VERHOUDING · MONDIALE MACHT
Examentraining
Mondiale macht: zo pak je examenvragen aan
VERHOUDING · MONDIALE MACHT
Examentraining
Mondiale macht: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Ermell / Wikimedia Commons, CC0
VERHOUDING · MONDIALE MACHT
Wat ga je kunnen?
Ik kan machtsverschuivingen beschrijven, staten en spelers herkennen, theorieën over ontwikkeling toepassen en culturele en juridische begrippen gebruiken in een casus.
Deze slide heeft geen instructies
VERHOUDING · MONDIALE MACHT
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat vraagt de vraag: beschrijf, herken, verklaar of pas een theorie toe?
2. Zoek: onderstreep de aanwijzing in de casus, zoals geweldsmonopolie, ruilvoet, universele normen of een opkomende economie.
3. Maak concreet: koppel die aanwijzing aan de omschrijving van het begrip of de theorie.
4. Schrijf: begrip, aanwijzing uit de casus, conclusie. Noem bij een theorie ook het paradigma.
Deze slide heeft geen instructies
VERHOUDING · MONDIALE MACHT
Vraagtype 1: machtsverschuiving beschrijven
Noem wie aan macht wint en wie verliest, en geef de aanwijzing uit de casus.
Voorbeeld: opkomende economieën winnen aan belang ten koste van de VS en Europa.
Koppel een gevolg, zoals de roep om een andere samenstelling van de VN-Veiligheidsraad.
Deze slide heeft geen instructies
Land X groeit snel economisch en wil meer zeggenschap in de VN-Veiligheidsraad. Wat beschrijft dit?
Een opkomende staat die meer invloed zoekt
Een fragiele staat zonder geweldsmonopolie
Een staat met alleen interne soevereiniteit
Een ngo die de VN overneemt
Syllabus 12.2.1. Verwachte fout: fragiele staat kiezen omdat het land verandert. De casus gaat over groei en macht.
Waarom geven landen toe aan multinationals?
Goed antwoord: landen willen werkgelegenheid, een goed draaiende economie en belastinginkomsten en concurreren met andere landen om dezelfde bedrijven. Verwachte fout: zeggen dat bedrijven landen dwingen met geweld. Syllabus 12.2.3.
VERHOUDING · MONDIALE MACHT
Vraagtype 2: een ontwikkelingstheorie toepassen
Evolutionistisch: interne factoren en een fase achterlopen. Afhankelijkheid: scheve machtsverhoudingen tussen landen.
Zoek in de casus de verklaring: intern (bestuur, opleiding, tradities) of extern (ruilvoet, koloniaal verleden)?
Koppel daarna het paradigma: functionalisme of conflictparadigma.
Deze slide heeft geen instructies
Een rapport verklaart de armoede in land L uit de ruilvoet en het koloniale verleden. Welke theorie en welk paradigma?
Evolutionistische theorie, vanuit het conflictparadigma
Afhankelijkheidstheorie, vanuit het functionalisme
Evolutionistische theorie, vanuit het functionalisme
Afhankelijkheidstheorie, vanuit het conflictparadigma
Syllabus 12.6: afhankelijkheidstheorieën verklaren onderontwikkeling vanuit het conflictparadigma uit scheve machtsverhoudingen. Verwachte fout: de theorie goed hebben maar het paradigma verwisselen.
Onderontwikkeling volgens evolutionisme?
Goed antwoord: een fase achterlopen: arme staten moeten nog de ontwikkelingsweg afleggen die rijke staten al hebben afgelegd, onder meer door te moderniseren. Verwachte fout: onderontwikkeling uitleggen met uitbuiting door rijke landen. Dat is afhankelijkheidstheorie. Syllabus 12.6.
VERHOUDING · MONDIALE MACHT
Vraagtype 3: staten en spelers herkennen
Controleer de kenmerken: geweldsmonopolie, openbare diensten, rechtsorde. Ontbreken ze, dan is de staat fragiel.
Zoek de actor: staat, multinationaal bedrijf, ngo of intergouvernementele organisatie.
Het begrip fragiele staat is omstreden: sociaalconstructivisten zien het gebruik ervan als machtsuitoefening.
Deze slide heeft geen instructies
Een milieuorganisatie voert in veertig landen campagne tegen een oliebedrijf. Wat is die organisatie?
Een intergouvernementele organisatie van staten
Een internationale ngo, een niet-statelijke speler
Een multinationaal bedrijf met eigen belangen
Een opkomende staat die invloed zoekt
Goed: een internationale ngo is een niet-statelijke speler (syllabus 12.2). Een intergouvernementele organisatie bestaat uit staten, zoals de VN. Verwachte fout: multinational, omdat de campagne over een bedrijf gaat.
Fragiele staat: gevaar buiten de regio?
Goed antwoord: door globalisering kan een fragiele staat een toevluchtsoord zijn voor criminele organisaties, een uitvalsbasis voor terroristische netwerken of een bron van vluchtelingenstromen. Verwachte fout: zeggen dat alleen de eigen bevolking last heeft. Syllabus 12.2.2.
Het Internationaal Strafhof in Den Haag, 2022
VERHOUDING · MONDIALE MACHT
Vraagtype 4: cultuur en recht verklaren
Cultuur: relativisme beoordeelt vanuit de context, universalisme vanuit universele normen.
Recht: staten stemmen zelf in met regels, dus handhaving is lastiger dan binnen een staat.
Noem het begrip en koppel het aan een gegeven uit de casus.
Image credit: Choinowski / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Land Q beoordeelt het strafrecht van land P vanuit normen voor alle wereldburgers. Welk begrip?
Cultureel universalisme
Cultuurrelativisme
Fundamentalisme
Non-interventiebeginsel
Syllabus 12.3. Verwachte fout: cultuurrelativisme. Dat beoordeelt juist vanuit de eigen context.
Staat Y wordt lid van het Internationaal Strafhof. Wat is een gevolg voor Y?
Hij verliest zijn externe soevereiniteit
Hij krijgt een permanente zetel in de Veiligheidsraad
Internationaal recht beperkt zijn soevereiniteit
Zijn staat wordt automatisch een fragiele staat
Syllabus 12.5: het besluit is vrijwillig, maar heeft effect: het internationaal recht beperkt de soevereiniteit. Verwachte fout: denken dat de staat zijn erkenning verliest.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Een machtsverschuiving beschrijven
Een ontwikkelingstheorie toepassen
Staten en spelers herkennen
Cultuur en recht verklaren
Deze slide heeft geen instructies
VERHOUDING · MONDIALE MACHT
Tips voor op het examen
Schrijf nooit alleen een definitie op: koppel het begrip aan een gegeven uit de casus.
Een fragiele staat herken je aan het verlies van het geweldsmonopolie, niet aan armoede.
Evolutionistisch: een fase achterlopen en moderniseren. Afhankelijkheid: scheve machtsverhoudingen, conflictparadigma.
Interne soevereiniteit is gezag binnen de grenzen, externe soevereiniteit is erkenning door andere staten.
Deze slide heeft geen instructies