt om iets te kopen.

DNB op de kaart


DNB werkt heel veel samen.
Vooral met andere Europese landen.
Maar niet altijd met precies dezelfde landen.
Weet jij wanneer DNB met wie samenwerkt?

Op welke kaart zie je alle landen van de EU?

A

Kaart 1

B

Kaart 2

Begrippen

De financiële instellingen (zoals banken, pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen) en systemen die ervoor zorgen dat je kunt sparen, lenen en betalen, zijn heel belangrijk voor de economie.
Heb jij ze allemaal op een rijtje? Over welk economisch begrip gaat het?

Geld dat je ontvangt wanneer je stopt met werken, wanneer je een bepaalde leeftijd hebt bereikt.

A

Pensioen

B

Rente

C

Premie

DNB zorgt ervoor dat pensioenfondsen hun afspraken nakomen en de uitkering kunnen betalen.

Lening waarbij het onderpand van de lening bestaat uit onroerend goed, zoals een huis.

A

Vaste lasten

B

Hypotheek

C

Woningcorporatie

Het overnemen van financiële gevolgen van schade. De garantie op uitkering wanneer er financieel nadeel ontstaat door bijvoorbeeld een ongeluk of diefstal.

A

Huren

B

Beleggen

C

Verzekeren

Volksverzekering waardoor iedereen vanaf een bepaalde leeftijd ouderdomspensioen krijgt.

A

AOW

B

UWV

C

BTW

D

Bijstand

Het bedrag dat je betaalt aan de verzekeraar voor het overnemen van financiële gevolgen door schade.

A

Schadevergoeding

B

Premie

C

Dekking

D

Aflossing

Betalingsverkeer

Aan de kassa, onderweg of thuis: je wilt overal en altijd veilig en snel kunnen betalen. DNB zorgt voor goede, veilige betaalsystemen. Zoals pinnen en internetbankieren.

DNB brengt ook geldbiljetten in omloop. Bankbiljetten moeten natuurlijk schoon en niet vervalst zijn. DNB blijft de biljetten controleren. Kapotte, vieze en valse bankbiljetten worden vernietigd.  

Wat je niet vertrouwt, gebruik je niet of minder. Als we ons geld niet meer zouden vertrouwen en gebruiken, zou de economie snel stilvallen. Gelukkig vertrouwen meer dan 340 miljoen Europeanen de euro als betaalmiddel.

Hoe noemen we dit? “Criminelen zeggen dat ze bij je bank werken (via telefoon of e-mail) en proberen bij je bankrekening te komen om geld te stelen”.

A

Phishing

B

Malware

C

Skimming

Om Phishing te voorkomen, moet je dus nooit inloggegevens of pincodes aan iemand vertellen, of mailen.

En hoe noem je dit? “Criminelen kopiëren de magneetstrip van je betaalpas en komen achter je pincode. Zij maken een kopie van je pas en kunnen daarmee betalen”.

A

Identiteitsfraude

B

Skimming

C

Malware

Skimmen via de magneetstrip kan in het buitenland nog steeds. In Nederland is alles inmiddels zo goed beveiligd, dat het niet meer kan. Criminelen proberen nog wel eens met camera’s je pincode te zien en je bankpas te stelen.


Hoe noem je de kwaadaardige software, zoals virussen, wormen, trojan horses en spyware, die criminelen op computers proberen te installeren om gegevens zoals inlogcodes te stelen?

A

Identiteitsfraude

B

DDos aanval

C

Malware

Dankzij dit rekeningnummer kun je geld overschrijven en betalen in alle landen waar dit rekeningnummer ingevoerd is.

A


IBAN

B

SEPA

C

Target2

Welk van de onderstaande kenmerken is geen echtheidskenmerk van het biljet van twintig euro?

A

Voelbare inkt

B

Met infrarood licht zie je nog maar een paar dingen op het biljet

C

Portretraam met de president van de ECB

Hoe noem je de samenwerking van Europese landen die Europese betaalmiddelen en standaarden gebruiken, zoals IBAN? Dankzij deze samenwerking kun je in winkels in al deze landen met je Nederlandse pinpas betalen.

