2.8 & 2.9 Romeinse Keizerrijk + mens- en wereldbeeld

Hoofdstuk 2 - De Grieks-Romeinse wereld
Periode: oudheid, tijd: 3000 v.C. - 500 n.C.
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 2 - De Grieks-Romeinse wereld
Periode: oudheid, tijd: 3000 v.C. - 500 n.C.

Slide 1 - Tekstslide

Kenmerkende Aspecten 
  • (4) De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaten. 
  • (5) De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
  • (6) De groei van het Romeins imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde.
  • (7) De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa. 
  • (8) De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten. 
  • (19) Het veranderende wereldbeeld van de Renaissance en het begin van nieuwe wetenschappelijke belangstelling.
  • (20) Hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de Klassieke Oudheid
  • (4) De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaten.
  • (5) De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
  • (6) De groei van het Romeins imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde.
  • (7) De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa.
  • (8) De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten.
  • (19) Het veranderende wereldbeeld van de Renaissance en het begin van nieuwe wetenschappelijke belangstelling.
  • (20) Hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de Klassieke Oudheid
Kenmerkende Aspecten 

Slide 2 - Tekstslide

2.8 De Romeinse Republiek wordt een keizerrijk

Slide 3 - Tekstslide

Kenmerkend aspect 
(6) De groei van het Romeins imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde.

Slide 4 - Tekstslide

Generaals krijgen de macht
Probleem: weinig soldaten
Voorstel consul: beroepsleger invoeren
>> proletariërs dienen 16 jaar
>> beloning = stukje grond. 

Bevelhebber zorgt dus voor loon >> soldaten zijn hem trouwer dan de Senaat in Rome. 

>> vb. machtige generaal = Julius Caesar 

Slide 5 - Tekstslide

0

Slide 6 - Video

Julius Caesar
Keizer Augustus

Slide 7 - Tekstslide

Keizer Augustus
  • Onder keizer Augustus werd het Romeinse rijk een 
       imperium
  • Hij bracht rust en vrede: de pax romana, deze periode
       van relatieve rust duurde zo'n 200 jaar

Slide 8 - Tekstslide

Pax Romana
Hoe kon het dat er zo lang vrede was?
  • Leger bleef trouw aan keizers.
  • Er kon goed handel worden gedreven >> welvaart neemt toe.
  • Er waren toen nog geen krachtige vijanden aan de grenzen.

Slide 9 - Tekstslide

Romaniseren
  • Romaniseren
  • Het overnemen van de Romeinse cultuur.

Slide 10 - Tekstslide

Romanisering

Slide 11 - Tekstslide

Koninkrijk
Republiek

Keizerrijk 
Rome in het begin
Rome na 509 v.C.
Rome na 27 v.C.

Slide 12 - Sleepvraag

Het Romeinse Rijk is niet altijd op dezelfde manier bestuurd.
Beschrijf in eigen woorden welke belangrijke verandering zich rond het begin van onze jaartelling voordeed in het bestuur.

Slide 13 - Open vraag

2.9 Het Romeinse wereld- en mensbeeld

Slide 14 - Tekstslide

Kenmerkend aspect 
(5) De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur

Slide 15 - Tekstslide

Opdracht:
Bekijk het filmpje op de volgende dia en beantwoord vervolgens de volgende vragen op papier (en lever deze in, in de dia na het filmpje):
1. Geef drie voorbeelden van wat we verstaan onder de Grieks-Romeinse (klassieke) cultuur.
2. Wat is volgens jou het grootste verschil tussen Griekse en Romeinse cultuur?
3. In Noord-Afrika staan gebouwen uit de eerste eeuwen na Christus met zuilen die sterk lijken op zuilen van Amerikaanse uit de 19e eeuw. Geef daarvoor een verklaring.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Lever hier je de foto van je antwoorden in.

Slide 18 - Open vraag