Mondiale macht (Maatschappijwetenschappen vwo), les 2: Examentraining

VERHOUDING · MONDIALE MACHT

Examentraining

Mondiale macht: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vier vraagtypen: machtsverschuiving beschrijven, ontwikkelingstheorie toepassen, staten en spelers herkennen, cultuur en recht verklaren. Acht vragen in examenstijl.

Onderdelen in deze les

VERHOUDING · MONDIALE MACHT

Examentraining

Mondiale macht: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Ermell / Wikimedia Commons, CC0

VERHOUDING · MONDIALE MACHT

Wat ga je kunnen?

Ik kan machtsverschuivingen beschrijven, staten en spelers herkennen, theorieën over ontwikkeling toepassen en culturele en juridische begrippen gebruiken in een casus.

Deze slide heeft geen instructies

VERHOUDING · MONDIALE MACHT

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat vraagt de vraag: beschrijf, herken, verklaar of pas een theorie toe?

  • 2. Zoek: onderstreep de aanwijzing in de casus, zoals geweldsmonopolie, ruilvoet, universele normen of een opkomende economie.

  • 3. Maak concreet: koppel die aanwijzing aan de omschrijving van het begrip of de theorie.

  • 4. Schrijf: begrip, aanwijzing uit de casus, conclusie. Noem bij een theorie ook het paradigma.

Deze slide heeft geen instructies

VERHOUDING · MONDIALE MACHT

Vraagtype 1: machtsverschuiving beschrijven

  • Noem wie aan macht wint en wie verliest, en geef de aanwijzing uit de casus.

  • Voorbeeld: opkomende economieën winnen aan belang ten koste van de VS en Europa.

  • Koppel een gevolg, zoals de roep om een andere samenstelling van de VN-Veiligheidsraad.

Deze slide heeft geen instructies

Land X groeit snel economisch en wil meer zeggenschap in de VN-Veiligheidsraad. Wat beschrijft dit?

A

Een opkomende staat die meer invloed zoekt

B

Een fragiele staat zonder geweldsmonopolie

C

Een staat met alleen interne soevereiniteit

D

Een ngo die de VN overneemt

Syllabus 12.2.1. Verwachte fout: fragiele staat kiezen omdat het land verandert. De casus gaat over groei en macht.

Waarom geven landen toe aan multinationals?

Goed antwoord: landen willen werkgelegenheid, een goed draaiende economie en belastinginkomsten en concurreren met andere landen om dezelfde bedrijven. Verwachte fout: zeggen dat bedrijven landen dwingen met geweld. Syllabus 12.2.3.

VERHOUDING · MONDIALE MACHT

Vraagtype 2: een ontwikkelingstheorie toepassen

  • Evolutionistisch: interne factoren en een fase achterlopen. Afhankelijkheid: scheve machtsverhoudingen tussen landen.

  • Zoek in de casus de verklaring: intern (bestuur, opleiding, tradities) of extern (ruilvoet, koloniaal verleden)?

  • Koppel daarna het paradigma: functionalisme of conflictparadigma.

Deze slide heeft geen instructies

Een rapport verklaart de armoede in land L uit de ruilvoet en het koloniale verleden. Welke theorie en welk paradigma?

A

Evolutionistische theorie, vanuit het conflictparadigma

B

Afhankelijkheidstheorie, vanuit het functionalisme

C

Evolutionistische theorie, vanuit het functionalisme

D

Afhankelijkheidstheorie, vanuit het conflictparadigma

Syllabus 12.6: afhankelijkheidstheorieën verklaren onderontwikkeling vanuit het conflictparadigma uit scheve machtsverhoudingen. Verwachte fout: de theorie goed hebben maar het paradigma verwisselen.

Onderontwikkeling volgens evolutionisme?

Goed antwoord: een fase achterlopen: arme staten moeten nog de ontwikkelingsweg afleggen die rijke staten al hebben afgelegd, onder meer door te moderniseren. Verwachte fout: onderontwikkeling uitleggen met uitbuiting door rijke landen. Dat is afhankelijkheidstheorie. Syllabus 12.6.

VERHOUDING · MONDIALE MACHT

Vraagtype 3: staten en spelers herkennen

  • Controleer de kenmerken: geweldsmonopolie, openbare diensten, rechtsorde. Ontbreken ze, dan is de staat fragiel.

  • Zoek de actor: staat, multinationaal bedrijf, ngo of intergouvernementele organisatie.

  • Het begrip fragiele staat is omstreden: sociaalconstructivisten zien het gebruik ervan als machtsuitoefening.

Deze slide heeft geen instructies

Een milieuorganisatie voert in veertig landen campagne tegen een oliebedrijf. Wat is die organisatie?

A

Een intergouvernementele organisatie van staten

B

Een internationale ngo, een niet-statelijke speler

C

Een multinationaal bedrijf met eigen belangen

D

Een opkomende staat die invloed zoekt

Goed: een internationale ngo is een niet-statelijke speler (syllabus 12.2). Een intergouvernementele organisatie bestaat uit staten, zoals de VN. Verwachte fout: multinational, omdat de campagne over een bedrijf gaat.

Fragiele staat: gevaar buiten de regio?

Goed antwoord: door globalisering kan een fragiele staat een toevluchtsoord zijn voor criminele organisaties, een uitvalsbasis voor terroristische netwerken of een bron van vluchtelingenstromen. Verwachte fout: zeggen dat alleen de eigen bevolking last heeft. Syllabus 12.2.2.

Het Internationaal Strafhof in Den Haag, 2022

VERHOUDING · MONDIALE MACHT

Vraagtype 4: cultuur en recht verklaren

  • Cultuur: relativisme beoordeelt vanuit de context, universalisme vanuit universele normen.

  • Recht: staten stemmen zelf in met regels, dus handhaving is lastiger dan binnen een staat.

  • Noem het begrip en koppel het aan een gegeven uit de casus.

Image credit: Choinowski / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Land Q beoordeelt het strafrecht van land P vanuit normen voor alle wereldburgers. Welk begrip?

A

Cultureel universalisme

B

Cultuurrelativisme

C

Fundamentalisme

D

Non-interventiebeginsel

Syllabus 12.3. Verwachte fout: cultuurrelativisme. Dat beoordeelt juist vanuit de eigen context.

Staat Y wordt lid van het Internationaal Strafhof. Wat is een gevolg voor Y?

A

Hij verliest zijn externe soevereiniteit

B

Hij krijgt een permanente zetel in de Veiligheidsraad

C

Internationaal recht beperkt zijn soevereiniteit

D

Zijn staat wordt automatisch een fragiele staat

Syllabus 12.5: het besluit is vrijwillig, maar heeft effect: het internationaal recht beperkt de soevereiniteit. Verwachte fout: denken dat de staat zijn erkenning verliest.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Een machtsverschuiving beschrijven

2

Een ontwikkelingstheorie toepassen

3

Staten en spelers herkennen

4

Cultuur en recht verklaren

Deze slide heeft geen instructies

VERHOUDING · MONDIALE MACHT

Tips voor op het examen

  • Schrijf nooit alleen een definitie op: koppel het begrip aan een gegeven uit de casus.

  • Een fragiele staat herken je aan het verlies van het geweldsmonopolie, niet aan armoede.

  • Evolutionistisch: een fase achterlopen en moderniseren. Afhankelijkheid: scheve machtsverhoudingen, conflictparadigma.

  • Interne soevereiniteit is gezag binnen de grenzen, externe soevereiniteit is erkenning door andere staten.

Deze slide heeft geen instructies