1-3 SCORE Begrijpend lezen, leesstrategieën, leestraining , 0F, 1F stappenplan

Precies lezen
   
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolPraktijkonderwijsvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Introductie

Methode: SCORE, oriënterend, globaal, precies lezen, samenvatten, leesvaardigheid: macro meso micro

Instructies

Deze leestraining biedt ondersteuning bij het lezen op tekst-, alinea- , woord- en zinsniveau. 
In het volgsysteem van SCORE ziet u of leerlingen hiermee moeite hebben.

U kunt deze training verdeeld over meerdere lessen geven.

Inhoud:
- Zien waar de tekst ongeveer over gaat (oriënterend lezen)
- Lezen waarover de tekst gaat (globaal lezen)
- De tekst tot in detail uitzoeken en begrijpen (precies lezen)
- De belangrijkste punten navertellen (samenvatten)

Onderdelen in deze les

Precies lezen
   

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke stappen in het lezen ken je?

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Informatieve teksten lezen kan in 4 stappen:

  1. Zien waar de tekst  over gaat.
  2. Lezen waarover de tekst gaat.
  3. De tekst precies uitzoeken en begrijpen.
  4. Het belangrijkste navertellen.

Slide 3 - Tekstslide

In deze les behandelen we stap 3.
Stap 3. Alles precies begrijpen

Moet je iets ongeveer weten? 
Dan is één keer doorlezen genoeg.

Lees je om te leren? Of maak je een toets? 
Dan is elk detail belangrijk.
Neem de tijd om precies te lezen wat er staat.
Onderstreep moeilijke woorden.

Slide 4 - Tekstslide


Noteer de moeilijke woorden.
Bekijk de volgende tekst zigzaggend.

Beantwoord dan de vragen.

Slide 5 - Tekstslide

Schrijf alle moeilijke woorden op. Bijvoorbeeld: 

(kop)
- beheers (je)
(alinea 1)
- je gezicht (te) redden
(alinea 2)
- natuurrampen
- hongersnoden
- ingestampt
Tip!
Ken je een woord niet? Probeer het eens zo:

- Lees de zinnen ervoor en erna, vaak staat daar een omschrijving of synoniem (woord met dezelfde betekenis).
- Splits een langer woord in delen op. Ken je de delen?
- Gebruik eventueel een woordenboek.

Slide 6 - Tekstslide

Check ook de leestraining MICRO over het gebruik van het alfabet en woordenboek.
Wat betekent 'beheers je'?
A
Let op!
B
Hou je in!
C
Neem de leiding!

Slide 7 - Quizvraag

- beheers (je); de betekenis wordt omschreven in alinea 1 (niet te snel je gevoelens laten zien).
Wat betekent 'je gezicht redden'?
A
Zorgen dat je niet voor gek staat.
B
Zorgen dat je geen rimpels krijgt.
C
Je gezicht verstoppen.

Slide 8 - Quizvraag

- je gezicht (te) redden; ervóór staat dat de hele groep uitgescholden of uitgelachen kan worden. Dat noem je ook wel 'gezichtsverlies'. Je gezicht redden is het omgekeerde.

Wat betekent 'natuurrampen'?
A
Oorlogen tussen China en andere landen.
B
Rampen in de natuur, bv orkaan, overstroming.
C
Het uitsterven van de natuur en de dieren.

Slide 9 - Quizvraag

- natuurrampen: 'natuur' en 'rampen'. Het gaat over rampen die in de natuur voorkomen. 
Wat zijn 'hongersnoden'?
A
Dan zijn er te weinig medicijnen.
B
Dan zijn er te weinig noodwoningen.
C
Dan is er te weinig eten.

Slide 10 - Quizvraag

- hongersnoden: 'honger' en 'nood', in de regel erna staat 'overleven'. Het gaat hier over doodgaan door honger.
Wat betekent 'ingestampt'?
A
Aangeleerd
B
Opgegeten
C
Hard gelopen

Slide 11 - Quizvraag

Het hele werkwoord is: 'instampen': in + stampen.
Als je met je voet 'stampt' zet je stevige kracht.
Als je woordjes leert, 'stamp' je ze in je hoofd. Het blijft goed in je hoofd zitten.


Nabespreking

Slide 12 - Tekstslide


Welke vragen heb je nog?

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Van die bank af!
Oefen extra:


Werkblad 0F
Vraag je docent om werkblad 0F. Deze is te downloaden bij deze les.
Hierin vind je extra opdrachten bij stap 3 op niveau 0F.
Werkblad 1F
Vraag je docent om werkblad 1F. Deze is te downloaden bij deze les.
Hierin vind je extra opdrachten bij stap 3 op niveau 1F.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nakijken
Werkblad 0F
Werkblad 1F


Slide 15 - Tekstslide

Uitwerking werkblad 0F:
1. 'hef' komt van heffen, een ander woord voor tillen. Een boom kan ook een stam of een houten staaf zijn, zoals bij slagboom.
2. materiaaleigenschap betekent: een kenmerk die hoort bij het materiaal. Steen (het materiaal) is bijvoorbeeld heel hard (de eigenschap).
(3. Eigen invulling.)

Uitwerking werkblad 1F
1. eigen invulling.
2. Iemand die de dingen altijd somber inziet en weinig verwacht.
3. eigen invulling. Idealiter een van de voorgenoemde methodes.
4. Iemand die de dingen altijd positief inziet en vol hoop is.
5. eigen invulling. Idealiter een van de voorgenoemde methodes.
6. b.
7. eigen invulling.