A


iDin

B

EMU

C

SEPA

D

Answer D

Prijsstabiliteit, inflatie en rente

Het is belangrijk voor onze welvaart dat prijzen niet te sterk stijgen (inflatie), maar ook niet te hard dalen (deflatie). Want alleen als prijzen stabiel blijven, kun je steeds voor hetzelfde geld ongeveer net zoveel kopen. Je koopkracht blijft dan gelijk. Dat is belangrijk, want zo weet je waar je aan toe bent. Dat geeft vertrouwen. Je kunt dan betere keuzes maken over wat je spaart, koopt of verkoopt.

Normaal gesproken groeit de economie een beetje. Daar werken we met zijn allen aan. De prijzen zullen dan ook iets stijgen, maar een beetje is niet erg.
Het gaat erom dat geld z’n waarde behoudt en een drankje of broek over twee jaar nog steeds ongeveer hetzelfde kost.

DNB werkt samen met de Europese Centrale Bank en de andere eurolanden aan die prijsstabiliteit. Door de rente aan te passen kun je inflatie sturen. Dat noem je monetair beleid.

Monetair beleid, inflatie, rente en de euro. Als we het daarover hebben, hebben we het over de eurozone. Landen die de euro hebben ingevoerd.

Wat weet jij over de eurozone?


Wanneer kwamen de eerste euro’s uit de geldautomaat?

A

7 februari 1992

B

4 januari 1999

C

1 januari 2002

Hoeveel landen zitten in 2024 in de eurozone?

A

12

B

20

C

27

Alle landen in de EU moeten binnen een paar jaar de euro gaan invoeren.

A

Waar

B

Niet waar

Dat is niet waar. Sommige landen hebben afgesproken dat ze hun eigen munt houden. De meeste EU-landen hebben de euro, of werken aan de invoering van de euro in hun land.

Als je twee briefjes van 5 in je portemonnee hebt, kunnen die er verschillend uitzien.

A

Waar

B

Niet waar

C


Waar. Van de biljetten van vijf tot en met 50 euro zijn twee series. In 2013 is de nieuwe serie van briefjes van vijf in omloop gebracht. De oude zijn er ook nog.

Welk begrip past bij de volgende omschrijving:
Stijging van de prijzen van alle goederen en diensten.

A


Inflatie

B


Rente

C

Prijspeil

Welk begrip past bij de volgende omschrijving:
Het gemiddelde prijsniveau van alle goederen en diensten.

A


Rente

B

Koopkracht

C

Prijspeil

Welk begrip past bij de volgende omschrijving:
Een algemene daling van het prijspeil.

A


Recessie

B

Deflatie

C

Stagnatie

Welk begrip past bij de volgende omschrijving:
De hoeveelheid goederen en diensten die je met je geld kunt kopen.

A

Maatschappelijke geldhoeveelheid

B

Economische groei

C

Koopkracht

Welk begrip past bij de volgende omschrijving:
De prijs die je betaalt voor het lenen van geld.

A

Rente

B


Evenwichtsprijs

C

Kapitaal

Financiële instellingen moeten hun afspraken nakomen.



Als je geld op de bank hebt staan, ga je ervan uit dat je geld in goede handen is. Maar hoe weet je dat je daarop kunt vertrouwen? DNB let erop dat financiële instellingen (zoals banken) hun afspraken nakomen. DNB houdt daarnaast het gehele financiële systeem in de gaten, omdat een probleem bij één bank zou kunnen overslaan naar andere banken.

DNB houdt toezicht op financiële instellingen:

  • banken (samen met de ECB)

  • pensioenfondsen

  • verzekeraars

  • overige instellingen, waaronder beleggingsinstellingen en geldtransactiekantoren

Waar of niet waar?
DNB checkt of een bank de verplichtingen op korte termijn kan betalen (liquiditeit).

A

Waar

B

Niet waar


C


Ook kijkt DNB naar de solvabiliteit. Dat wil zeggen: of de instellingen op lange termijn aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen.

Doordat een grote verzekeraar problemen heeft om alles te betalen, komt een andere financiële instelling ook in de problemen, en dan nog een, enzovoorts. Hoe noem je dat?

A

Globalisering

B

Bankrun

C

Domino-effect

Bedrijf dat ingelegde premies belegt en mensen op lange termijn, na hun arbeidsleven, geld uitkeert.

A

Kredietinstelling/bank

B

Pensioenfonds

C

Verzekeringsmaatschappij

Einde
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.