Le Passé Composé (avoir)

le Passé Composé
Voltooid tegenwoordige tijd
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

le Passé Composé
Voltooid tegenwoordige tijd

Slide 1 - Tekstslide

Tegenwoordige tijd:
Ik eet een croissant
Voltooid tegenwoordige tijd:
Ik heb een croissant gegeten

Slide 2 - Tekstslide

Passé composé bestaat uit 2 delen:
1. Een vorm van avoir (= hebben)
2. Het voltooid deelwoord

Par exemple:
Jij hebt gedanst
Tu as dansé

Slide 3 - Tekstslide

Deel 1: het werkwoord avoir
j'ai
tu as
il / elle / on a
nous avons
vous avez
ils / elles ont

Slide 4 - Tekstslide

Deel 2: Het voltooid deelwoord
Par exemple...  (van regelmatige werkwoorden):
jouer -> joué  
danser -> dansé
aimer -> aimé 
regarder -> regardé

Slide 5 - Tekstslide

Hoe maak ik een voltooid deelwoord?
Bij regelmatige werkwoorden op -ER:
(parler, danser, jouer, adorer, aimer, chanter...)

1. Haal de letters ER eraf
2. Plak er É achter 

Slide 6 - Tekstslide

Par exemple:
jouer -> joué   
danser -> dansé 
aimer -> aimé  
regarder -> regardé
adorer -> adoré
écouter  -> écouté

Slide 7 - Tekstslide

Par exemple
J'ai joué au foot
Tu as aimé les vacances?
Il a chanté une chanson
Nous avons regardé un film
Vous avez parlé?
Ils ont écouté la radio

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

de passé composé

het voltooid deelwoord van faire= fait

j'ai fait
tu as fait
il/elle/on a fait
nous avons fait
vous avez fait
ils/elles ont fait

Slide 10 - Tekstslide

Ik heb gedanst.
A
Je danse
B
Je ai dansé
C
J'ai danse
D
J'ai dansé

Slide 11 - Quizvraag

Zij heeft gekeken.
A
Elle as regardé
B
Elle a regardé
C
Elle regardé
D
Elle a regarde

Slide 12 - Quizvraag

Jullie hebben gegeten.
A
Vous avez manger
B
Vous aves mangé
C
Vous avez mange
D
Vous avez mangé

Slide 13 - Quizvraag

Wij hebben verteld (nous - raconter)

Slide 14 - Open vraag

Jij hebt gezongen (chanter)

Slide 15 - Open vraag

Zij hebben gewerkt (travailler)

Slide 16 - Open vraag

Ik heb gevraagd (demander)

Slide 17 - Open vraag

EU - ÉTÉ - FAIT

Slide 18 - Tekstslide

Jullie hebben gedaan (faire)

Slide 19 - Open vraag

Hij is geweest (être)

Slide 20 - Open vraag

Zij heeft ontmoet (rencontrer)

Slide 21 - Open vraag

Men heeft gehad (avoir)

Slide 22 - Open vraag

Questions?

Slide 23 - Tekstslide